De auto die Bertha in 1888 gebruikt, is een verbeterde versie van de Benz Patent Motorwagen waarop Karl in 1886 patent aanvraagt. De dunne, metalen spaken van de driewieler zijn vervangen door houten exemplaren, de auto is beter bestuurbaar en de topsnelheid ligt rond de 16 kilometer per uur. Overigens zal Bertha haar jongens wel een paar keer van de wagen hebben gestuurd om een handje te helpen. De hellingen zijn niet zelden te steil voor de motorwagen.
Karl Benz weet niets van de avontuurlijke trip van zijn vrouw. Bertha stuurt hem pas een telegram als ze ’s avonds laat veilig aangekomen is bij haar moeder in Pforzheim, ruim 100 kilometer vanaf het vertrekpunt Mannheim. Ze wil met haar trip aantonen dat de vinding van haar man betrouwbaar is en toekomst heeft.
Dat paarden eenmaal vervangen zullen worden door motoren is een visie waarvan Benz al in zijn studententijd overtuigd is. Toch duurt het ruim twintig jaar voordat zijn droom in vervulling gaat.
Na diverse baantjes begint Benz in 1871 voor zichzelf met een IJzergieterij en Mechanische Werkplaats. Omdat de zaken slecht gaan, legt hij zich in 1877 toe op het maken van zogenaamde tweetaktmotoren op benzine. Het patent voor een viertaktmotor is dan al in handen van de Duitse motorenbouwer Deutz. Tweetaktmotoren leveren met twee cilinderbewegingen vrijwel evenveel kracht als een vergelijkbare viertaktmotor waarin de zuigers twee zo vaak op en neer gaan.
Na twee jaar ontwikkelen vraagt Benz patent aan op zijn tweetaktmotor. In 1882 doopt hij de fabriek om tot de vennootschap Gasmotoren-Fabrik Mannheim. Een jaar later houdt Benz het daar voor gezien. Hij heeft met een aandeel van slechts 5 procent veel te weinig in de melk te brokkelen.
Met financiële steun van Max Rose en Friedrich Wilhelm Esslinger richt Benz in 1883 de Benz & Co. Rheinische Gasmotoren-Fabrik op. Hij legt zich geheel toe op het ontwikkelen van een auto en kiest daarbij voor een originele aanpak. Waar concurrent Gottlieb Daimler, zonder dat Benz het weet, rond diezelfde tijd een bestaande koets ombouwt tot motorwagen, begint Benz bij nul. Het resultaat is de Benz Patent Motorwagen, met een zelfontwikkelde viertaktmotor. Het driewielige vehikel heeft met zijn dunne spakenwielen en hoge opstap het meest weg van een kruising tussen een fiets en een koets.
Bezoekers van de motorententoonstelling in München in 1888 zijn enthousiast over Benz’ vinding. Het duurt niet lang of de eerste bestellingen komen binnen, vooral uit Frankrijk. De Parijse motorenfabrikant Emile Roger -die al langer Benzmotoren onder licentie bouwt en de motorwagen aan zijn assortiment toevoegt- produceert en verkoopt enkele tientallen exemplaren.
De introductie in 1893 van een vierwieler, de Velo, blijkt een gouden greep. Voor het eerst zitten de sturende voorwielen niet op één as, zoals bij een koets, maar sturen beide om een eigen draaipunt. In zeven jaar tijd bouwt de Benz & Co. meer dan 1200 exemplaren en is het bedrijf met meer dan 500 werknemers de grootste autofabrikant ter wereld. Karl Benz trekt zich na dit succes terug uit de firma omdat hij zich niet kan vinden in het beleid van z’n medevennoten. Met zijn zonen Euger en Richard richt hij Carl Benz Söhne op, dat van 1906 tot 1923 ongeveer 350 uiterst betrouwbare auto’s produceert.
De gevolgen van de Eerste Wereldoorlog en de concurrentie uit binnen- en buitenland dwingen Benz & Co. in 1926 te fuseren met Daimler-Motoren-Gesellschaft tot Daimler-Benz AG. Daimlers merknaam Mercedes -genoemd naar de dochter van zijn belangrijkste klant en dealer Emil Jellinek- verandert in Mercedes-Benz en de Daimlerster prijkt voortaan ook op de Benzmobielen.
Gottlieb Daimler en Karl Benz hebben elkaar nooit ontmoet, ook al woonden ze nauwelijks 100 kilometer bij elkaar vandaan. In tegenstelling tot Daimler, die in 1900 overlijdt, maakt Benz de opmars van de auto mee. Als hij in 1929 overlijdt, is dit vervoermiddel niet meer weg te denken uit de westerse wereld.
Naam: Karl Friedrich Benz
Geboortedatum: 25 november 1844
Sterfdatum: 4 april 1929
Nationaliteit: Duits
Vernoeming: Mercedes-Benz