Marien Visser (21), Apeldoorn
„Verzorgd. Dat vind ik belangrijk. Corina denkt daarom dat ik perfectionistisch ben. En dat is misschien ook wel zo. Maar alleen op het gebied van kleding. Daar heb ik wel iets mee. Met je uiterlijk presenteer je. Je laat iets van jezelf zien.
Als ik Corina zie, denk ik dat ze in een artistiek vak zit. Misschien geeft ze handvaardigheid, of Grieks of Latijn. Door haar kleding creëert ze op een of andere manier wat afstand. 
Misschien omdat het niet heel standaard is wat ze draagt. Dat vind ik trouwens wel leuk. Dat ze dat durft.
Ik weet dat veel mannen een hekel aan winkelen hebben, maar als ik vrij ben, ga ik gerust naar de stad. Dan kijk ik wat er hangt. Daarbij let ik niet alleen maar op wat in de mode is. Ik kijk vooral wat ík mooi vind.
Ik draag graag een pak. Op zaterdag heb ik een bijbaan in een kostuumzaak, dus dan is het sowieso een must, maar ook op zondag trek ik graag een pak aan. Met strop natuurlijk. Of dat niet knelt? Niet als je de goede boordmaat hebt. En na kwartier voel je niet meer dat je er een om hebt.
Ik hou sowieso van pakken die getailleerd zijn. Italiaanse snit zit me goed. Ja, dat zijn wel vaak de iets duurdere merken. Voor schoenen loop ik gerust stad en land af. Een beetje lange schoen zit me het best. Mannenschoenen zijn prijzig. Voor vrouwen kun je in de uitverkoop iets voor drie tientjes aanschaffen, voor mannen zit je al snel rond de 100 euro. Ik werk bij een reclamebureau. Op zaterdag werk ik ook nog, dus ik kan het betalen. Maar ik betrap mezelf er soms wel op dat ik geneigd ben erg veel geld voor kleding uit te trekken.”
Corina Oomen (34), Harskamp
„Leerlingen zeggen soms: „Wat heeft u nú weer aan?” Ze vinden mijn kleding raar, omdat het nogal eens anders is dan wat anderen aantrekken. Ik geef les aan een cluster-4-klas, aan kinderen met gedragsproblemen. Vroeger gaf ik Engels, later kwam daar Grieks en Latijn bij. Nog later ook een aantal uren ”art”; bij het tweetalig onderwijs. Daar viel handvaardigheid onder. Dus wat dat betreft klopt het wel dat Marien dacht dat ik lesgeef in een artistiek vak.

Ik koop graag bij Cora Kemperman. Die heeft een vestiging in Arnhem. Ooit vroeg iemand: „Wil je opvallen of zo?” Maar dat is het niet. Ik draag iets als ik het mooi vind en als ik me er lekker in voel. En dan maakt het me eigenlijk niet uit of dat anders is dan wat anderen dragen.
Mijn kledingkeus is in de klas nog wel eens aanleiding voor een leuk gesprek. Leerlingen vragen dan: „Mevrouw, waarom doet u niet hetzelfde aan als wij? Of ze zeggen: „Ik snap niet dat u dit mooi vindt!” Ik vind het belangrijk om iets van mezelf in m’n kleding te leggen. Dat vind ik ook het leuke aan wat Marien zegt. Hij trekt een pak aan omdat hij dat zélf mooi vindt. Prachtig toch? Of ik dat dan mooi vind of niet, maakt helemaal niets uit. Het lijkt mij zelf afschuwelijk om de hele dag in een strop te moeten lopen. Voor mij geen jasjes. Ik hou niet van kleding die knelt. Kleren moeten lekker los zitten. Comfort is voor mij belangrijk.
Nu draag ik een petticoat onder een jurkje. Ook omdat de jurk anders wel erg kort valt. Ik heb ook een rok met méters stof trouwens. En wat jurken, zo uit de tijd van Jane Austen. In de stad kwam een keer een vrouw heel enthousiast naar me toe met de opmerking: „Wat mooi, u zou zo mee kunnen doen in een film.” Kreeg ik wel even een kleur van. Wat ik leuk vind aan kleding? Als mensen er iets mee doen zodat je nóg een keer moet kijken.”