Miller bouwt een ingewikkeld apparaat. Hij vult een pot met de drie gassen en kokend water. Daar zet hij een elektrische spanning van 60.000 volt op, zodat geregeld minibliksemflitsen door het gasmengsel gaan.
Mislukt
Na een week heeft Miller een roze gekleurde vloeistof, waarin hij aminozuren, de bouwstenen van eiwit, aantreft. Maar geen leven. Experiment mislukt.
Daarbij komt dat wetenschappers nu andere ideeën hebben over de samenstelling van de oeratmosfeer.
Hadden Urey en Miller de juiste atmosfeer gebruikt, dan waren giftige stoffen gevormd, zoals formaldehyde en cyanide. Daaruit kan zeker geen leven voortkomen. Hoe dan ook, het experiment is jammerlijk mislukt. Een paar eiwitten in een prutje nagebootste ‘oersoep’ is nog steeds geen leven.
Oplossing
Evolutionisten weten dat ook. Sommigen zeggen daarom dat het ontstaan van leven niet bij de evolutie hoort. Maar daarmee is hun probleem natuurlijk niet opgelost, want waar komt het leven dan vandaan?
Anderen hebben een nieuw idee: het leven is misschien wel van andere planeten afkomstig. Wanneer de zon op kometen en meteorieten schijnt, ontstaan daarin aminozuren. Ook hier blijft het probleem dat een handvol aminozuren nog steeds geen leven is.
Om te ontwijken dat God het leven geschapen heeft, maakt een evolutionist rare sprongen.
Dit is het elfde deel in een serie over schepping en evolutie.