Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Pas op voor het randje

Een cartoon moet schuren, vindt Jan den Ouden. „Anders ontstaat er geen warmte.” Den Ouden maakte tien jaar spotprenten voor het opinieblad CV.Koers en recent leverde hij zeven weken lang cartoons voor de opiniepagina van deze krant. „Ik neem af en toe graag de algemene zelfvoldaanheid in onze kring op de korrel.”
Den Ouden, kunstschilder, tekenaar, grafisch ontwerper en leraar, weet als geen ander hoe gevoelig het maken van spotprenten in reformatorische kring ligt. „Je wordt al snel geconfronteerd met het verwijt dat je geen respect voor anderen hebt. Zo maakte ik een cartoon over de nieuwe bril en het nieuwe kapsel van Balkenende. Prompt kreeg ik als reactie dat we de overheid moeten eerbiedigen. Heb ik dat niet gedaan? Als mijn vader, voor wie ik groot respect heb, met een nieuw kapsel zou binnenkomen, zou ik er ook een grapje over maken. Zo van: Zo pa, met de heggenschaar gevochten?”

Toch is Den Ouden -zijn creaties ontstaan in het atelier achter de woning in Maartensdijk- ook wel eens terecht op z’n vingers getikt, vindt hij zelf. „Voor Koers maakte ik ooit een cartoon over minister Ien Dales. Zij beijverde zich nogal voor de gelijke behandeling van mannen en vrouwen. Toen zij overleden was, tekende ik een kerkhof met een grafsteen met de naam Ien Dales erop, en eronder de woorden: gelijke behandeling. Een harde, maar een eerlijke boodschap, vond ik zelf. Toch keurde Ad de Boer, toenmalige hoofdredacteur van Koers, hem af. Hij vond de tekening te ver gaan. Achteraf denk ik: Hij had gelijk. Een cartoon over iets rond de dood zal ik niet meer maken.”

Nogal wat mensen in reformatorische kring missen de humor om een spotprent op de juiste manier te waarderen, vindt de 49-jarige Den Ouden. „Een cartoon moet je bekijken als iemand die een blik opent. Je weet dat er een scherp randje aan zit, dus moet je daar rekening mee houden. Desondanks snijden sommige mensen zich er iedere keer aan.”

Den Ouden schroomt niet theologisch gevoelige discussies in eigen kring op de korrel te nemen. Hij laat een spotprent over de kwestie-Blaauwendraad zien. „Twee mannen zitten op een bankje gezellig met elkaar te kletsen. Achter hen zie je een huis met een geopend raam en de naam Blaauwendraad. De ene man op het bankje zegt: „Doe dat raam ’ns dicht, het tocht zo!” De ander reageert: „Welnee, lekker fris windje!” Daarmee heb ik de discussie over Blaauwendraad geen onrecht gedaan. Maar een collega op school zei tegen me: „Ik ben diep teleurgesteld. Dit is spotten met de kerk.”

Het is de taak van cartoonisten om te prikkelen, vindt Den Ouden. „Ik probeer mensen weerbaar te maken door hen op een humoristische manier een spiegel voor te houden. Een kennis van mij doet dat ook met zijn twee geadopteerde, bruine kindertjes. Dan zegt hij tegen hen: „Je mag geen jam, je moet hagelslag nemen. Dan blijf je op kleur.” Ik vind dat meesterlijk. Zijn kinderen worden zo voorbereid op opmerkingen die ze op straat over hun huidskleur krijgen. Ze worden weerbaar gemaakt. Dat zie ik ook als de taak van een cartoonist.”

Spotten met religie vindt Den Ouden niet kunnen. „Die Deense tekeningen hadden nooit gepubliceerd moeten worden. Als je met moslims in gesprek wilt komen, moet je beginnen met respect.” Een grapje over religieuze zaken vindt Den Ouden een ander verhaal. „Ik heb ooit een tekening gemaakt van een imam die zich staat aan te kleden en intussen van zijn moeder te horen krijgt: „Jongen, maak je het vandaag niet al te bont in je preek?”

Een goede cartoon vraagt veel voorbereiding, ervaart Den Ouden. Daarom is hij al na zeven weken gestopt met zijn spotprenten voor het RD. „Ik heb er te weinig tijd voor; ik ben er in gedachten constant mee bezig. Tot ’s nachts toe. Ik hoop altijd dat ik niet naar de wc hoef, want dan steekt er een storm op in m’n hoofd.”


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels