Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Planeten en plutonen

Wat is een planeet? Over die vraag dacht een paar eeuwen geleden niemand na. Elk object aan de sterrenhemel dat in een baan om de zon draaide, kreeg die naam. Nieuwe ontdekkingen brengen die eenvoudige definitie aan het wankelen. Donderdag hopen 2500 sterrenkundigen in Praag na stemming voor eens en voor altijd op papier te zetten wanneer een hemellichaam deze ’titel’ verdient. Dat kan Pluto wel eens de kop kosten.
Honderd jaar geleden was het glashelder. Rond de zon draaien acht planeten. Vier relatief kleine, rotsachtige planeten -Mercurius, Venus, Aarde, Mars- in de buurt van de zon. Verderop cirkelen vier grote gasreuzen - Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. Tussen Mars en Jupiter bevindt zich een gebied waar talloze rotsblokken hun rondjes om de zon draaien. Ceres is met een middellijn van nog geen duizend kilometer het grootste in deze planetoïdengordel.

Dan ontdekt de Amerikaan Clyde Tombaugh in 1930 de negende planeet: Pluto. Een rotsachtige planeet voorbij de baan van Neptunus met een geschatte diameter van 6000 kilometer, half zo groot als de aarde. Ondanks zijn bescheiden afmetingen is Pluto al snel de knuffelplaneet van het publiek. Wellicht mede veroorzaakt door de gelijknamige hond van Mickey Mouse, die naar het hemellichaam is vernoemd.

Sterrenkundigen nemen Pluto enthousiast onder de loep en bemerken dat het hemellichaam zich vreemd gedraagt. Draaien de overige planeten in een relatief cirkelvormige baan en allemaal in nagenoeg hetzelfde vlak om de zon, Pluto doet het anders. Zijn baan staat in een ander vlak, waardoor hij zich soms onder en dan weer boven het baanvlak van de andere planeten bevindt. Ook draait hij geen rondje, maar volgt hij een ellipsvormige baan. Soms kruist hij zelfs het pad van Neptunus.

In de loop van de tijd is de middellijn van Pluto bijgesteld naar een schamele 2300 kilometer. Daarmee vergeleken is ’onze’ maan met 3500 kilometer een reus. Toch is de kille, ijzige steenklomp in de achtertuin van ons zonnestelsel altijd planeet blijven heten. Sinds begin jaren negentig zitten astronomen steeds meer met Pluto in hun maag. Het planeetje blijkt verre van uniek. Voorbij Neptunus blijken meer ’Pluto’s’ te zitten, rotsblokken met middellijnen van vele honderden kilometers. Deze zogenaamde ijsdwergen bevinden zich in de Kuipergordel, vernoemd naar de Nederlandse astronoom die het bestaan van deze objecten heeft voorspeld. In 2003 werd Pluto zelfs rechts ingehaald door UB313 - door ontdekker Mike Brown van het California Institute of Technology Xena genoemd. Xena blijkt volgens metingen met de Hubble Space Telescope zelfs een fractie groter dan Pluto. Geen wonder dat Brown vindt dat ’zijn’ Xena ook de naam planeet waardig is.

Dubbelplaneet
Die verwarring moet afgelopen zijn, vindt de Internationale Astronomische Unie (IAU), een organisatie die onder andere verantwoordelijk is voor de naamgeving van planeten. Afgelopen week heeft een voor dat doel in het leven geroepen werkgroep op een bijeenkomst in Praag een nieuwe definitie van het woord ’planeet’ gepresenteerd.

Wat de werkgroep betreft, blijft Pluto een planeet, maar eigenlijk ook weer niet. Commissielid prof. Owen Gingerich: „In zekere zin voeren we Pluto af van de lijst met klassieke planeten. Maar we promoten het hemellichaam door een nieuwe categorie naar hem te vernoemen: de plutonen.”

Volgens de nieuwe definitie is een planeet een hemellichaam dat rond een ster draait, maar zelf geen ster of maan is. Ook moet het object zo veel massa hebben dat het onder invloed van zijn eigen zwaartekracht nagenoeg bolvormig is. Zo komen er in een klap drie nieuwe planeten bij. Naast de acht ’klassieke planeten’ spreekt de IAU van twee nieuwe planeetgroepen.

Onder de plutonen vallen Pluto en diens maan Charon. Charon is de -relatief grote- maan van Pluto met een middellijn van ongeveer 1200 kilometer, die volgens de nieuwe regels een dubbelplaneet van Pluto wordt. Daarnaast is er dan nog Xena.

De andere groep zijn de grote planetoïden. Ceres, de grootste, wordt in ieder geval een planeet en wellicht zullen er na verder onderzoek nog meer volgen. In de toekomst kan de lijst met planeten tientallen namen gaan bevatten. Of dat echt zal gebeuren, is nog maar de vraag. Aanstaande donderdag mogen astronomen hun stem uitbrengen.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels