Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Vest op banken geen vertrouwen

 Schrikbeeld. Werklozen in de jaren dertig wachten voor een stempellokaal.

Schrikbeeld. Werklozen in de jaren dertig wachten voor een stempellokaal.

Zo betrouwbaar als de Nederlandsche Bank. Wanneer iemand dat stempel krijgt, kan hij elke integriteitstest doorstaan. Maar inmiddels heeft de uitdrukking wel aan zeggingskracht ingeboet. Welke bank is nog te vertrouwen?
De crisis op de financiële markten houdt nu al enkele weken de wereld in haar greep. Overheden, beleggers en spaarders, kortom bijna iedereen, vraagt zich bezorgd af waar dit drama eindigt. Niemand die op die vraag een afdoend antwoord kan geven. De toekomst lijkt onzeker.

Wie enige kennis van de geschiedenis heeft, denkt in deze dagen onwillekeurig aan de beurskrach van 1929, die werd gevolgd door de ”Great Depression” van de jaren dertig. Ook toen begon de ellende op Wall Street. Beurskoersen daalden in razend tempo. Wie ’s morgens steenrijk was, was soms ’s avonds straatarm. Verschillende bankiers en beleggers pleegden zelfmoord. Wanhoop beving de financiële wereld.

De malaise op Wall Street ontwikkelde zich nadien tot een pandemie die de hele westerse wereld lamlegde. Ouderen zullen zich nog de enorme werkloosheid in de jaren dertig herinneren. Lange rijen -vooral mannen- stonden tweemaal per dag bij het arbeidsbureau te wachten om een stempel te halen zodat ze aanspraak konden maken op een zeer bescheiden uitkering. Pas na 1935 kwam er enig herstel.

Natuurlijk zijn er verschillen tussen de situatie nu en die aan het eind van de jaren twintig en de eerste helft van de jaren dertig. Overheden zijn tegenwoordig beter toegerust om in te grijpen in de financiële wereld. Doordat de regeringen toentertijd niet bereid waren te helpen, droogden de geldstromen snel op, waardoor de effecten van de beurscrisis in alle hevigheid de economie en de maatschappij troffen.

Dat is nu anders omdat een financiële injectie van overheidszijde kan worden gegeven als de economische malaise desastreus dreigt worden. De steun van de Nederlandse en de Belgische regering aan Fortis is een voorbeeld van deze eigentijdse aanpak, evenals het plan van de regering-Bush om met 700 miljard dollar bij te springen. Evenmin is het zo dat op dit moment mensen volstrekt tot de bedelstaf geraken vanwege de crisis. Het gemiddeld besteedbaar inkomen in de jaren dertig lag een stuk lager dan dat in onze tijd, ook nog als men rekening houdt met prijsontwikkeling.

Overeenkomsten
Er zijn echter ook belangrijke overeenkomsten. Eind jaren twintig heerste in Amerika de stemming dat de toekomst er alleen maar mooier en welvarender uit zou zien. Aankopen met geleend geld waren in veel kringen de normaalste zaak van de wereld. Economische en financiële planning was uitsluitend gebaseerd op positieve verwachtingen, die op den duur elke relatie met de realiteit ontbeerden. Bankiers en beleggers, veelal beheerst door heb- en geldzucht, namen steeds groter risico’s en wisten soms van gekkigheid niet wat ze moesten doen. Bekend is dat leden van de toonaangevende bankiersfamilie J. P. Morgan, het toilet lieten behangen met biljetten van honderd dollar. Uitsluitend voor de fun.

Zo bizar is het de achterliggende jaren niet geweest. Maar er heerste wel een overtrokken optimisme. Bankiers en beleggers opereerden op de financiële markt vooral met geleend geld in de verwachting dat ze daar garen bij zouden spinnen en het later met gemak zouden kunnen terugbetalen.

Niet alleen de financiële sector deed dat. Ook de consument liet zich meeslepen. Mede dankzij de verleidelijke voorlichting van geldverstrekkers ging hij hypotheekverplichtingen aan die zijn draagkracht ver te boven gingen. Maar dat niet alleen, ook bij de aankoop van consumptiegoederen gingen Amerikanen onverantwoord te werk. Velen hebben een dikke portemonnee; niet vanwege de vele dollars die daarin zitten maar omdat ze soms met zeven, acht creditcards op stap gaan. Kopen met een pasje is de normaalste zaak van de wereld. Daarmee wordt de schijn gewekt dat men financieel ongekende en onbegrensde mogelijkheden heeft. Immers, het pasje waarschuwt niet dat men bij elke aankoop nieuwe schuld maakt. Het waarschuwt niet als er geen geld meer op de bank staat. En als de kredietlimiet van pas een is overschreden, ga je gewoon verder met pas twee. Kortom: optimisme, roekeloosheid en gebrek aan zelfbeheersing hebben de Amerikaanse samenleving doortrokken. Mensen kopen, verkopen, eten en drinken in de verwachting en het vertrouwen dat het morgen allemaal mooier, beter en welvarender zal zijn.

Dat is niet uitgekomen. Het vertrouwen in de Amerikaanse geldwereld is geschokt. De crisis op de financiële markten is een feit. Bankiers vragen zich af of mensen die geld geleend hebben nog wel zo’n solide positie hebben als ze dachten toen ze de lening verstrekten. Ze zijn bang naar hun geld te kunnen fluiten. Spaarders vrezen voor hun spaargeld. Beleggers zien hun winsten verdampen en gaan over tot het verkopen van hun aandelen om zo te redden wat er nog te redden valt. Een neerwaartse spiraal is ingezet en die is vooralsnog niet doorbroken.

Omslag
„Het fundament van vertrouwen is weggeslagen”, zei een Amerikaanse econoom begin deze week in de New York Times. „Sterker, het vertrouwen is omgeslagen in wantrouwen.” Dat geldt niet alleen voor Amerika maar inmiddels ook voor Europa. Een illustratie daarvoor is dat een aanzienlijke groep spaarders in Engeland sinds eergisteren hun spaargeld bij de Britse banken opneemt en dat onderbrengt bij Ierse. De reden? De Ierse overheid garandeert voor honderd procent het ingelegde geld, terwijl de Britse regering een garantie geeft tot maximaal 60.000 euro.

Verschillende experts zijn van mening dat het groeiende wantrouwen de belangrijkste katalysator is van de uitgroei van de crisis. Het weggevallen vertrouwen in financiële instellingen maakt dat de ene na de andere bank in de problemen komt. Met als reëel gevaar dat de crisis in de financiële economie ook de reële economie gaat treffen. Daarmee doemt het spook van faillissementen en groeiende werkloosheid op.

Uit de hele ontwikkeling zijn verschillende lessen te trekken. Allereerst zal het besef moeten doordringen dat het ongebreidelde liberalisme in de handel grote schaduwzijden heeft. Vooral als daar op geen enkele manier rekening wordt gehouden met morele codes. Bankiers en financiële adviseurs hebben in de achterliggende jaren mensen allerlei financiële regelingen aangepraat die grote risico’s in zich hebben. Soms wisten de verkopers van pakketten wel wat de negatieve consequenties konden zijn, soms doorgrondden ze zelf niet wat de regelingen precies betekenden. Maar dat boeide niet. Als er maar omzet werd gedraaid en de koper het idee kreeg dat aan het einde van de beleggingsroute een berg met gouden munten wachtte.

Mensen in de financiële wereld hebben zich in de achterliggende 25 jaar ontwikkeld van heren in grijze confectiepakken tot yuppies in flitsende kleding. Ze maanden hun klanten niet tot spaarzaamheid en voorzichtigheid, maar tot durf en soms tot gewaagde beleggingen. Zelf streken deze adviseurs megabonussen op en dat was voor hen weer een nieuwe impuls om nog verder te gaan in hun adviezen. Van enige beperking en regelgeving wilden zij niet weten. Dat zou de groei van de wereldhandel schaden. Het is goed dat er een correctie op die gedachte wordt aangebracht. Ongebreidelde vrijheid op de handelsmarkt moet tot ongelukken leiden.

Wellicht de belangrijkste les is de gedachte dat de groei altijd maar doorgaat, onterecht is. Natuurlijk moeten plannenmakers aannames doen. Maar het is naïef te denken dat de boom alsmaar hoger en almaar dikker wordt. De geschiedenis heeft geleerd dat groot optimisme steeds weer is afgestraft door tegenvallende resultaten. Dat leerde de crisis van 1929. Dat was ook de les toen in 2000 de internetzeepbel uiteenspatte. De oude regel dat het goed is een of meer appeltjes voor de dorst te bewaren, blijkt nog steeds van belang. Het is niet goed om vanuit een grenzeloos optimisme met geleend geld verder te springen dan de polsstok lang is.

Christen niet beter
In de bekende Brief van Diogenes, die in de vroege kerkgeschiedenis is geschreven, wordt gesteld: „Christenen zijn niet beter, maar ze doen beter.” Was dat laatste maar waar. Het blijkt dat veel christenen zich in de achterliggende jaren hebben laten meeslepen met het vooruitgangsgeloof. Het ontbrak hen aan nodige voorzichtigheid. Er is onder hen een aanzienlijke groep die zich nu bezorgd afvraagt of ze niet in de problemen zal komen omdat de waarde van de beleggingsportefeuille fors is gedaald, of omdat ze niet meer in staat is de hypotheek te betalen. Het huis was immers gekocht vanuit de gedachte dat er sprake zou zijn van een positieve economische ontwikkeling.

Ongetwijfeld zal zich bij deze mensen de vraag opdringen: Waar hebben we eigenlijk ons vertrouwen op gesteld? Op de markt, op de bank, op de groeiende economie? Terwijl ze beter hadden kunnen weten. Ze zingen immers ook de psalmregel: „Vest op prinsen geen betrouwen, waar men nimmer heil bij vindt.” En voor ”prinsen” kan ook ”banken” of ”aandelen” worden ingevuld. Een christen weet dat ongetemd optimisme over het hier en nu misplaatst is. Mensen overkomen „gewoonlijke velerhande tegenspoed en kruis vanwege de zonde.” Het gaat erom „een goed toevoorzicht te hebben op onzen getrouwen God en Vader.” Alleen dat behoedt voor paniek en pessimisme, want dan voelt een mens zich veilig. Dat behoedt ook voor ongebreidelde hebzucht. Want er is een groter schat dan dollars, euro’s en goud.

De Amerikaanse evangelicaal Charles Colson, die tijdens het uitzitten van zijn straf vanwege betrokkenheid bij het Watergateschandaal tot inkeer kwam, schreef gisteren naar aanleiding van de crisis: „We moeten beseffen dat vrees altijd de vijand is van geloof en vertrouwen. De financiële markt wordt geregeerd door vrees. De wereld wordt geregeerd door vrees.

We moeten ook beseffen: tegenslag wordt door God vaak gebruikt om zegenrijke dingen te doen. Hij doet dat op allerlei manieren. Christenen zijn geroepen in de moeilijkste tijden de beste werken te doen.

Bedenk bovenal dat God regeert. Mogelijk dat de Amerikaanse levenshouding van ”eten drinken en vrolijk zijn” door deze gebeurtenissen gecorrigeerd wordt.”


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek