In de hoofdstad van Liberia praat ik met de 70-jarige Nora. Als tiener kwam ze naar Monrovia. Nora en haar man kregen vijf kinderen. Een van hen stierf – nog maar twintig jaar oud. Hij vluchtte voor rondtrekkende terroristen. De rebellen sneden hem de keel door. Nora zag het voor haar ogen gebeuren.
Nora leeft in een uiterst armoedige situatie. Haar kinderen konden en vijf kleinkinderen kunnen niet naar school. Er is geen geld. Er zijn op de plek waar zij nu woont ook geen sanitaire voorzieningen en zuiver water. Om veilig water te vinden moeten ze soms kilometers lopen. En wie vies water drinkt, wordt ziek en sterft misschien wel.
Ik vroeg: „Je bent zeker boos op God, Nora? Hij kan het zeker niet baas?” Maar Nora zei iets heel herkenbaars voor een Nederlandse Bijbelgetrouwe christen. „Misschien is het wel oorlog geweest vanwege onze eigen zonden. Omdat God daar boos over is. Mogelijk was de oorlog een teken van God, dat Hij wil dat wij veranderen, ons bekeren.”
„Gebeurt dat?” vroeg ik. Toen vertelde de vrouw dat er tijdens de oorlog veel mensen naar de kerk kwamen. „Maar velen blijven weer weg.” Toch: „Er wordt in elk geval meer over de Bijbel gesproken. Sommige mensen denken dat de eindtijd nabij is.” Nora is een uitzondering. Dat zou zij ook in Nederland zijn. Maar ze fungeert als een licht in haar omgeving.
In elk geval is het goed om mensen als Nora –en heel veel andere Liberianen met littekens en trauma’s– te helpen. De RD-actie ”Laat Liberia leven” probeert een druppel op de gloeiende plaat te zijn.
Over welk soort hulp gaat het? De voedselproductie in Liberia staat op een laag peil. Het geïmporteerde voedsel is erg duur. De actie financiert een project dat gezinnen met een inkomen onder de armoedegrens leert hoe ze zelf eten kunnen verbouwen. Zij moeten ook werken aan verbetering van hun gezondheid. Het projectgebied ligt in drie wijken van het stadsdistrict Paynesville, aan de oostkant van Monrovia.
De kernactiviteiten in het project zijn kleinschalige tuinbouw en het houden van kleinvee op braakliggend terrein in stadswijken. Daarbij is sprake van training van vooral alleenstaande moeders op het gebied van voedselproductie. Dus hoe zij groenten moeten verbouwen en hoe zij kleinvee moeten verzorgen. Dat is uitermate belangrijk, want vlees, eieren en groenten vormen een essentiële aanvulling op de maaltijd in arme gezinnen.
Het is de bedoeling circa 2000 gezinnen op gang te helpen met kwalitatief sterk groentezaad voor bonen, erwten en bladgroenten. Ook kippen, konijnen en eenden komen niet zomaar uit de lucht vallen. Verder moeten de zorgvuldig geselecteerde deelnemers over het juiste gereedschap beschikken om het geleerde in praktijk te brengen. De gezinnen gaan het kleinvee delen met andere kwetsbare families.
Verder behelst het project het oprichten van honderd coöperaties van groenteverbouwende vrouwen. Die coöperaties moeten de groenten en de oogst op de markt brengen, evenals het vlees van kippen, konijnen en eenden. Het gaat erom dat groepen van ongeveer twintig vrouwen leren samen sterk te staan –dus ook goede prijzen te vragen– bij de verkoop van hun producten. Zo krijgen moeders extra tijd voor het huishouden. Dus ook voor hun kinderen.
De strijd tegen malaria is eveneens een onderdeel van het RD-project. Ongeveer 40 procent van de kinderen onder de vijf in Liberia overlijdt aan die ziekte. Wie ziek is, maakt niet veel meer klaar. Binnen het district Paynesville is echter geen sprake van bescherming tegen malaria. Het project richt zich daarom mede op voorlichting over malaria en het bevorderen van preventie door het verspreiden van geïmpregneerde muskietennetten.
Een taxichauffeur vertelde mij over de dood van de familie van zijn vrouw Ruth, lid van een baptistengemeente. Het gebeurde toen rebellen plunderend en moordend rondtrokken. Ook Ruths familieleden waren het doelwit. De rebellen stookten het lemmet van hun kapmessen in het vuur witheet en staken het in de keel van Ruths moeder, vader en zus. Vervolgens draaiden ze de messen om en om. De familieleden van Ruth vonden de dood.
Laat Liberia leven!