„Ik ken de krant al zo’n dertig jaar, maar ben geen abonnee. In de universiteitsbibliotheek in Rotterdam snuffelde ik er vaak in. Vorig jaar heb ik van de hoofdredacteur een jaar lang de krant op de deurmat gekregen als dank voor een toespraak die ik hield op een bezinningsbijeenkomst van de krant.”
Hoe zou u de krant typeren?
„De uiterlijke verzorging is perfect, de nummer één van Nederland. Dat is een groot compliment waard. Taalkundig betrap ik het RD nagenoeg nooit op fouten. Bij NRC Handelsblad zie ik elke dag taalfouten, om over andere dagbladen nog maar te zwijgen. Wat ik ook geweldig vind, zijn de prachtige foto’s -vaak luchtopnamen- van kerkgebouwen in de bijlage Kerkplein.”
En inhoudelijk?
„Het binnenlands nieuws brengt het RD goed en evenwichtig. De krant brengt echter veel te weinig nieuws over Europa, terwijl het RD volgens mij een sterke achterban heeft onder kleine middenstanders, boeren en tuinders. Die mensen moeten zich er veel meer bewust van zijn dat de deuren naar Europa openstaan. Minder belangrijk, maar wel gewenst, vind ik een bredere berichtgeving over cultuur- en muziekgebied dan het RD momenteel doet. De inhoud van die bijlagen blijft te veel steken in orgelmuziek en Bijbelse literatuur.”
Hoe ziet u de toekomst van het RD?
„Alle kranten staan onder druk. Mensen lezen nauwelijks nog iets. Veel kranten nemen de toevlucht tot tabloid, maar dat formaat noem ik geen krant. Voor een gespecialiseerde krant als het RD -met een naar verhouding stabiele achterban- valt het effect van ontlezing mogelijk nog wat mee. Op redactioneel gebied zou het RD wellicht nog wat meer moeten samenwerken met andere christelijke kranten.”