Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Paradepaard van de steppe

 De takh, zoals de Mongolen het przewalskipaard noemen, draaft weer op de steppen. Op dit moment leven 284 exemplaren in de vrije natuur. Foto Stichting tot Behoud en ter Bescherming van het Przewalski Paard
 1 van 2  

De takh, zoals de Mongolen het przewalskipaard noemen, draaft weer op de steppen. Op dit moment leven 284 exemplaren in de vrije natuur. Foto Stichting tot Behoud en ter Bescherming van het Przewalski Paard

Mongolen kunnen de wolf wel schieten, het przewalskipaard dragen zij echter op handen. Het laatste wilde exemplaar verdween in 1969, maar dankzij een groep Nederlanders draaft de nationale trots van Mongolië alweer vijftien jaar op de steppen.
De datum staat in het geheugen van Inge Bouman gegrift. Op 5 juni 1992 wachtten honderden Mongolen op de luchthaven van Ulaanbaatar op de terugkeer van hún ”takh”. Als de Iljoesjin-76 in zicht is komt de mensenmassa langs de landingsbaan in beweging. Zodra het Russische vrachtvliegtuig de laadklep opent, laat niemand zich meer door de douanebeambten tegenhouden. Iedereen probeert een glimp van de eerste zestien paarden op te vangen. Onder de klanken van een ”morin khuur”, een tweesnarige viool, takelt een kraan de houten transportkisten op trucks die de dieren naar het 60.000 hectare grote bergsteppereservaat Hustain Nuruu zullen brengen. „Een ontroerend moment”, zegt de gepensioneerde orthopedagoge uit Rotterdam. „Dat hier ooit nog weer przewalskipaarden zouden lopen hadden we nooit durven hopen.”

Samen met haar man Jan (in 1997 overleden) en Annette Groeneveld staat zij in 1977 aan de wieg van de Stichting tot Behoud en ter Bescherming van het Przewalski Paard. Het oerpaard is dan in het wild al uitgestorven, voor de populatie in gevangenschap is het „vijf voor twaalf.” Dertig jaar later stelt Bouman vast dat de toekomst van het nationale symbool van Mongolië er weer rooskleurig uitziet; 7400 kilometer van haar woonplaats galopperen verspreid over drie gebieden in Mongolië 284 przewalskipaarden in de vrije natuur. „Daarvan leven er 186 in het Hustai Nationaal Park. Daarmee zitten we boven de kritische ondergrens van 150 dieren, genoeg om een strenge winter te kunnen overleven. We zijn echter pas minder bezorgd als de populatie uit 400 tot 500 exemplaren bestaat. Dan hebben we ons doel bereikt.”

Schuldgevoel
De reddingsoperatie -een van de schaarse succesvolle herintroducties ter wereld- ging niet zonder slag of stoot. „We ondervonden nogal wat tegenwerking. Maar telkens kwamen we op het juiste tijdstip in contact met de juiste persoon. Niels Halbertsma, de toenmalige directeur van Wereld Natuur Fonds Nederland, zag ons plan wel zitten, al vond hij dat we de dieren niet zomaar de wildernis in konden jagen. „Laat ze in semireservaten geleidelijk wennen aan een leven in de vrije natuur”, was zijn advies. Via hem brachten de WNF-rangers 480.000 gulden op en wij konden van dierentuinen uit Europa en de VS de beste fokdieren kopen. Staatsbosbeheer wilde onze beesten als grasmaaiers gebruiken en stelde enkele natuurterreinen beschikbaar.”

De aanwas van het aantal veulens was zo groot dat er naar een uitzetgebied moet worden omgezien. „In 1986 komt prof. dr. Vladimir Sokolov, voorzitter van de Academie van Wetenschappen te Moskou, op onze weg. Hij zet enkele expedities naar Azië op touw om geschikte terreinen te zoeken. Uiteindelijk rolt Hustain Nuruu als beste uit de bus. De Mongolen, in 1990 verlost van het communistische regiem, reageren heel enthousiast. De takh hoort bij hun cultuur en versterkt het nationaal bewustzijn. Ze hebben ook een schuldgevoel. Het verdwijnen van hun heilige paard was een schande. Bij de terugkeer hadden ze tranen in de ogen, blij dat ze nu het enige wilde paard ter wereld weer terug hebben. Daarom stelden ze direct het gebied Hustain Nuruu beschikbaar. De ongerepte steppe was ooit het jachtterrein van de laatste khan en later een weidereservaat voor de plaatselijke bevolking. In 1997 kreeg het, mede door de aanwezigheid van de takh, de status van Nationaal Park en vijf jaar later riep Unesco het gebied uit tot biosfeerreservaat.”

Vermenging
De leefomstandigheden voor het beschermde paard zijn redelijk spartaans. „Het klimaat is droog, de winters zijn lang en streng. Daarnaast zijn er veel wolven in het park, die niet bejaagd mogen worden. Ondanks hun dertien generaties lange gevangenschap weten de przewalskipaarden zich goed te verdedigen. Toch pakken de wolven elk jaar een kwart van de veulens. Om ze af te schrikken schieten de parkwachters in de lucht.”

Vermenging met huispaarden vormt volgens mevrouw Bouman de grootste bedreiging. „De takh heeft 66 chromosomen, een gewoon paard 64. Hij ruit ook iedere zomer zijn manen en mist een voorlok. Door kruising gaan dergelijke unieke erfelijke eigenschappen verloren. Daarom houden rangers beiden rassen uit elkaar.”

De hulp van de Nederlanders beperkt zich niet tot het przewalskipaard. „De mensen die rond het park leven zijn net zo belangrijk. Zonder hun inzet en medewerking is bescherming van het steppereservaat onmogelijk, maar zelf zijn ze ook van dit gebied afhankelijk. Herders die vroeger hun vee in het park weidden, moeten nu in een bufferzone van 350.000 hectare rond het reservaat aan de kost zien te komen. Overbegrazing is een groot probleem. Daarom helpt de Nederlandse regering families aan leningen en aan alternatieve bronnen van bestaan. Er zijn kaas- en yoghurtfabriekjes gebouwd. Vrouwen schaffen met microkredieten naaimachines aan. De bevolking volgt moestuincursussen en verbouwt in kassen groenten. Er zijn busjes gekocht om kinderen naar school te brengen. Ouderen hebben een fitnessruimte. Dergelijke zaken versterken het draagvlak onder de bevolking.”

De nomaden ontdekken inmiddels zelf dat de takh een belangrijke schakel in het ecosysteem van de steppe is. Ze maken nu onderling afspraken over het beheer van de weiden en de waterbronnen. Daarnaast laten ze toeristen kennismaken met de rijke flora en fauna en met hun cultuur. Een verblijf in een ger, de ronde Mongoolse tent, behoort tot de mogelijkheden. „Sommige eigenaren hebben al geleerd hoe ze voor vegetarische gasten moeten koken. Zo is dankzij het przewalskipaard een geheel nieuwe dynamiek ontstaan.”

Tarpan
Luitenant-kolonel Nikolai Przewalski, door de Russische tsaar op pad gestuurd om de woestijnen van Centraal-Azië te verkennen, denkt in 1879 een tarpan, een uitgestorven paard, te hebben gevonden. De zoöloog Poljakoff, die de schedel en de huid bestudeert, helpt hem uit de droom: dit is een takh, het enige nog in leven zijnde paard in het wild. De ontdekking baart veel opzien, het steppedier wordt handelswaar. Dierentuinen en grootgrondbezitters tonen belangstelling. Tijdens vangexpedities worden de hengsten en de moederdieren afgeschoten. De verweesde veulens gaan op transport naar Europa. Slechts 53 dieren overleven de barre tocht en worden verkocht aan mensen zoals Frans Ernst Blaauw. Deze excentriekeling schaft rond 1900 voor zijn particuliere dierentuin op landgoed Gooilust bij ’s-Graveland een hengst en merrie aan. Naarmate de steppen in cultuur worden gebracht, wordt het przewalskipaard verder de onherbergzamere Gobiwoestijn ingedreven, steeds verder van de waterbronnen vandaan. In 1969 wordt het laatste exemplaar in het wild waargenomen.

Jan en Inge Bouman beseffen dat ook de nog in gevangenschap levende exemplaren gevaar lopen. De onderlinge uitwisseling is minimaal, de inteelt schrikbarend. Hun inmiddels opgerichte stichting weet 385 przewalskipaarden te traceren, verspreid over 75 instellingen in achttien landen. Daaruit wordt een fokgroep samengesteld, zodat tussen 1992 en 2000 84 dieren naar Mongolië kunnen worden gebracht. Hoe de bedreigde diersoort zich daar weet te handhaven, beschrijven Piet Wit en Inge Bouman in ”The Tale of the Przewalski’s Horse - Coming home to Mongolia” (KNNV Uitgeverij, Utrecht, 2006; ISBN 978 90 5011 236 9; 252 blz.; € 49,95). De auteurs attenderen tevens op de rijke fauna, de weelderige flora en de kleurrijke Mongoolse cultuur. De lezer krijgt de neiging direct zijn koffers te pakken! De film van Micaela van Rijckevorsel (met bijzondere historische beelden), als dvd bijgevoegd, maakt deze uitgave extra aantrekkelijk. De stichting doneert de opbrengst van het Engelstalige boek geheel aan het Hustai Nationaal Park.

Informatie over de Stichting tot Behoud en ter Bescherming van het Przewalski Paard: 0186-574493 (dinsdag en woensdag overdag) en www.treemail.nl/takh.)

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels