Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Wie Christus heeft ontmoet, zoekt niet verder

 Dr. Bouter

Dr. Bouter

Hoe kun je zeggen de waarheid te hebben gevonden, als je niet eerst de alternatieven hebt geprobeerd?

Een collega op het werk kan je zomaar vragen: „Hoe weet jij dat je het ware geloof hebt? Je hebt toch nog niet alle godsdiensten met elkaar vergeleken?” Een dergelijke zienswijze heeft iets billijks in zich. Zo iemand geeft ermee aan dat hij de verschillende godsdiensten fair en onbevooroordeeld wil vergelijken. Daarin horen we een insteek van wijsheid en rechtvaardig­heid. Maar werkt dat zo in de praktijk?

Het is verhelderend om eerst te bekijken hoe we het met andere dingen in het leven doen. Bijvoorbeeld als je een nieuwe auto gaat kopen en in een bepaalde klasse de beste wil hebben. Ga je dan alle auto’s uitproberen? Dat gebeurt zelden. Meestal ga je af op autotests en adviezen van anderen en probeer je hooguit nog enkele auto’s uit. Een eigen onderzoek van alle uitvoeringen is praktisch ook heel moeilijk uitvoerbaar.

Anders ligt het als een officiële instantie wil gaan bepalen welke auto in een zekere klasse de beste is. Dan moet ze wel alle auto’s testen en vergelijken om een eindoordeel vast te stellen. Maar in het gewone leven gebeurt dat weinig.

Dat zien we ook bij veel belangrijker zaken. Bijvoorbeeld als een jonge vrouw de man zoekt die de ware voor haar is. Ze gaat niet alle mannen vergelijken, wat een onmogelijke opgave is. Nee, als ze iemand lief krijgt die bij haar blijkt te passen, zal ze hem als de ware voor haar zien. Ze zal beslist geen verkering weigeren omdat ze eerst de desbetreffende man met alle andere mannen vergeleken moet hebben.

We zien dus dat in het gewone leven het principe ”eerst ver­gelijken, dan kiezen” betrekkelijk weinig gestalte krijgt. In veel zaken laten we ons leiden door de adviezen van anderen die we in hun kennis vertrouwen. Ook houden we goed rekening met wat er op onze levensweg komt. Daarbinnen wordt wel vergeleken en gekozen, maar toch heel beperkt.

Toch zijn we daarmee niet klaar met ons probleem. Want iemand zou terecht kunnen tegenwerpen: als we spreken over de verering van God gaat het om het aller­belangrijkste van ons leven. Daarbij is het veel meer dan bij alle anderen dingen van belang om zeker te weten dat je de goede omgang met de ware, levende God hebt! Inderdaad. Hoe moeten we dan met dit punt omgaan? Dat blijkt nogal te verschillen tussen de ene mens of de andere. Het is, denk ik, grofweg mogelijk om hierin drie groepen te onderscheiden: mensen die geen geloof hebben, mensen die een niet-christelijk geloof hebben en mensen die in het christelijk geloof staan.

Mohammed en Boeddha

Eerst mensen die geen geloof hebben. Op het moment dat zij zich aangespoord voelen om God te gaan zoeken, kunnen zij er inderdaad niet omheen om te vergelijken. Dat is echter niet eenvoudig. Om een voorbeeld te noemen: in onze tijd is er veel berichtgeving over misbruik door priesters in de Rooms-Katholieke Kerk. Dat werpt een negatief licht op de gehele christenheid. Toch zal iemand bij een eerlijke vergelijking niet blijven steken in dergelijke feiten. Het christelijk geloof bestraft immers zelf dergelijke vergrijpen als een ernstige zonde. Dat misbruik is iets wat strijdt met het wezen van het christelijk geloof. Een vergelijking zal zich dan ook moeten richten op de persoon van Christus, Zijn wonderen, kruisiging, opstanding, onderwijs en majesteit. En dat in vergelijking met Boeddha, Mohammed en anderen.

Voor mensen met een niet-christelijk geloof ligt het anders. Zij hebben een eigen wijze van vereren van een god of goden. 
Mogen zij zich aan een vergelijking onttrekken? Nee, want Christus zendt het Evangelie wereldwijd tot iedereen. Dat stelt ieder voor de vergelijking van de eigen godsdienst met Christus. De islam roept wereldwijd mensen met een andere godsdienst op om Mohammed te erkennen. Zo worden wereldwijd mensen van andere godsdiensten meer en meer gesteld voor de keuze: Christus of Mohammed. Vooral in Afrika is in bepaalde gebieden deze tweespalt sterk.

De derde groep bestaat uit mensen die al in het christelijk geloof staan. Moeten zij ook vergelijken? De gelijkheidsgedachte die de samenleving tegenwoordig in haar greep heeft, zou daarop ja antwoorden. Het punt is echter dat wij in de persoon van Christus de Zoon van God ontmoeten, in Wie God Zich in heiligheid en liefde bekendmaakt. In Hem laat God Zich in het hart zien. Hoger kan een mens nooit komen. Wie dan ook Christus heeft leren kennen, weet dat hij op aarde nooit rijker toegang tot God kan vinden.

Daar komt bij: in de persoon van Christus stroomt de liefde van God uit. Opzoekende liefde tot ons mensen als zondaren. Deze overvloedige liefde wekt wederliefde op. Zo ontstaat er een liefdeband waar niemand meer tussen kan komen. De Heilige Geest verheerlijkt zo Christus en verenigt God en mens. Daar is geen vergelijking voor nodig. Omdat het werkelijk­heid is. De mens mag dan in zekere zin staan op de top van 
de heilige berg.

Onvatbaar

Is dan voor een christen het vergelijken met andere godsdiensten verkeerd? Nee, want het is goed om op de hoogte te zijn van wat anderen beweegt. Soms kun je ook met veel respect iemand van een andere godsdienst bezien. Bijvoorbeeld als een moslim zich trouw houdt aan de ramadan en trouw zijn gebeden opzegt. Is dat niet beschamend voor christenen die slordig omgaan met het gebed?

Bovendien maakt juist de ver­gelijking met andere godsdiensten een christen alleen maar vaster in het geloof. Want tegenover Boeddha en Mohammed komen de grootheid en heerlijkheid en liefde van Christus alleen maar rijker naar voren. In Zijn menswording om één met ons te worden. In Zijn liefdevol opzoeken van zondaren. In Zijn genezen van zieken en misvormden. In Zijn vrijwillig ingaan van het lijden. In Zijn glorierijke opstanding en hemelvaart. In Zijn plaats aan de rechterhand van de Vader. Hem te kennen betekent dan ook: onvatbaar raken voor alle andere goden en godsdiensten.

Wat moet je nog met een ander, als deze Christus je Heere is? Je kunt dan zeker andere gods­diensten onderzoeken, dingen ervan waarderen en de aanhangers ervan respecteren. Maar je doet zoals een getrouwde man omgaat met andere vrouwen: hoffelijk en behulpzaam. Maar getrouwd is hij maar met één: die heeft zijn hart, die alleen is de ware.

Dr. P. F. Bouter, hervormd predikant te 
Bodegraven
Heeft u een vraag voor deze rubriek of wilt u reageren? weerwoord@refdag.nl


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek