Pufje
„Van de antivirale middelen weten we dat ze de duur van de ziekte bekorten, de ernst van de ziekte verminderen; ook bij vogelinfluenza in principe. Dat is waarom verschillende landen hebben besloten voor eenderde van de bevolking Tamiflu in te slaan.” De voorraad dient om mensen die ziek worden bij uitbraak van een pandemie te behandelen. „En dan maar hopen dat je de tijd kunt overbruggen tot het vaccin er is.”
Een tweede antiviraal middel is Relenza. „Het punt is dat Relenza wordt toegediend met een pufje. Dat moet je inhaleren en voor bepaalde leeftijdsgroepen is dat moeilijk. Ander probleem is dat het in die vorm maar beperkt houdbaar is; iets van twee tot drie jaar. Je kunt dat niet echt in grote hoeveelheden opslaan.”
Tamiflu is verkrijgbaar als poeder en in de vorm van capsules. „Daarvan weten we dat die vijf jaar houdbaar zijn. Maar het is wel vijftien jaar houdbaar als je dat spul in bulk opslaat en op het moment suprème gaat uitvullen in een drankje of in capsules of wat dan ook. De toedieningswijze en de houdbaarheid zijn dus in het voordeel van Tamiflu.”
Kippeneieren
„Aan dat vaccin zitten ook nog wel wat haken en ogen. Belangrijkste daarvan is dat we de stam nog niet kennen, maar we weten ook niet precies hoe de samenstelling moet zijn. De mens heeft nog geen afweer tegen dat type virus en dan moet het vaccin behoorlijk potent zijn. We weten dat als we het als een gewoon wintergriepvaccin maken, het niet gaat werken. Dat is niet sterk genoeg.”
De huidige griepvaccins worden geproduceerd in bebroede kippeneieren „Deze methode is in de jaren vijftig ontwikkeld en we doen het nog steeds zo. Als je in maand 1 begint, heb je in maand 8 je eerste dosis vaccin voorhanden met de huidige productiecapaciteit, waarbij we in Nederland iets minder dan 20 procent van de bevolking inenten.” De griepprik is bedoeld voor mensen met een grotere kans op longontsteking en andere complicaties als gevolg van de ziekte.
Voor voldoende bescherming tegen een vogelgriepvirus zou een stof die het afweersysteem stimuleert, een adjuvant, toegevoegd moeten worden. „Dat moet nog in de mens worden getest. Dus als de pandemie volgende maand ontstaat, kun je wel zeggen: Over een halfjaar hebben we een vaccin, maar ik moet nog zien dat het dan ook inderdaad werkt.”
Een ander probleem is de capaciteit. „Een kip legt één ei per dag. Je kunt niet tegen die kip zeggen: Ik heb vandaag tien eieren nodig. De productie van bijna 300 miljoen doses per jaar is dus niet zomaar op te schalen.”
De farmaceutische industrie werkt daarom aan het maken van vaccins in celkweek, maar die methode is nog niet geschikt voor algemeen gebruik. Waar het allemaal op vastzit: geld. „Vanuit Europa komt er geen financiering voor dit soort experimenten.”
Osterhaus: „In Europa, waar we 60 tot 70 procent van de influenzavaccins maken, hebben we toch een extra verantwoordelijkheid voor de rest van de wereld, vind ik.”