Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Verkoop leegstaande kerk aan migrantengemeente

 „Wat zou het een geweldig getuigenis van Gods wonderbare trouw zijn als alle leeglopende Nederlandse kerken weer bevolkt zouden worden door christenen die vanuit Azië, Afrika en Zuid Amerika naar ons land zijn gekomen.” Foto RD,Henk VisscheR

„Wat zou het een geweldig getuigenis van Gods wonderbare trouw zijn als alle leeglopende Nederlandse kerken weer bevolkt zouden worden door christenen die vanuit Azië, Afrika en Zuid Amerika naar ons land zijn gekomen.” Foto RD,Henk VisscheR

Het Jaar van het Religieus Erfgoed is donderdag officieel van start gegaan. A. Fraanje pleit ervoor leegstaande kerkgebouwen niet te verkopen aan de hoogstbiedende projectontwikkelaar, maar aan snelgroeiende evangelische en migrantengemeenten. Zo blijft de kerk zichtbaarder in het straatbeeld.
„Naar schatting gaat er elke maand wel ergens in Nederland een kerkgebouw tegen de vlakte”, las ik in het RD van donderdag. Dat is een trieste zaak en het verheugt me dat er in het Jaar van het Religieus Erfgoed serieus wordt nagedacht over wat er behouden kan worden.

In de 45 jaar die ik in Den Haag woon, zijn er in deze stad bijna veertig kerkgebouwen „aan de eredienst onttrokken”, zoals men dat noemt. Sommige zijn afgebroken, andere hebben een nieuwe bestemming gekregen.

In dezelfde periode zijn er enkele tientallen evangelische gemeenten en ongeveer vijftig migrantenkerken bij gekomen. Bovendien 38 moskeeën. Het verschil is dat de komst van de moskeeën te zien is, terwijl de evangelische en de migrantenkerken niet zichtbaar zijn in het straatbeeld. Ze hebben doorgaans geen geld voor een eigen gebouw en houden hun erediensten in zaaltjes, gymnastieklokalen of buurthuizen, of zijn te gast in het gebouw van een Nederlandse gemeente.

Wat het meest opvalt, is het grote gemak waarmee de meeste kerkbesturen hun gebouwen van de hand doen aan de meestbiedende. Meestal is dat een projectontwikkelaar, die het gebouw zo snel mogelijk afbreekt om er dure appartementen voor in de plaats te zetten. Het kerkbestuur is blij, want het heeft weer flink wat geld in kas waarmee het nog enkele jaren een predikantsplaats kan bekostigen.

Eén ding ziet men over het hoofd en dat is de vraag: Van wie is dat kerkgebouw eigenlijk? Ik ben van mening dat het van God is. De gelovigen die destijds het geld opbrachten voor de bouw, deden dat om „een huis voor God” te bouwen. Een plaats waar de gemeente des Heeren samenkomt om Gods Woord te beluisteren en Zijn Naam te eren. Als degenen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van het kerkgebouw dat beseften, bedachten ze zich dan niet tien keer voordat ze zouden besluiten het godshuis te verkwanselen om er een tentoonstellingshal, garage, supermarkt of buurthuis van te maken?

Getuigenis
Wat zou het een geweldig getuigenis van Gods wonderbare trouw zijn als alle leeglopende Nederlandse kerken weer bevolkt zouden worden door christenen die vanuit Azië, Afrika en Zuid-Amerika naar ons land zijn gekomen. Dan zouden de godshuizen zichtbaar kunnen blijven in het stadsbeeld, en wat belangrijker is: het Woord Gods zou er iedere zondag klinken. Wie weet zouden dan ook veel afgedwaalde Nederlanders de weg naar God terugvinden.

De auteur woont en kerkt in Den Haag.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek