Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Piltdownraadsel nog altijd niet opgehelderd

 Charles Dawson en Arthur Smith Woodward bezig met opgravingen in de Piltdowngroeve op 18 december 1912. Op deze datum ontdekten ze de frauduleuze Piltdownschedel. Foto Chris Pearson

Charles Dawson en Arthur Smith Woodward bezig met opgravingen in de Piltdowngroeve op 18 december 1912. Op deze datum ontdekten ze de frauduleuze Piltdownschedel. Foto Chris Pearson

Wat drijft iemand om wetenschappers jarenlang op het verkeerde been te zetten? Grappenmakerij of een doelbewuste actie om een vurig begeerde wens vervuld te krijgen? Het blijft gissen naar de motivatie van de Piltdownbedrieger.
Een arbeider vindt in 1908 in een grindgroeve in het Engelse Piltdown een stuk van een schedel, zo groot als een kokosnoot. Hij levert hem af bij amateur­geoloog Charles Dawson, die gefascineerd raakt door de vondst. Dawson vindt in 1911 zelf ook verschillende schedelresten in de groeve.

De vondsten verhuizen spoedig naar het British Museum. Directeur Arthur Smith Woodward ziet er wel wat in.

Dawson, Woodward en de Franse priester-paleontoloog Pierre Teilhard du Chardin starten in juni 1912 opgravingen in de Piltdowngroeve. Naast schedelresten vinden ze op 18 december een onderkaak, met aapachtige kenmerken. De paleontologen noemen het fossiel Eoanthropus dawsoni of ”dageraadmens van Dawson”.

Woodward is enthousiast. „Het vertegenwoordigt een evolutionaire link tussen aap en mens, want de combinatie tussen een menselijke schedel en een aapachtige onderkaak ondersteunt de opvatting dat menselijke evolutie geleid wordt door de hersenen.” Dawson noemt de vondst het belangrijkste tot nog toe ontdekte fossiel.

Fraude

Vanaf het begin is Woodwards reconstructie van de Piltdownfragmenten sterk aangevochten. Het Royal College stelt met kopieën van dezelfde fragmenten een totaal andere schedel samen – die van een hedendaagse mens. Ondanks deze verschillen rijzen bij geen van de wetenschappers vermoedens over mogelijk bedrog.

Dat duurt echter niet lang. De Franse paleontoloog Marcellin Boule en de Amerikaanse zoöloog Gerrit Smith Miller stellen in 1915 dat de onderkaak afkomstig is van een aap.

Bovendien ontdekt de anatoom Franz Weidenreich al in 1923 dat de schedel aan een hedendaagse mens en de onderkaak aan een orang-oetan heeft toebehoord. Daarmee heeft hij de schedel correct getaxeerd, maar de wetenschap is nog niet rijp voor die conclusie.

Dawson zit intussen niet stil. In 1915 ontdekt hij zijn tweede schedel in de grindgroeve bij Piltdown. De amateurgeoloog beschrijft de vindplaats zo summier, dat deze nauwelijks is te achterhalen. Een jaar later overlijdt hij echter.

De jaren daarna besteden wetenschappers veel tijd en energie aan de Piltdownmens. Er verschijnen naar schatting meer dan 250 wetenschappelijke artikelen, onder meer over de ouderdom van de schedel. Aanvankelijk wijst datering uit dat de schedel 50.000 jaar oud moet zijn. De grindlaag wordt echter gedateerd op 500.000 jaar geleden. Dit betekent dat de Piltdown­schedel ook zo oud moet zijn.

Drie andere wetenschappers publiceren echter in 1953 in The Times dat de Piltdownmens bedrog is. Koolstofdatering wijst uit dat de schedel tussen de 520 en de 720 jaar oud is. Het betreft waarschijnlijk de schedel van een pestslachtoffer dat hier in 1348 begraven is. Pas in 1982 ontdekken wetenschappers dat de onderkaak afkomstig is van een orang-oetan, een apensoort die voorkomt op Borneo in Indonesië. De hoektanden waren subtiel bijgevijld.

Verdachte

Het is nog steeds niet opgehelderd wie verantwoordelijk is geweest voor deze fraude. Personen die daarvoor in aanmerking komen, zijn onder anderen Dawson zelf, Martin Hinton, anatoom van het Natural History Museum in London, en sir Arthur Conan Doyle, arts én auteur van Sherlock Holmes. Een frappant gegeven is dat Conan Doyle dicht bij de groeve woonde. Toch is hij niet de meest in het oog springende verdachte.

Hinton, die wel voor een grap te vinden was, laadde de verdenking op zich toen in een museumdepot een koffer gevonden werd, vol dierlijke botten en tanden die op dezelfde manier bewerkt waren als de Piltdownonderkaak.

Van recentere datum is de verdenking van Charles Dawson. Het bewijs stapelt zich op dat hij meer bedrog heeft gepleegd in de twintig jaar voor hij de Piltdownschedel ontdekte.

Dr. Miles Russell van de Engelse Bournemouth University stelde in 2003 een gedetailleerde lijst samen van de verzameling van Dawson. Hij vond 38 gevallen van kennelijk bedrog, waaronder een tand van het zoogdierachtige reptiel Plagiaulax dawsoni uit 1895. Deze was op dezelfde manier afgevijld als die van de Piltdownkaak. Over de Piltdownvondst merkt Russell op dat het „geen eenmalig bedrog was, maar mogelijk de kroon op zijn levenswerk.” Naar Dawsons motivatie blijft het gissen.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels