Werkende ouders hebben voorzieningen nodig voor het combineren van werken en zorg, is het uitgangspunt voor de regering: beide ouders moeten volledig kunnen participeren op de arbeidsmarkt. Zo wordt bepleit dat ouders in hun mogelijkheden en ambities op de arbeidsmarkt niet belemmerd mogen worden door de zorg voor hun kinderen.
Met name de motivatie en de uitgangspunten achter deze wet geven een wrange smaak. De primaire taak van de ouders ten opzichte van de kinderen is minder belangrijk dan de eigen ambitie en carrièremogelijkheden. Hiermee is dit wetsvoorstel niet zozeer een technische aangelegenheid die geregeld moet worden, het tast de hoeksteen van de samenleving in de kern aan: er wordt ernstig tekortgedaan aan het belang van de relaties in het gezin.
Deze gedachten zijn in strijd met wat Gods Woord ons leert over de relatie tussen ouders en kinderen en de zorgtaak van de ouders ten behoeve van de kinderen. Hiermee raakt deze nieuwe wetgeving principiële punten. Zij ademt een sfeer van verdergaande individualisering. De verbondenheid, gezamenlijke verantwoordelijkheid en trouw zoals het huwelijk die kent komen in schril contrast te staan met de gewenste economische zelfstandigheid van beide partners.
Het is onbegrijpelijk dat deze kernzaken in onze samenleving, zowel het huwelijk als het gezin, zo makkelijk worden ingeleverd voor individualistisch denken.
Sterk
Als reformatorische zuil moeten we ons sterk maken voor de positie van het gezin, de waardering voor het gezin, de onmisbare en gewaardeerde positie van de moeders. Onlosmakelijk is hieraan verbonden de taak van de vaders. Hun taak is niet alleen buitenshuis! Ook vaders hebben een zorgtaak thuis. Dat dit expliciet wordt benadrukt, is niet altijd overbodig.
Natuurlijk zijn er situaties denkbaar en verantwoord waarin arbeid en zorg te combineren zijn. Daarbij hangt veel af van de omstandigheden en persoonlijke afwegingen. In het zogenaamde anderhalfverdienersmodel worden taken tussen vader en moeder zodanig verdeeld dat beiden én de zorg voor de kinderen dragen én kunnen participeren in de arbeidsmarkt. Zowel de vader als de moeder heeft hierin een geheel eigen en specifieke verantwoordelijkheid.
Veranderingen in de samenleving, bijvoorbeeld van financieel-economische aard, zijn ook factoren die meewegen in de keuzes die we moeten maken. Arbeidsparticipatie vindt plaats uit betrokkenheid bij de desbetreffende sector, alsook om betrokken te blijven bij ontwikkelingen. Zo kunnen er ook psychosociale of medische redenen zijn om aan het arbeidsproces deel te nemen.
Deze argumenten zijn actueel en geven aan dat de positie van het gezin, om geheel uiteenlopende argumenten, onder druk staat.
Bijzondere zorg en aandacht vragen de eenoudergezinnen. Door de verplichte combinatie van zorg en arbeid is het belangrijk dat hier adequate opvang en ondersteuning geboden wordt. Voor de christelijke gemeenten ligt hier een taak.
Bezinnen
De Nederlandse samenleving is veranderd. Ons aandeel in die samenleving gaat nog verder veranderen. Als reformatorische zuil vormen we een minderheid met een gedachtegoed dat in de samenleving weinig weerklank vindt.
De ontwikkeling van de positie van de reformatorische zuil te midden van een veranderende samenleving vraagt om bezinning op onze plaats en opdracht in deze samenleving. Wel in deze wereld, maar niet van deze wereld. Maar hoe geven we dat gestalte? Deze en andere ontwikkelingen moeten drijfveren zijn voor de reformatorische zuil om meer de eenheid te zoeken en in gezamenlijkheid te functioneren. Er is visievorming nodig op wat de reformatorische zuil nodig heeft om staande te kunnen blijven.
De realiteit is dat we vaak alleen reageren op incidentele ontwikkelingen. Zodra er nieuwe wetgeving komt die ook het bijzonder onderwijs raakt, veren we op. Ontbreekt het aan een toekomstvisie? In gezamenlijkheid zal echter hieraan gewerkt moeten worden. Meer dan ooit hebben we elkaar (kerk-gezin-school) nodig!
Het kind centraal
De vraag is: Wat zijn de behoeften van het kind? Aan de primaire behoeften van het kind -de ontvangst thuis, de warmte van het gezin- wordt door middel van deze wetgeving voorbijgegaan. Moet een dagarrangement tussen 7.30 en 19.30 uur van opvang, onderwijs, sport en muziek in de behoeften van het kind voorzien? Wat zijn de gevolgen hiervan voor het kind en voor de relatie met de ouders? Dat baart zorgen!
Het zal dus voor de scholen die aan de slag moeten met de uitvoering van deze wetgeving niet eenvoudig zijn om een kindvriendelijk en tevens adequaat systeem te vinden waarbij het kind centraal staat. Het is mogelijk om als school het makelaarsmodel toe te passen. Daarbij verwijst de school de ouders naar een kinderdagverblijf of naar een gastoudergezin. Als we dit binnen de kring van de eigen identiteit willen realiseren, zullen we ook gastoudergezinnen vanuit onze achterban nodig hebben.
Voor een kind is het opbouwen van duurzame relaties erg belangrijk. Gelet op de opdracht van beide ouders het kind op te voeden, is het uiteraard aan te bevelen dat de vader bij afwezigheid van de moeder in de eerste plaats de zorg voor het kind overneemt. Maar als dat niet mogelijk is, zijn oma’s, opa’s of andere relaties goede alternatieven.
Voor alles is het van belang dat ouders de opvang van hun kind principieel kunnen verantwoorden in het licht van Gods Woord.
De auteur is adviseur bij de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS) en directeur van een basisschool.