Een is een concrete regel waaraan kinderen zich moeten houden. Normen zijn er niet voor niets: ze hebben te maken met waarden. Een waarde is iets dat nastrevenswaardig is. Voorbeelden van waarden die menig ouder aan zijn kind(eren) wil overdragen zijn eerbied, hulpvaardigheid, beleefdheid, verantwoordelijkheid, betrouwbaarheid en matigheid.
Voor kinderen zijn deze waarden te abstract. Om ze handen en voeten te geven, stellen ouders regels of grenzen. Dit zijn de normen die kinderen concreet tonen waar ze nog goed zitten en waar niet. Via normen worden waarden in concrete gedragsregels vertaald.
Dank u wel
Een norm voor beleefdheid is bijvoorbeeld een hand geven of „dank u wel” zeggen als je iets krijgt. Om kinderen matigheid te leren, kunnen ouders het eten van chips reserveren voor speciale gelegenheden, zoals verjaardagen of zondagen.
Ook hulpvaardigheid is een waarde waarin ouders hun kinderen moeten voorgaan. Zo krijgen opgroeiende kinderen vaak taakjes toegewezen in het huishouden. Hopelijk leren zij dat het fijner is als iemand niet alles in zijn eentje hoeft te doen, maar dat gezinsleden elkaar helpen.
Van mensen met eenzelfde levensbeschouwing mag worden verwacht dat er eenstemmigheid is over de belangrijkste waarden. Bijbelgetrouwe christenouders zullen bovenstaande waarden willen overdragen aan kinderen. Alleen kan de uitwerking in de concrete grenzen verschillen. De een reserveert de zak chips voor bijzondere gelegenheden, een ander trekt ook een zak open als er op een middag een vriendje komt spelen.
Kinderen zien die verschillen en stellen hier vragen over. Dat kan over allerlei dingen gaan: kleding, uitjes, bedtijd, zondagsbesteding, kijken van films, muziek en computergebruik.
Kinderen willen meestal de ruimste grenzen. „Waarom mogen wij maar één uur per dag op de computer? Bij Tim mogen ze veel langer.” „U altijd maar met dat gezeur over de roklengte. Kijk eens naar de dochters van de dominee. Die lopen ook niet allemaal met rokken tot over hun knie!”
Het zou natuurlijk het gemakkelijkst zijn als alle christenen dezelfde normen hanteerden. Zelfs binnen dezelfde kerk is dit echter niet het geval.
Dat is niets nieuws, want dat gebeurde ook al in de tijd van Paulus. De Korinthiërs waren het erover eens: alleen de Heere is God en afgoden zijn niets. Maar er ontstond wel onenigheid over de norm: mag een christen nu wel of geen offervlees eten?
Sommigen zeiden dat dit vlees gewijd was aan de afgoden en dat christenen daarvan absoluut niet mochten eten omdat ze zich dan onder invloed van de afgod brachten. Anderen zeiden: Afgoden bestaan niet, dus dat vlees is gewoon om te eten (Rom. 8).
Om uit deze patstelling te komen, wijst Paulus een weg voor de nieuwtestamentische gemeente. Aan de ene kant geldt dat ieder in zijn eigen geweten verzekerd moet zijn of iets goed is. Aan de andere kant moeten christenen ook met elkaar rekening houden. Iemand mag dus niet zomaar zijn eigen gang gaan, want zodoende kan hij het geweten van de ander bezwaren.
Dvd kijken
Stel, er komt een vriendje spelen en de kinderen vragen of ze een dvd mogen kijken. Stel dat er bij dat vriendje thuis geen films mogen worden gekeken. Is het dan goed om in dit geval toestemming te geven?
Normaal mag het misschien wel, maar God vraagt ons rekening te houden met elkaars geweten. Degene die ruimere grenzen hanteert, moet degene die strakkere normen hanteert niet in verlegenheid brengen.
Omgekeerd maken degenen die nauwere grenzen hanteren mee dat geloofsgenoten veel meer toestaan. Kinderen zien dat en willen de grenzen oprekken. „Belachelijk dat ik op mijn verjaardag geen alcohol mag schenken. Bij niemand van mijn vrienden is dat een probleem. Waarom zijn jullie altijd zo streng?!”
Als het goed is, hebben ouders doordachte overwegingen om bepaalde grenzen te trekken. Ook al maken andere gezinnen andere keuzes, ouders mogen staan voor hun eigen mening.
Vergelijken met anderen stelt de gebruikte normen ter discussie, maar biedt ook de gelegenheid om te praten over het waarom van een grens. „Uit onderzoek blijkt dat alcohol gewoon slecht is zolang hersenen nog niet zijn volgroeid. Daarom vind ik alcohol voor jou echt niet goed.” „Wat een ander ook over roklengte zegt, ik vind dat kleding niet onnodig prikkelend mag zijn.”
Geweten
Ieder moet in zijn geweten verzekerd zijn. Daarbij moet het geweten de toets van de Bijbel en het gezonde verstand kunnen doorstaan. Het kan zijn dat het geweten te nauw is en te veel is gebaseerd op gevoel.
Daarom moeten christenen voor hun levensbeschouwing steeds weer terug naar Gods Woord. Om biddend en onderzoekend normen voor het leven van elke dag vast te stellen. Daarop zijn ouders te bevragen: waarom vinden zij dat zo?
Ouders die gevraagd en ongevraagd uitleg geven, dragen bij aan de gewetensvorming van (hun) kinderen.
Tips
Ga na welke waarden moeten worden overgebracht.
Maak die waarden concreet door middel van normen.
Stel alleen grenzen voor dingen die echt nodig zijn.
Spreek niet alleen over grenzen, maar vooral over achterliggende waarden.
Leg uit waarom de gestelde waarden en normen essentieel zijn.
Leg een regel niet uitputtend uit als een kind er alleen maar onderuit wil komen.
Accepteer dat gezinnen verschillend over normen kunnen denken.
Neem elkaar als gezinnen niet de maat.
Houd rekening met de normen in een ander gezin als een kind komt spelen.