Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Reconstructie moord op Willem van Oranje

 Een voorstelling van de moord op Willem van Oranje.
 1 van 4  

Een voorstelling van de moord op Willem van Oranje.

Wat heeft zich tijdens de moord op Willem van Oranje afgespeeld in dat kleine stukje Prinsenhof? Ir. Willem van Spanje, directeur van DelftTech: „Ik dacht in mijn naïviteit: dat is toch wel bekend? „Nee, helemaal niet”, zeiden medewerkers van het museum.” Zijn belangstelling is gewekt.
Balthasar Gerards nam op 10 juli 1584 Willem van Oranje onder vuur in wat nu het Stedelijk Museum Het Prinsenhof in Delft heet. Tot op de dag van vandaag houden de kogelgaten in de muur bij de trap de herinnering daaraan levend. Maar zijn ze wel echt?

Dat is een van de vragen waar DelftTech zich sinds september 2008 mee bezighoudt. Met forensisch onderzoekers reconstrueert Van Spanje de aanslag. De experts gebruiken de lasertechniek van DelftTech om onder meer de kogelbaan te reconstrueren.

Verstopt

Er zijn inmiddels afgietsels van de kogelgaten gemaakt. „Die hebben helaas geen sporen van lood opgeleverd. Maar de inslagen zijn waarschijnlijk wel authentiek.”

Van Spanje kreeg bijna nachtmerries toen hij foto’s onder ogen kreeg van ingrijpende verbouwingen van het Prinsenhof, rond de Tweede Wereldoorlog. „Er zijn niet eens tekeningen bewaard gebleven. Hoe weet je dan nog wat origineel is en wat niet?”

Op maandagen –dan is het museum gesloten– breken onderzoekers pleisterwerk weg om te bepalen hoe oud het stuk muur is dat erachter verstopt zit.

Daarnaast lijkt het erop dat het vloerniveau tijdens de aanslag lager was dan nu. „De vraag is: hoeveel lager? Daar zullen we eveneens antwoord op moeten vinden”, betoogt Van Spanje.

Bovendien, is de trap nog wel origineel? „Nee dus, want dan waren de houten treden inmiddels wel versleten. Maar ik heb goede hoop dat er nog originele stukken in de trap aanwezig zijn”, blikt hij hoopvol vooruit. Het onderzoeksteam verricht ook zogeheten dendrologisch onderzoek om de leeftijd van de traponderdelen te achterhalen. „Er is een rekening ingestuurd voor het bouwen van de trap, gedateerd één maand voor de moord”, weet de directeur inmiddels uit bronnenonderzoek.

Kist openen

Tijdens het onderzoek van DelftTech hopen onderzoekers bloedsporen aan te treffen op de plaats van de moord. Vanuit de forensische wetenschap is bekend hoe het spoor van bloedspatten loopt als een kogel een getroffen lichaamsdeel weer verlaat. „We moeten wel zeker weten dat eventuele bloedspatten afkomstig zijn van de prins. Dat zou uit DNA-onderzoek moeten blijken.”

Daarnaast is de lengte van de prins „tot op de centimeter” een belangrijk gegeven, stelt Van Spanje. „We weten dat Willem van Oranje 1,55 meter lang was, maar hoe nauwkeurig is dat? Is de spreiding 1 of 10 centimeter, dat maakt nogal wat uit voor ons resultaat.”

Het is lastig dat de prins in een loden kist ligt. Röntgenfoto’s maken lukt niet, omdat lood de straling tegenhoudt.

„Het enige wat we daarvoor nodig hebben, is een dijbeen. Maar omdat Oranje onwaarschijnlijk goed is geconserveerd, kunnen we hem ook rechtstreeks opmeten.”

Na al dit onderzoek kunnen de forensische experts een driedimensionale digitale reconstructie van de aanslag maken. Daarmee kunnen ze zowel slachtoffer als dader virtueel in alle mogelijke posities in de ruimte plaatsen. Pas dan kan met zekerheid gezegd worden waar moordenaar en slachtoffer precies hebben gestaan.

Radslotpistool

Andere experts voeren in opdracht van DelftTech historisch bronnenonderzoek uit. Bekend is dat bestuurders van het gewest Holland die middag bijeen waren in het Prinsenhof. Ook hadden Rombout Uylenburgh –burgemeester van Leeuwarden– en Cornelis Aerssen –de latere griffier van de Staten-Generaal– in de ochtend voor de moord een afspraak met Willem van Oranje. De prins nodigde hen uit om te blijven eten.

Na de lunch vertrok de prins naar zijn werkkamer en werd bij de trap verrast door Balthasar Gerards. Deze fanatieke rooms-katholiek had zich achter een pilaar verscholen gehouden met twee zogeheten radslotpistolen. „Dat waren voor die tijd zeer moderne wapens, die hij vooraf kon laden”, weet Van Spanje.

Het moordwapen waarmee hij vuurde, was geladen met drie loden kogels. Eén is zoekgeraakt, terwijl twee andere elk een gat in de muur sloegen, waar nu de tweede trede van de trap zit.

Aangenomen wordt dat de kogelgaten in de muur zo laag zitten omdat de moordenaar over het hoofd van een bediende moest schieten, schuin naar beneden dus.

Van Spanje toont een reconstructie van deze theorie. Zelf gelooft hij er niet in. „Dan zou Gerards als onervaren schutter het wapen hoog boven zijn hoofd gehouden moeten hebben om vervolgens precies raak te schieten. Nee, hij wilde er zeker van zijn, dat zijn aanslag zou lukken en schoot ongeveer horizontaal voor zich uit.”

Het andere pistool, geladen met twee kogels, was voor zelfverdediging tijdens een overhaaste vlucht na de aanslag.

Schietproef

De lijfarts van de prins, Pieter van Foreest, en de Delftse stadsdokter Cornelis Buysen verrichtten na de moord sectie op het lichaam. Zij legden hun bevindingen vast in een sectierapport. Van Spanje noemt het „uniek” dat een dergelijk document bestaat. De artsen constateerden één wond aan de voorzijde van het lichaam en twee wonden aan de rugzijde.

Met schietproeven in de kelder van het Prinsenhof probeerde het forensisch onderzoeksteam meer duidelijkheid over de toedracht te krijgen. „Konden de kogels wel een deuk in een pakje boter slaan? Ik ging er in mijn naïviteit vanuit dat het legermuseum ons wel een exemplaar wilde lenen. Niet dus. We hebben met een exact nagemaakt pistool legio schietproeven gedaan om het soort kruit, de hoeveelheid kruit en de afstand tot Willem van Oranje te reconstrueren.”

Uit deze proeven komt naar voren dat Gerards heel dicht bij de prins moet hebben gestaan tijdens de moord én dat Oranje dicht langs de muur liep.

Heldhaftig

Inmiddels zijn veel zekerheden, bekend uit geschiedenisboekjes, op losse schroeven komen te staan. „Dat is niet ons eerste doel, maar we zijn wel bezig met waarheidsvinding”, stelt de ingenieur.

Omdat de kogelgaten nogal laag zitten, is het onwaarschijnlijk dat Willem van Oranje tijdens de moord heeft gestaan, weet Van Spanje. Waarschijnlijk zat of lag hij op de trap met zijn handen angstig afwerend omhoog. „De heldhaftige pose, waarmee hij vaak op tekeningen staat, gaat waarschijnlijk sneuvelen.”

Evenmin staat vast dat Willem van Oranje van links kwam aanwandelen, zoals het museum nog altijd vertelt. „Waarschijnlijk kwam hij van rechts, van het gastenverblijf vandaan. De plaats van de moord is anders onlogisch.”

Zeker is dat Gerards vanachter een pilaar tegenover de trap te voorschijn kwam en het pistool met zijn rechterhand afvuurde.

Legendevorming

Volgens een aantekening van de Staten van Holland sprak de prins nog een aantal laatste woorden: „Mon Dieu, ayez pitié de mon âme, mon Dieu, ayez pitié de ce pauvre peuple” („Mijn God, wees mijn ziel genadig; mijn God, ontferm u over dit arme volk”). Het is de vraag of de prins lichamelijk nog in staat was om deze woorden te spreken of dat hier sprake is van legendevorming. Volgens een brief van de bisschop van Mechelen was hij altijd dronken na een uitgebreide maaltijd, naar de gewoonte van die tijd.

Het sectierapport uit 1584 geeft echter wel aanleiding om ervan uit te gaan dat de woorden op waarheid berusten. Van Spanje hoopt dat met het bekend worden van de lengte van de prins hierover ook uitsluitsel gegeven kan worden.

„Deze woorden kwamen in ieder geval van pas om de Republiek bijeen te houden. Die was destijds een zeer wankele eenheid.”

Intussen wacht Van Spanje op toestemming om de kist met het lichaam van de prins te openen. De aanvraag is twee maanden geleden de deur uitgegaan naar de burgemeester van Delft die sleutelbewaarder is van de grafkelder. Die moet daarvoor in overleg treden met het Koninklijk Huis en de RVD. „Ik heb goede hoop dat we toestemming krijgen om die kist te openen. Het is een cruciaal element in de puzzel die we aan het oplossen zijn.”

De Delftenaar hoopt de resultaten voor het einde van het jaar te kunnen presenteren in het EO-programma Blauw bloed. „Dan gaan er zekerheden uit geschiedenisboekjes sneuvelen. Ik kan me voorstellen dat met name oudere mensen daar moeite mee zullen hebben.”


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels