P. W. Moens, voorzitter van de stuurgroep (homo-)seksualiteit in het reformatorisch onderwijs: „In de rapporten van het SCP wordt toch weer meteen met de vinger gewezen naar moslims en orthodox-protestanten. De teneur is: De acceptatie van homoseksualiteit is nog lang niet wat we willen. Er heerst een dwangmatige overgevoeligheid, het wordt tijd voor Hollandse nuchterheid.
Uit alles proef ik dat er geen ruimte mag bestaan voor verschillende opvattingen over homoseksualiteit. Over honderdduizend onderwerpen mogen we van mening verschillen, maar op dit punt moeten we kennelijk allemaal, tot in alle haarvaten van de samenleving, gelijk denken. Deze ontwikkeling doet geen enkel recht aan de diversiteit en pluriformiteit van onze samenleving. Ik vind dat we de ruimte moeten houden om op Bijbelse gronden de homoseksuele praxis af te wijzen.
Ik las gisteren een onthutsend stuk van Henk Krol in de Gay Krant. Hij schrijft onder meer dat de enkelefeitconstructie, in verband met het benoemingsbeleid op scholen, nu snel geschrapt kan worden, omdat daar nu in de Tweede Kamer een ruime meerderheid voor is. En Krol stelt ook het achterstellen van homo’s bijna altijd een religieuze grondslag heeft. Kennelijk wil hij geen enkele ruimte voor religie.
Het SCP pleit voor psychosociale zorg voor homoseksuele jongeren. Daar sta ik achter. Het mag niet zo zijn dat die jongeren, maar ook ouderen, bijvoorbeeld suïcidale neigingen krijgen. Ook in onze kringen is er op dat terrein nog heel wat te winnen. Het is goed dat homoseksualiteit in de gereformeerde gezindte meer bespreekbaar is geworden. Het is onze Bijbelse plicht om mensen met zorg en liefde verder te helpen. Maar dat moet niet iets dwangmatigs krijgen. Het COC wil dat jongeren al op hun twaalfde, dertiende uit de kast komen. Dat is te vroeg, ik vind dat niet goed voor de seksuele en persoonlijkheidsontwikkeling van een kind. Bij het ministerie van OCW en het COC hebben ze er geen oog voor dat de homoseksuele gerichtheid zich nog een andere kant op kan ontwikkelen. Natuurlijk wijzen we op Bijbelse gronden iedere vorm van geweld en haat tegen homo’s af. Als Marokkanen of wie dan ook homo’s in elkaar slaan, dan kan dat niet. Zo ga je niet met je medemensen om.”
Ethicus prof. dr. J. Douma, emeritus predikant van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt): „Ik wil het recht verdedigen dat scholen en kerken zelf bepalen hoe ze omgaan met het thema homoseksualiteit. Mensen moeten in overeenstemming met Gods Woord kunnen leven.
We moeten oog hebben voor de nood van mensen met een homoseksuele gerichtheid. Het is geen kleinigheid. Maar toch moet de Schrift doorslaggevend zijn. Die wijst een homoseksuele relatie af.
Ik wijs erop dat de synode van Zwolle-Zuid heeft besloten dat het samenwonen van homofiele broeders en zusters in een affectieve relatie dient te worden afgewezen. Daar ga ik van uit. Al zou de praktijk anders kunnen zijn.
De druk om te zwichten en een homoseksuele relatie normaal te vinden, neemt toe. Mensen gaan overstag. De overheid ligt op de loer. We moeten homo’s met depressieve klachten helpen, al moeten we niet denken dat homo’s die geen relatie aangaan, het altijd psychisch moeilijk hebben.”
Johan Quist, directeur RefoAnders: „Het SCP stelt dat homo-organisaties in orthodox-protestantse kringen enig succes hebben in het zichtbaar maken van homoseksualiteit en dat tegelijk de weerstand taai is. Dat vind ik behoorlijk cynisch. De rapportopstellers zouden graag willen dat iedereen de homoseksuele praktijk accepteert. Dat zullen we nooit kunnen. Wij van RefoAnders houden vast aan de Bijbelse visie die homoseksuele relaties verbiedt. Wij baseren ons op de scheppingsordening. Ik vind het een beetje kwetsend dat wij worden weggezet als een groepje domoren.
Als het SCP zegt dat in orthodox-christelijke kring homoseksualiteit meer geaccepteerd wordt, herken ik dat. De EO bijvoorbeeld geeft geen duidelijk principieel antwoord op homoseksuele relaties. Presentatoren tonen veel onbegrip voor homo’s die in onthouding willen leven en voor homo’s die een heterohuwelijk aangaan. Van zo’n huwelijk zeg ik: Kijk uit. Het heeft iets moedigs, iets kwetsbaars. Maar mag je als homo een heterohuwelijk als therapie gebruiken? Penibel.”