Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Pioniers ‘ontdekten’ visolie

 Eskimo in actie. beeld EPA
 1 van 2  

Eskimo in actie. beeld EPA

Visolie dat veel omega 3-vetzuren bevat, is goed voor hart en bloedvaten. Maar hadden we dit geweten zonder de artsen Hans Olov Bang en Jorn Dyerberg? Veertig jaar geleden besloten de twee Denen onderzoek te doen bij de Inuit (eskimo’s) in Groenland. Een reconstructie van een bijzondere ontdekking.
Hans Olov Bang, die in 1994 overleed, was de grote animator van de baanbrekende expeditie. Hij raakte eind jaren zestig gefascineerd door een artikel in het Deense medische tijdschrift Ugeskrift for laeger. Daarin las hij dat eskimo’s in Groenland wel stierven aan tuberculose en infecties, maar niet aan hart- en vaatziekten.

Bang zag twee schijnbaar onverzoenlijke zaken: niet sterven aan vaatziekten, maar wel grote hoeveelheden vet verorberen in de vorm van vooral zeehond- en walvisspek. Groenland, een Deense provincie met zelfbestuur, was bekend terrein voor Bang, die er als jonge arts een mazelenepidemie had helpen bedwingen.

„Laten we naar Groenland gaan en kijken hoe het met hun bloedvetten is gesteld”, zei hij tegen zijn kompaan Dyerberg. Beiden beheersten de nieuwste technieken voor bloedonderzoek en wilden deze graag toepassen.

Ze gingen spoorslag op zoek naar onderzoeksgelden en de beste locatie in Groenland. Ze wilden vooral eskimo’s bezoeken die nog altijd leefden van jacht en visserij, omdat ze ervan uitgingen dat hun bescherming tegen hartziekten iets van doen had met de ongebruikelijk hoge concentratie van vis en vlees in hun dieet.

Daarnaast zochten Bang en Dyerberg naarstig naar een laboratorium waar ze hun bloedmonsters zouden kunnen analyseren. Lipoproteïnen die vet door het lichaam transporteren, vallen binnen 24 uur uiteen. Ze wisten dus dat ze hun bloedtesten vrijwel meteen moesten uitvoeren. Uiteindelijk kozen ze het stadje Umanak als uitvalsbasis.

In augustus 1970 reisden Bang en Dyerberg af naar Groenland. Ze werden vergezeld door techneut Aase Brondum Nielsen. Het plan was de bloedvetten te meten van een groep traditionele eskimo’s en deze vervolgens te vergelijken met de bloedwaarden van een groep Denen in Groenland en een groep eskimo’s in Denemarken.

De ene na de andere traditionele nederzetting werd bezocht. Eenmaal aangekomen, werd de tijd voornamelijk besteed aan koffiedrinken. Een tolk verleende hand- en spandiensten. Doel was steeds in elk geval enkele eskimo’s zo ver te krijgen dat ze de volgende ochtend bloed zouden willen afstaan. En dan graag vóór hun ontbijt en vóórdat de onderzoekers zouden terugzeilen naar Umanak om daar de testen te doen.

Uiteindelijk bleken 130 eskimo’s bereid bloed te laten prikken: 61 mannen en 69 vrouwen.

Nielsen was de eerste die vermoedde dat dit bloed bijzondere eigenschappen had. Zij prikte ’s ochtends de eskimo’s en het viel haar meteen op hoelang het duurde voordat het bloeden stopte. Dit duurde niet twee tot vier minuten, zoals bij de meeste Denen en Amerikanen, maar minstens twee keer zo lang. Na de bloedafname werd meteen het plasma geïsoleerd, waarna het zaak was om binnen twaalf uur in het lab in Umanak te komen.

De uitkomsten brachten onder meer hoge waarden aan het licht voor het HDL (het ‘goede’ cholesterol). Het eerste wetenschappelijke artikel over de Groenlandexpeditie werd daarmee ook de allereerste publicatie waarin hoge HDL-concentraties werden gerapporteerd voor een bevolkingsgroep met een laag risico van hartziekten. Reden waarom deze publicatie nog altijd wordt beschouwd als een ”klassieker”.

Maar daarmee was voor Bang en Dyerberg de kous niet af. Ze besloten de 130 ingevroren monsters nog diepgaander te onderzoeken. „Ik denk dat voorlopig niemand bloedmonsters gaat verzamelen van eskimo’s die leven van jacht en visserij”, zei Bang tegen Dyerberg. „Laten we alles doen wat mogelijk is met deze monsters en de gegevens publiceren, zodat iedereen er kennis van kan nemen. De wereld verandert, dus laat de mensen weten dat de eskimo’s er in 1970 zo uitzagen.”

Het waren welhaast profetische woorden. Binnen twee decennia zouden de verschillen tussen Groenland en landen als Denemarken en de VS bijna volledig verdwijnen voor wat betreft het aantal mensen met hartziekten. De reden laat zich raden: de eskimo’s stapten gaandeweg over op het westerse dieet.

Bij hun verdere analyses vonden Bang en Dyerberg grote hoeveelheden van een vetzuur dat ze niet konden identificeren. De eskimo’s hadden zeven keer zo veel van dit mysterieuze vetzuur in hun bloed als de Denen. Daarop werd besloten een bezoekje te brengen aan Ralph Holman, een Amerikaanse autoriteit op het gebied van vetten. Holman identificeerde het vetzuur als eicosapentaeenzuur (EPA). Daarnaast wist hij ook de naam van een ander voor de Deense onderzoekers nog onbekend vetzuur: docosahexaeenzuur (DHA). Ook dit vetzuur was in hogere concentraties gevonden bij eskimo’s dan bij Denen.

Vooral de grote hoeveelheid EPA in het bloed van de eskimo’s intrigeerde Dyerberg en prikkelde zijn fantasie. Toen hij Holmans lab verliet, bleef hij het woord voor zichzelf herhalen: „Ei-co… ei-co-sa… eicosapentaeenzuur”. Het was niet zijn laatste reis voor het project. Uiteindelijk zou Dyerberg samen met zijn Deense collega’s nog vier keer naar het Umanakdistrict gaan voor aanvullend onderzoek. Het zette visolie definitief op de kaart als gezond en onmisbaar.


Gunstige effecten

In de ”Richtlijnen goede voeding 2006” van de Gezondheidsraad is te lezen dat voor visolie gunstige effecten zijn vastgesteld op verschillende risicofactoren voor hart- en vaatziekten zoals hartritmestoornissen, het serumtriglyceridegehalte, de vaatwandfunctie, ontstekingsreacties en bloedstolling.

De inname van visolie heeft vooral een positieve invloed op het sterfterisico als gevolg van acute hartdood bij mensen die al eerder een hartinfarct hebben doorgemaakt. Dit effect wordt toegeschreven aan het feit dat visolie het risico op (dodelijke) ritmestoornissen verlaagt. Daarnaast zijn er volgens de Gezondheidsraad ook aanwijzingen dat visolie de kans op een herseninfarct vermindert.

De raad wijst er in zijn advies tevens op dat de laatste jaren diverse onderzoeken zijn gepubliceerd waaruit naar voren komt dat visolie een ontstekingsremmende werking heeft.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels