Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Visie politiek en kerk nodig op islam

 ...kerken mogen en kunnen niet zwijgen...

...kerken mogen en kunnen niet zwijgen...

Zowel in de politiek als in de kerk ontbreekt het aan een duidelijke visie op de islam, stelt Evert-Jan Brouwer dinsdag in een lezing op de Haamstedeconferentie. Hieronder een samenvatting van zijn betoog.
Volgens recente berekeningen is de islam procentueel de snelst groeiende godsdienst ter wereld. Van de 6,6 miljard wereldburgers noemt 1,4 miljard zich moslim. Dit aantal groeit momenteel met 1,8 procent per jaar. Ook in Europa zien we een gestage groei van het aantal moslims. In Nederland is het aantal moslims in vijftien jaar tijd gegroeid van 450.000 in 1990 tot ruim 1 miljoen in 2005. De groeicurve van de islam in Nederland is dusdanig gestaag, dat er in 2020 minimaal 1,5 miljoen Nederlandse burgers moslim zullen zijn. Dit terwijl door secularisatie het aantal westerse christenen juist afneemt.

Vaak wordt de vraag opgeworpen of er sprake is van een botsing van beschavingen. Wanneer kan men daarvan spreken? Nog niet als twee groepen burgers met twee waardenpatronen of religies in één land samenleven. Er zijn tal van voorbeelden dat groepen met verschillende opvattingen binnen een samenleving vreedzaam met elkaar omgaan. De botsing tussen beschavingen ontstaat pas wanneer er onderlinge spanningen tussen de groepen ontstaan. Let wel: er hoeft feitelijk van een botsing nog niet eens sprake te zijn, terwijl er wel een botsing van beschavingen ervaren wordt. Beelden zijn vaak heel belangrijk in het debat over de botsing van beschavingen.

Niet wegpoetsen
Is er sprake van zo’n botsing van beschavingen? Op theologisch niveau staat de islam inderdaad in diverse opzichten haaks op de joods-christelijke cultuur van het Westen. Denk aan de uiteenlopende visies op het gebruik van geweld voor religieuze doelen, de verhouding tussen kerk c.q. moskee en staat, de positie van vrouwen of de behandeling van homoseksuelen. We mogen die theologische en inhoudelijke verschillen niet wegpoetsen of negeren.

De botsing van beschavingen gaat ook Nederland niet voorbij. In zijn meest extreme vorm zagen we dat bij de rituele moord op Theo van Gogh en de reactie van autochtone Nederlanders daarop. In minder fysieke vorm nemen we die botsing waar op internet, waar radicale moslimjongeren Geert Wilders met de dood bedreigen of Joden uitmaken voor nog veel erger dan rotte vis. Of daar waar moslims ex-moslims fysiek mishandelen en met de dood bedreigen. In een zwakkere vorm zien we de botsing daar waar islamitische studenten geweerd worden van stageplaatsen of geen baan kunnen vinden, louter omdat ze moslim zijn.

De discussie over de botsing tussen de islamitische en de westerse dan wel christelijke beschaving wordt ook in de Nederlandse politiek gevoerd. Onlangs herleefde het wat ingedutte islamdebat voor een ogenblik, toen minister Vogelaar stelde dat de islam zich zo diep in de Nederlandse samenleving nestelt, dat op den duur gesproken kan worden van een ”joods-christelijk-islamitische traditie”. Uit de reacties daarop bleek dat diverse politieke partijen een botsing van beschavingen ervaren tussen de islam aan de ene kant en de joods-christelijke dan wel westerse cultuur aan de andere kant.

Toekomstscenario’s
De geschetste ontwikkelingen roepen sterk de vraag op wat de nabije toekomst ons brengen kan. Welke scenario’s zijn denkbaar? De Amerikaanse islamkenner Daniel Pipes noemt drie opties voor Europa.

1. Het eerste scenario is overheersing van West-Europa door moslims. Twee argumenten pleiten voor dit scenario. Ten eerste weten Europeanen niet meer waarvoor ze staan. Ze gaan ten onder aan cultuurrelativisme, politieke correctheid en zelfvernedering, tegenover de moslims die vurig en met overtuiging hun geloof verdedigen. Ten tweede is er de demografische factor. Een belangrijk argument tegen dit scenario -door Pipes niet genoemd- is dat zich onder moslims in Europa een proces van verwestersing voltrekt.

2. Het tweede scenario is verwerping van moslims door de autochtone bevolkingen. Door de groeiende spanning tussen moslims en westerlingen winnen partijen die opkomen voor nationale identiteit, recht en orde aan invloed. Hoewel dergelijke bewegingen nog te klein zijn om daadwerkelijk macht uit te oefenen, mogen we hun potentieel niet uitvlakken. Bij blijvende spanningen kunnen zij rekenen op groeiende steun.

3. Het derde scenario dat Daniel Pipes noemt, is integratie van moslims. Hij acht dat een optimistisch scenario, dat weinig fundament heeft. Hij wijst er terecht op dat onder moslims juist steeds meer gevoelens van vervreemding ontstaan. Anderzijds kan niet ontkend worden dat tal van moslims zich verzoend hebben met de vrije, democratische samenlevingen van het Westen, op welke manier zij dit dan ook voor zichzelf theologisch rechtvaardigen.

Naar mijn mening kenmerkt een zekere eenzijdigheid elk van deze scenario’s en ligt een complexer toekomstbeeld voor de hand. Ik noem enkele elementen:

Vanwege de genoemde demografische ontwikkelingen en de religieuze behoeften die moslims ook in het westen willen bevredigen, zal de islam zich steeds nadrukkelijker manifesteren in onze samenleving.

Het radicaliseringsproces onder een deel van de moslims in West-Europa, maar ook het internationale islamitische terrorisme houden overheid en samenleving in de greep en nopen tot drastische veiligheidsmaatregelen. Ook zorgen ze voor een aanhoudend negatief imago van de islam. Een vruchtbaar en open debat over de islam is als gevolg daarvan niet of nauwelijks mogelijk.

Vanwege falende integratie onder een deel van de moslimpopulatie en vanwege hun concentratie in de grote steden, ontstaan er islamitische getto’s waarop overheden de greep verliezen.

Een groter deel van de moslims integreert redelijk tot goed. Hun loyaliteit aan de westerse cultuur kan echter in tijden van crisis omslaan.

Ondertussen voert de politiek geen eenduidig beleid. Door de jaren heen schippert men tussen pacificatiepolitiek en confrontatiepolitiek.

Politiek
Hoe moeten we vanuit politiek en kerk reageren op de islam? Kijken we eerst naar de regering. Deze opereert sterk vanuit het beginsel van scheiding tussen kerk en staat en vanuit het beginsel van overheidsneutraliteit. Inhoudelijke uitspraken over de islam wil de overheid niet doen. Weliswaar wordt het gedachtegoed van radicale groeperingen intensief bestudeerd, maar ten onrechte wordt dat zorgvuldig losgepeld van het grotere geheel van de islam.

Kijken we naar de publicaties van politieke partijen, dan kan in alle eerlijkheid vastgesteld worden dat op de SGP na geen enkele partij zich systematisch bezonnen heeft op de islam. Niet dat partijen geen herkenbare standpunten hebben, maar op welke inhoudelijke analyse zij gebaseerd zijn, is vaak niet duidelijk.

Het Bijbelse uitgangspunt dat de SGP kiest, en dat ik van harte deel, is de roeping van de overheid om als dienares van God het land te regeren. Langs legale weg moeten gezagsdragers zich ervoor inzetten Bijbelse waarden en normen te vertalen in wetten en beleid. Dat wil niet zeggen dat de overheid mensen kan dwingen christen te worden. Maar het houdt wel in dat de overheid grenzen stelt aan de publieke uitingen van andere religies.

Zeker, het is een hooggegrepen ideaal, maar het gaat wel terug op de Bijbel en de calvinistische reformatie. Dit ideaal is leidend voor Bijbelgetrouwe politici. Numeriek vormen zij een onbetekenende minderheid en hebben zij te maken met wettelijke kaders die op gespannen voet staan met dat ideaal. Vaak vinden zij slechts steun van anderen als het aankomt op het bestrijden van uitwassen van de islam. Maar zolang zij zich eerlijk blijven uitspreken over de samenleving die hen uiteindelijk voor ogen staat, kunnen zij voor het geringe resultaat van hun optreden niet verantwoordelijk worden gehouden.

Gemakkelijk is deze positie ondertussen niet. Immers, zolang het ideaal ver verwijderd blijft en zolang een geestelijk reveil uitblijft, zijn christenen toch ook geroepen vreedzaam samen te leven met moslims en dient een ordelijk burgerlijk leven nagestreefd te worden. Het kan nodig zijn om uit louter pragmatische overwegingen maatregelen te steunen die bevorderen dat de islam in Nederland zijn scherpe kantjes verliest en die radicalisering tegengaan. De kunst is om soms dat pragmatisme te betrachten zonder vaag te worden over je eigen standpunten of je eigen waarden en normen te relativeren.

Synode-uitspraken
Van de politiek naar de kerk. Over de kerk kun je op verschillende manieren spreken: als instituut, als plaatselijke gemeente, en als individuele leden.

De kerk als instituut kan leeruitspraken doen, standpunten innemen en visies ontwikkelen die dienstig zijn voor de plaatselijke gemeenten. Het is opvallend dat kerken tot op heden behoorlijk zwijgzaam zijn over de islam. Kerkverbanden of synodes spreken zich niet of nauwelijks over het thema uit, zeker niet in de reformatorische hoek. Lang kan daar eigenlijk niet meer mee gewacht worden. De confrontatie met de islam vindt immers permanent plaats? Over Israël en het Joodse volk hebben de meeste kerkverbanden zich al uitgelaten, maar over de islam nog niet.

In een tijd dat de Nederlandse samenleving in een geestelijk vacuüm verkeert, en zowel de islam als een liberaal hedonisme dat gat proberen te vullen, kunnen en mogen de kerken niet zwijgen. Door zich ook over de islam uit te spreken, geven de kerken geestelijk leiding aan hun leden, maar kwijten zij zich ook van hun getuigende taak in de samenleving. Nederlandse kerken kunnen in zeker opzicht een voorbeeld nemen aan de Evangelische Kirche Deutschlands, die regelmatig stevige rapporten uitbrengt over de islam. Het zou goed zijn als Nederlandse kerken daar kennis van namen.

Op het niveau van het plaatselijke gemeenteleven is de confrontatie met de islam soms heel concreet. Bij het evangelisatiewerk komen heel wat kerkleden rechtstreeks in aanraking met moslims. Afhankelijk van de plaatselijke situatie kan het wenselijk zijn om moslims te zien als een speciale doelgroep. Het is van belang dat gemeenteleden die ontmoeting met moslims niet onvoorbereid aangaan. Bestudering van de islamitische geloofsleer en van culturele verschillen is nodig om het gesprek aan te kunnen. Juist hier kunnen handreikingen van landelijke kerkverbanden een grote dienst bewijzen.

Leer en leven
Als laatste is er het niveau van de individuele gemeenteleden die op het werk, in de buurt of op school moslims ontmoeten. Als het ergens aankomt op de persoonlijke verhouding met God en de worteling in de Schrift, dan hier. Misschien nog belangrijker dan de vrijmoedigheid om met anderen het gesprek aan te gaan, is de eenheid tussen leer en leven, tussen opvattingen en optreden. Net als veel christenen leiden veel moslims een dubbelleven. Een christen maakt indruk en geeft een getuigenis af als dat bij hem anders is. Daarnaast zullen ook het uitkomen voor de persoonlijke relatie met God en de zekerheid over het heil in Christus indruk maken. Een moslim mist die persoonlijke relatie met zijn god en evenzo de zekerheid over zijn eeuwig lot.

Afsluitend wil ik onderstrepen dat kerk en politiek een duidelijk verschillende taak hebben. De politiek is gericht op een vreedzaam en ordelijk leven. De taak van de kerk is primair het winnen van mensen voor Koning Jezus, wat ook de consequenties zijn. Ik heb het over toekomstscenario’s gehad, maar we hebben de toekomst niet in eigen hand. De toekomst kan er ook een zijn van lijden. Ik eindig daarom met wat de Britse predikant en schrijver David Pawson treffend schrijft in zijn boek ”De uitdaging van de islam voor christenen” (2003), dat we uit natuurlijke bezorgdheid al gauw de vraag stellen: „Zullen we overleven?” of „Zullen we moeten lijden?” Hij zegt dat dit uiteindelijk vleselijke vragen zijn en houdt de kerk de spiegel voor of zij, ongeacht de toekomst, zichzelf de wezenlijke vraag eerlijk blijft stellen: „Zullen wij anderen redden?”

De auteur is lobbyist voor Woord en Daad en was tot voor kort werkzaam als beleidsmedewerker integratiebeleid voor de SGP-fractie in de Tweede Kamer.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek