Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

„Weerhoud je stem van wenen”

 Herdenking in Apeldoorn miste belangrijkste dimensie.

Herdenking in Apeldoorn miste belangrijkste dimensie.

Hoe herdenkt een land een ramp? Met gebed? Bij een geopende Bijbel? Met het zingen van een geestelijk lied? Zo herdenkt Nederland niet, althans niet vorige week vrijdagavond in Apeldoorn. De bijeenkomst vond dan ook niet plaats in een kerk maar in een theater. Echter, daarmee is niet alles gezegd.
De toenmalige president-directeur van KLM Sergio Orlandini staat woensdagmiddag 6 april 1977 te midden van bijna 250 doodskisten en enkele duizenden nabestaanden in hangar 11 op Schiphol-Oost. Op hem rust de taak de herdenking te openen van de grootste luchtvaartramp ooit: zondagmiddag 27 maart verongelukten op Tenerife alle 235 passagiers en de complete bemanning van vlucht KL4805.

Orlandini zou het liefst zwijgen. „Bij het onpeilbare leed dat zo plotseling over ons is uitgestort, zou een ootmoedig zwijgen en een individueel gedenken waarschijnlijk het meest op zijn plaats zijn.”

De KLM-directeur zegt onder meer: „De ondoorgrondelijke gebeurtenis van zondag 27 maart op Tenerife heeft ons allen tot in het diepst van onze ziel geraakt en ons opnieuw doen beseffen hoe broos het leven is. Onverwacht staan wij weer geplaatst voor de indringendste vragen over leven en dood. Wij moeten ons hoofd buigen en erkennen dat de mens tot veel in staat is, maar dat het beslissende niet aan zijn wil en macht is onderworpen.”

Na Orlandini zingt het KLM-mannenkoor. Niet het eerste couplet van het Wilhelmus, maar het vierde vers van ”Vaste rots van mijn behoud”: Eenmaal als de stonde slaat,/ dat dit lichaam sterven gaat,/ als mijn ziel uit d’aardse woon/ opklimt tot des Rechters troon/ Rots der eeuwen, in Uw schoot/ berg mijn ziele voor de dood; de tekst zoals die staat in de Oude Hervormde Bundel.

De herdenking vindt weliswaar plaats in een hangar, maar na Orlandini en opperrabbijn M. Just uit Amsterdam voert ds. H. de Bie, Nederlands hervormd predikant uit Diepenveen het woord. Een week eerder sprak hij al in een oecumenische dienst op Tenerife.

Hier op Schiphol overdenkt ds. De Bie met alle aanwezigen Psalm 34:19: „De Heere is nabij de gebrokenen van hart en Hij behoudt de verslagenen van geest.”

„Hoe moeilijk de identificatie, het herkenbaar maken van mens tot mens veelal mag zijn, juist in deze dagen blijkt God meer herkenbaar dan ooit vermoed”, zegt de predikant. „Zacht en indringend en juist in deze dagen verstaanbaar spreekt de stem van Hem Die de mensen doet leven: Weerhoud je stem van wenen en je ogen van tranen, er is hoop voor je toekomst”, zo citeert ds. De Bie vrij woorden van Jeremia.

Eenzaam mens

De complexe aanleiding voor de grootste ramp uit de geschiedenis van de luchtvaart verschilt nogal van die op Koninginnedag 2009. Dat is het drama van één man; één uitzichtloos leven en één auto.

Die ene man is een groot raadsel. Een normaal, rustig iemand. Beetje teruggetrokken, dat wel, maar de laatste van wie een moeder zo’n aanslag verwacht. Toch leven er veel van deze personen in alle landen van de wereld. Het blijkt telkens weer dat wanneer mensen zich miskend voelen vereenzamen, dieper en dieper in de problemen geraken en tot gruwelijkheden in staat zijn waarbij beschaafde burgers verbijsterd concluderen dat het onbegrijpelijk is.

Een scholier grijpt naar een mitrailleur of revolver, zoals in Blacksburg, (VS, 2007), als in Kauhajoki (Finland, 2008) en in de Duitse plaats Winnenden, in maart dit jaar. In Nederland bleef het tot nu toe, wat scholieren betreft, bij een pistoolschot op het Terra College in Den Haag, waarbij conrector Hans van Wieren om het leven kwam. Of een vader of moeder die het gezin ombrengt; daar kent ons land al meerdere voorbeelden van.

Het is begrijpelijk, menselijk en meelevend dat in al die gevallen de verbijstering groot is. Anderzijds: de kiem voor deze daden zit in elk mens. En dat is niet van vandaag of gisteren. Een kleine 2000 jaar geleden schreef een Romeinse man in een brief aan een groep Grieken al wijze woorden op dit gebied. Ze komen hierop neer: Zit je diep in de put en zoek je de oplossing bij jezelf of in de wereld, dan leidt dat tot je ondergang, je dood; zoek je de oplossing bij God, dan is dat je redding; dat leidt tot eeuwig leven, eeuwige zaligheid.

Die woorden van Paulus staan in 2 Korinthe 7:10: „Want de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid; maar de droefheid der wereld werkt de dood.” Karst T. en schietende scholieren en studenten zijn op dat spoor naar de dood terechtgekomen. Dat mag, zelfs in een theater, gezegd worden. Des temeer past daarbij een boodschap van troost en hoop.

Pijnlijke omissie

Zo totaal verschillend de oorzaken van genoemde rampen zijn, zo totaal verschillend eveneens de herdenkingen. Stijlvol, ingetogen, warmmenselijk is de herdenking in Apeldoorn zeker. Als een officiële bijeenkomst met hare majesteit de koningin en ongeveer duizend genodigden zo’n tien minuten later begint omdat zij nog in gesprek is met familie en nabestaanden, dan blijkt daaruit de grote betrokkenheid van de vorstin bij het lot van haar landgenoten. Maar als dan de burgemeester van Apeldoorn vervolgens in zijn toespraak niet verder komt dan: „Is er een Apeldoorn voor en na de aanslag? Er is maar één Apeldoorn. Dat moet de veerkracht tonen om in het reine te komen met deze zwarte bladzijde in zijn geschiedenis”; als premier Balkende niet meer zegt dan: „Nederland is in zijn ziel geraakt. We zijn één in verbijstering en verdriet, maar ook in de vastberadenheid om door te gaan. Ik hoop van harte dat u zich gedragen mag weten door de steun van zovelen, en dat u hieruit kracht mag putten om verder te gaan”; als van het volkslied slechts het eerste couplet wordt gezongen, dan is er sprake van een pijnlijke omissie.

Dan valt er weliswaar niets te zeggen van de gesproken en gezongen woorden, maar des te meer over de gemiste dimensie bij zo’n ingrijpende gebeurtenis die, inderdaad, een land tot in zijn ziel raakt. Daar moet dan ook gezegd worden waar die ziel troost vindt. Dat is niet in een postmoderne vlakke herdenking waarin geen Bijbelwoord meer valt, de naam van God niet meer genoemd wordt en het werkwoord bidden achterwege blijft en niet meer gezongen wordt: ”Mijn Schildt ende Betrouwen, Sijt Ghij, o Godt, mijn Heer’!”.

Tenslotte staan op Koninginnedag zo veel mensen bij De Naald voor haar die volgens elke wetsaanhef het land regeert ”bij de gratie Gods”. ”Wij, Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden”, staat in die aanhef. Daar komt bij dat de vorstin belijdend lid is van de Protestantse Kerk in Nederland en zij daar in bijvoorbeeld meer dan één Kersttoespraak blijk van gaf. Zo laat ze in 2003 na afloop van haar toespraak zingen ”Amazing Grace” van John Newton; Genade Gods, oneindig groot.

Teleurstellend

Dat hare majesteit, deels onderwerp van de herdenking, in Apeldoorn het woord niet voert is logisch. Anderzijds: dat zij niet in overleg met premier Balkenende hem laat zeggen waar zij in tijd van nood en ontreddering troost en kracht vindt, stelt teleur. Als iemand dat in dit land bij zo’n ramp en in zo’n herdenking mag doorgeven, is zij het: ”Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden”.

Dat geldt niet minder voor premier Balkenende. Als lid van dezelfde kerk van de koningin, maar ook als premier, zei hij in een interview met Jan van den Bosch tijdens een uitzending van Hour of Power: „Zonder geloof kun je niet functioneren.”

Die uitspraak stond niet op zichzelf. Tijdens het Flevofestival in augustus 2006 riep de premier de aanwezigen op eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid te zoeken. Daarbij noemde hij het werken in dat koninkrijk „de kern van het leven.” En wie wil inbrengen dat de minister-president deze uitspraken deed binnen een christelijke omgeving, dient zich de uitspraken te herinneren die Balkenende deed in april 2006 tijdens een werkbezoek aan Indonesië. In een lezing voor islamitische studenten van de universiteit van Jakarta zei hij: „In mijn leven speelt geloof een belangrijke rol. Ik ben christen. Mijn geloof is voor mij een bron van inspiratie en van steun, elke dag weer. Het geeft me houvast. Het toont me wat er in het leven echt toe doet.”

Gelet op deze eerdere uitspraken is het des te opvallender dat de premier bij de herdenking vorige week vrijdag met geen woord repte over het geloof als innerlijke kracht. Juist op dat moment had het gepast geweest als hij vanuit zijn eigen levensovertuiging de saamvergaderde rouwenden en onthutsten de weg tot ontkomen had gewezen. Als de ramp de menselijke maat te boven gaat, is het goed bij het herdenken boven en buiten mensen te kijken.

Natuurlijk kan men zeggen dat het wijzen op de kracht van het geloof en het gebed nog niet betekent dat daarmee de volledige Bijbelse boodschap is vertolkt. Soms kun je zelfs het gevoel krijgen dat in droeve dagen het gebed en het geloof even als een soort goedkoop medicijn wordt gepakt.

Maar daar staat wel tegenover dat het noemen van de naam van God en het wijzen op de kracht van het geloof in Hem bij een dergelijke bijeenkomst niet zonder betekenis is. Uiteindelijk is daar de enige troost in dit geweldige verdriet te vinden.

Leeg

De bijeenkomst van eind vorige week was leeg, kaal en vlak. In de toespraken werd opgeroepen kracht te zoeken in saamhorigheid en gemeenschapszin. Met elkaar het verdriet delen is goed, bij elkaar steun zoeken is belangrijk, maar als het daarbij blijft, is het arm. Mensen zijn nietige vertroosters. Woorden die zij spreken bij grote smarten zijn vaak als vliegen op wonden. Juist daarom is het belangrijk dat er daadwerkelijk de enige Bron genoemd wordt waaruit kracht en troost te putten is.

Na de watersnood van 1953 zei ds. A. Verhagen, toentertijd predikant van de gereformeerde gemeente te Kampen: „Wie na deze ramp zwijgt over de troost die bij de Heere is te vinden, laat duizenden alsnog verdrinken in de oceaan van tranen.”

Veelzeggend is ook het gedicht ”Troost” van de Friese schrijver Fedde Schurer (1898-1968):

Ik ben aan ‘t eind van mijn humaan latijn,

er is geen troost in bloem - of zonfestijn,

Er is behoud voor arme mensenzielen

in Christus’ kruis … en heel de rest is schijn.

Schurer was overtuigd pacifist en zat van 1956 tot 1963 als PvdA’er in de Tweede Kamer. Kennelijk leefde er in de vorige eeuw ook buiten de orthodox-protestantse kring het besef dat troost allen bij God te vinden was.

Dat besef is nu totaal verdwenen uit openbare bijeenkomsten. Tijdens de herdenking vorige week in Apeldoorn waren duizenden verenigd in hun verdriet. Maar daar bleef het bij. Eenieder moest zijn eigen zakdoek vinden. Dat is de postmoderniteit ten voeten uit. Door te zwijgen over God, heeft de christendemocraat Balkenende het deksel op de belangrijkste troostbron gehouden.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek