Daarmee zijn de problemen in de financiële sector definitief over de oceaan in Nederland geland. Eerder hadden al diverse grote banknamen het loodje gelegd in het land van de ongekende kapitalistische mogelijkheden. Nota bene een Republikeins neoconservatief bewind heeft een groot nationalistisch reddingsplan bedacht.
De 18e-eeuwse Britse filosoof en econoom Adam Smith wordt gezien als de vader van de moderne economie. Hij schreef in 1776 het boek ”Wealth of Nations”, waarin hij een lans brak voor het vrijemarktmechanisme. Hij leverde daarnaast een belangrijke bijdrage aan de economische wetenschappen door te wijzen op het belang van arbeidsdeling en specialisatie, maar ook de rol van de overheid in de economie.
Zijn gedachtegoed is onlosmakelijk verbonden met de liberale economische filosofie. De markt zorgt er via een „onzichtbare hand” voor dat het resultaat van de welbegrepen eigenbelangen van elke persoon gezamenlijk het hoogste maatschappelijke resultaat oplevert. Hoe minder bemoeienis van de staat, hoe beter, wat een optimaal evenwicht en maximale waarde moet opleveren.
Tegenkrachten
In het Westen is een samenleving ontstaan die concurrentie op de vrije markt in moreel aanvaardbare en wettige banen leidt door middel van een democratische staatsstructuur. Abraham Kuyper schreef in 1898 in zijn aan de universiteit van Princeton (VS) gehouden Stonelezing over ”Het Calvinisme en de staatkunde” dat een staat met regels noodzakelijk is om de zonde te beteugelen. Deze maatschappelijke structuur is een neerslag van vele eeuwen, waarin de collectieve zeden zijn afgeleid van de joods-christelijke moraal, nauw verbonden met principes uit het Romeinse recht.
Dit gaf een zekere mate van bescherming tegen uitwassen. Echter, de huidige secularisering en de globalisering van het kapitalisme hollen traditionele waardesystemen uit. Men vergeet veelal dat het maatschappelijk systeem gebaseerd op de vrije markt van Smith ook waarden zoals menselijkheid, rechtvaardigheid, zorg en aandacht voor de publieke zaak heeft meegekregen.
De problemen in de financiële sector zijn daarom geen uitwassen of excessen van het vrijemarktsysteem. Dat heeft juist niet goed gefunctioneerd door onzorgvuldigheid, nalatigheid of zelfs corruptie.
Om de problemen binnen het als meedogenloos ervaren kapitalisme het hoofd te bieden, is de toekomst niet aan de onzichtbare hand van de vrije markt, maar aan zichtbare, weldenkende burgers die zich gevoed weten door conservatieve religieuze en morele tegenkrachten. De recente problemen laten zien dat een herbronning noodzakelijk is voor de geseculariseerde mens om zijn beperkingen te kennen en zijn ongebreideldheid in te tomen.
Fatsoen
Een open bedrijfscultuur, invoelingsvermogen in klanten, openstaan voor geluiden van de werkvloer en levenswijsheid van management om juiste samenhang te scheppen in de cultuur tussen bedrijfsonderdelen zijn van essentieel belang. Wanneer dit ontbreekt, is het niet verwonderlijk dat de top van het bedrijf in een ”waan van de macht” raakt.
Men stijgt al hoger ten top en wordt zich pas weer bewust van de bodem als men niet al te zachtzinnig daarop belandt. De beursindexen bepalen namelijk niet het bedrijfsresultaat, maar de interacties tussen de diverse belanghebbenden van de onderneming, zoals klanten, werknemers en leveranciers.
Op het in 1949 door De Nederlandsche Bank uitgegeven 25 guldenbiljet staat een portret van koning Salomo met een tekst uit Spreuken: „Er is een, die uitstrooit, denwelken nog meer toegedaan wordt; en een, die meer inhoudt dan recht is, maar het is tot gebrek” (Spr. 11:24). Vrij vertaald naar de huidige gebeurtenissen op de financiële markten: wie ook financieel aan zijn medemensen denkt, zal eigenlijk nooit tekortkomen. Maar wie onrechtmatig geld vergaart, zal gebrek lijden. Geen gebrek aan geld, maar aan fatsoen, moreel fatsoen dat aan iemands persoonlijkheid en naam is verbonden.
Er lijkt een kentering in ondernemend Nederland te komen en de wal lijkt het schip te gaan keren. Het is al niet zo modern meer om te spreken over ”shareholders value”, dus alleen aandacht voor een maximale beurskoers. Aandacht voor product, klant en werknemer in wat maatschappelijk verantwoord ondernemen heet, komen weer nadrukkelijker naar voren, wat op lange termijn het beste rendement oplevert voor de burger, de consument en ook voor de aandeelhouder.
De auteur is econoom. Een uitgebreidere versie van dit artikel verschijnt binnenkort in Zicht, het kwartaalblad van de Guido de Brès-Stichting, het wetenschappelijk instituut voor de SGP.