Van deze uitspraken is slechts de eerste (de JSF is zwaarder) zonder meer waar. Kosten zijn niet mijn vakgebied, maar ik verwijs hier naar de brief aan de Tweede Kamer, waarin hierover wordt geschreven: „Per saldo scoorden de drie toestellen met toepassing van de bandbreedtes ongeveer hetzelfde.” Blijft over de prestatievergelijking.
Wanneer de getallen in de tabel bij het artikel naast elkaar worden gezet lijkt inderdaad de Gripen NG beter te presteren. Maar kunnen de cijfers wel direct vergeleken worden en zijn ze relevant? Een goede vergelijking is slechts mogelijk wanneer wordt uitgegaan van gelijke uitgangspunten voor alle kandidaten.
In dit geval betekent dat dat beide toestellen worden uitgerust voor dezelfde missie, dat wil zeggen voorzien van eenzelfde wapen- en sensorlast en van brandstof om een doel op een gegeven afstand aan te vallen, met gelijke aannames voor extra verbruik tijdens bijvoorbeeld luchtgevechten.
Bereik
Voor de prestatiegegevens in de tabel bij het genoemde artikel is dit echter niet het geval. De vliegbereiken van de Gripen NG zijn overgenomen uit de brochure die Saab heeft verstrekt bij het beantwoorden van de vragenlijst (questionnaire) die de Nederlandse regering aan verschillende vliegtuigfabrikanten heeft voorgelegd. De gegevens betreffen kennelijk een onbewapend vliegtuig. Voor het gevechtsbereik (actieradius) wordt uitgegaan van een luchtverdedigingsmissie met een (relatief lichte) configuratie met zes luchtdoelraketten en inclusief dertig minuten patrouilletijd.
Het gegeven gevechtsbereik van de F-35 (JSF) betreft de gestelde minimumeis voor een aanvalsmissie, inclusief twee tweeduizendponders, twee luchtdoelraketten en reserves voor luchtgevechten. Het gegeven vliegbereik van de F-35 op interne brandstof is tweemaal het gevechtsbereik en betreft dus dezelfde configuratie, volslagen anders dan die van de Gripen NG.
De getallen zijn dus absoluut niet te vergelijken. Uitgerust met eenzelfde bommenlast en sensors zal het vliegbereik van de Gripen duidelijk lager uitvallen dan in de tabel. Aangezien genoemde bereiken gebruikt zijn voor de berekening van het brandstofverbruik zijn ook die cijfers niet vergelijkbaar.
Vervolgens wordt de gegeven verhouding ”motorvermogen/ gewicht” berekend vanuit de som van leeggewicht en interne brandstof. Echter, de F-35 is ontworpen om zonder externe lading ver te kunnen vliegen en kan daarom relatief veel brandstof intern meenemen. Verder is er geen rekening gehouden met bewapening, wat de vergelijking voor een gevechtssituatie weinig relevant maakt.
Snelheid
Gegevens over de externe brandstofvoorraad van de Gripen NG en gewichten van wapens ontbreken, maar kijken we als alternatief naar de verhoudingen bij maximum startgewicht, dan scoort de F-35 0,66, tegen 0,63 voor de Gripen NG.
Blijft nog de vraag wat de waarde van deze verhoudingen is. De gegeven stuwkracht betreft die van de motor op zeeniveau en buiten het vliegtuig (”sea-level static thrust”). De feitelijke prestaties zijn gerelateerd aan de ”installed thrust” en zijn afhankelijk van hoogte, snelheid en ontwerpfactoren zoals van de luchtinlaat.
Voor het vergelijken van de manoeuvreerbaarheid is het van belang hoeveel energie een vliegtuig bij gegeven gewicht en hoogte ter beschikking heeft. Dat is ook van invloed op het Machgetal. De gegeven waarden betreffen waarschijnlijk de structurele machlimiet. Het zegt niets over de daadwerkelijk haalbare snelheid en hoe die verloopt met de hoogte. Het is verder zeer onwaarschijnlijk dat de Gripen NG mach 2.0 haalt met tanks en wapens, terwijl het wel waarschijnlijk is dat de F-35 met (interne) wapenlast de gegeven mach 1.6 haalt.
Voor een goede prestatievergelijking van beide toestellen is de context van de gegeven cijfers dus van groot belang. Defensie heeft deze gegevens via de questionnaire (te vinden op de website van NRC Handelsblad) dan ook opgevraagd. In het artikel staat: „Kille cijfers vertellen slechts de helft van de waarheid.” Zeer waar. Wat erger is: kille cijfers zonder toelichting of onderbouwing schetsen zomaar een vals beeld van de waarheid.
De auteur is vliegtuigbouwkundig ingenieur.