„De eerste tijd was het hier erg wennen”, zegt Tom in zijn kamer in het behandelcentrum. „Ik moest me aanpassen aan de groep.” Langzamerhand heeft hij z’n draai gevonden. „We hebben een goede sfeer met elkaar. Een aandachtspunt is wel dat de maaltijden en de nachten niet altijd rustig verlopen.”
Dat laatste blijkt een verzachtende uitdrukking voor onder meer diverse incidenten waarbij de politie enkele jongeren tot de orde moest roepen. „We hebben een keer tot halfeen ’s nachts met z’n achten op het dak gezeten. De politie ging ons met zaklampen zoeken, maar kon ons eerst niet vinden. Dat was lachen. Agenten zijn soms zo dom.”
De nachtelijke actie leverde de jongeren een strafmaatregel op. „We moesten een avond op onze kamer zitten”, zegt Tom, die zich hiervan niet onder de indruk toont. „Er gebeurt hier wel vaker wat. We hebben een keer een goede stroomstoring veroorzaakt. Het hele gebouw lag plat. Ook hebben we de woonkamer bezet gehouden en doeken in de fik gestoken.”
Dergelijke acties komen onder meer voort uit verveling, zegt Tom. Naast activiteiten als het wekelijkse groepsgesprek en de equiptraining blijft er tijd over. „Op woensdagavond hebben we fitness. Dat is verplicht. Op donderdag gaan we zwemmen in Leeuwarden. Daar vind ik niks aan. Als je niet meegaat, moet je die avond alleen op je kamer zitten. Dan luister ik muziek. De andere avonden zit ik gewoon op de groep. We vervelen ons soms te pletter.”
Af en toe speelt Tom een machtsspelletje met de leiding. Hij vertelt dat hij op zekere dag een slagersmes uit de keuken ontvreemdde, dit in zijn jas verstopte en er vervolgens met een maatje vandoor ging, richting Leeuwarden. „Na een kwartier stonden er zeven politieauto’s voor onze neus. Ik lag dubbel van het lachen.”
Waarom hij het mes had meegenomen? „Ik wilde bewijzen dat de leiding haar werk niet goed deed”, zegt Tom. „Ik werd vaak geslagen door een van de jongens hier en was boos dat de leiding daar niets aan deed.” Ditmaal liep het niet met een sisser af. „Ik heb een taakstraf gekregen: dertig uur werken op een kinderboerderij.”
Spuugzat
Tijdens de eerste maanden van zijn verblijf bij Jeugdhulp Friesland is er in het leven van Tom het nodige veranderd. Hij heeft de opleiding sport, dienstverlening en veiligheid (sdv) aan een Friese scholengemeenschap zonder diploma verlaten, nadat hij voor de tweede keer aan het vierde jaar was begonnen. „Ik was de leraren spuugzat. Ze moesten mij altijd hebben. Daarom ben ik ermee gestopt.”
Totdat hij aan een nieuwe opleiding begint, gaat Tom naar een educatiecentrum in de buurt. Zijn plan om marechaussee te worden heeft hij vanwege een ernstige enkelbeschadiging, waaraan hij diverse keren werd geopereerd, laten varen. Hij wil nu een leer-werktraject gaan volgen voor de functie van woning-stoffeerder. „Een maatje van mij, die hier ook heeft gezeten, is vloerlegger geworden. Ik vroeg hem of dat een beetje betaalt. Hij zei: „Ja, en het is leuk werk.” Ik ben ook graag met mijn handen bezig. Een combinatie van leren en werken lijkt me wel wat.”
Langzamerhand wordt Tom voorbereid op zijn vertrek uit het behandelcentrum van Jeugdhulp Friesland. „Het was eerst de bedoeling dat ik terug zou gaan naar mijn ouders. Dat gaat toch niet door. Ik ben nu bijna achttien. Dat betekent dat ik na korte tijd weer uit huis zou gaan, omdat ik op m’n achttiende op mezelf wil gaan wonen. Daar werk ik nu rustig naartoe. Ik moet nu bijvoorbeeld één keer per week zelf koken. Dat kan ik best, maar je moet hier alles bewijzen. Dat is altijd het probleem. Ik word vaak onderschat.”