Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Jeugd en Gezin mag geen zoethoudertje zijn

Een seculiere slijter sprak er pas schande van. Jonge snaken passeren tegen het ochtendgloren zijn woning. Vol kabaal, verre van nuchter keren zij terug uit de stad. Naar huis. „Ouders moeten daar iets aan doen”, zei de handelaar in alcoholica tegen mij. „Ze durven niet.” Toch schreef recent een dagblad dat zich typeert als „slijpsteen voor de geest” dat er „van een crisis in het gezin geen sprake is.” Een minister voor Jeugd en Gezin? „Niet nodig!” Is zo’n bewindsman echt overbodig? En zo niet: wat zou zo iemand tot stand kunnen brengen?
Iemands visie op de noodzaak van een minister voor Jeugd en Gezin hangt ongetwijfeld samen met zijn opvatting over de rol van het gezin zelf en over de plaats van de jongeren in dat gezin. Is de functie van het gezin vooral die van een veilige plek waar kinderen tevens liefdevol en gedisciplineerd sturing krijgen? Of houdt bij een gezin horen niet meer in dan zakgeld, eten, onderdak krijgen en verder een eigen weg zoeken? De meningen daarover zijn ernstig verdeeld. De vraag naar het nut van een minister voor Jeugd en Gezin heeft stellig te maken met de visie op de functie van het gezin.

De gesignaleerde jeugdcriminaliteit vormt sowieso voor menigeen een argument achter het installeren van zo’n minister. De geciteerde slijter schrikt zich telkens een hoedje. Maar hoe het ook zij: sommigen loochenen dat die narigheid volgt uit de teloorgang van het gezin. Zij onderschatten de waarde van een minister voor Jeugd en Gezin. Anderen zijn van mening dat een genormeerd gezinsleven een heleboel narigheid met jongeren zou kunnen voorkomen. Zij waarderen het installeren van zo’n minister. Ik zal dat eerst enigermate illustreren.

Onderschatting
Onderschatting van de functie van het gezin bracht een commentator van NRC Handelsblad bij de benoeming van Rouvoet tot de quasiverbaasde vraag: „Naar welk probleem is deze oplossing op zoek?” Het artikel definieerde een paar weken geleden een gezin eenvoudig als „leefeenheid met kinderen.” Zo’n definitie oogt vrijblijvend. Zij biedt alle ruimte aan individualisme en eigenzinnigheid. De auteur schreef boven zijn artikel: ”Sinds Breugel floreert het Nederlands gezin”. Alsof die schilder -bedoelt hij Pieter?- de eerste was die een gezin formeerde.

Het jongste Kamerlid, Dibi van GroenLinks, liet zich in de veelgelezen gratis krant Metro op soortgelijke wijze uit. Hij vindt dat de regering te weinig rekening houdt met individuele ontplooiing. „Ik krijg het gevoel dat het kabinet ons wil opvoeden en wil zeggen: „Zo zijn jullie maatschappelijk gezien een goed burger.” Het klinkt betuttelend.” Het Kamerlid beschouwt het regeerakkoord als „weinig ambitieus en aansprekend.” En dan voegt hij er de typisch postmoderne uitspraak aan toe: „Er valt voor de jeugd weinig te halen.”

Marie-Thérèse Roosendaal schreef in De Telegraaf ook al dat in reacties op het regeerakkoord het woord ”betutteling” links en rechts begint op te duiken. Zij maakt zich nijdig over „kretologie als ”normen en waarden” en ”fatsoen moet je doen”.” En van een minister van Jeugd en Gezin wil ze helemaal niet weten. Ze somt een reeks woorden op die er niet om liegen: „Betutteling: ringeloren, kort houden, bedillen, op de kop zitten, te veel voor een ander regelen.” Daar lijkt het nieuwe kabinet dan op last van Marie-Thérèse maar eens over na te moeten denken.

Waardering
Parlementariër B. J. van der Vlies toonde daarentegen waardering voor het fenomeen van een minister voor Jeugd en Gezin. Een calvinist mag de waarde van het gezin niet onderschatten. Hij ziet het als bij uitstek geschikt voor de overdracht van religie en geloof aan de nieuwe generatie. En als een goed doorgeefluik van de normen die God in Zijn Woord gaf. Daar valt aan toe te voegen dat zelfs een gereformeerde mag instemmen met de uitspraak van het Tweede Vaticaanse Concilie dat „het gezin de eerste school is voor maatschappelijke deugden, die alle samenlevingen nodig hebben.”

Het gezin vormt een basis voor relaties en het elkaar onvoorwaardelijk accepteren. De Reformatie legde een claim op het gezin als kweekplaats van godsvrucht. De deelgenoten in dat gezin leren leven met de wetenschap dat God bestaat. Dat Hij de zonde straft, maar ook genadig is. En dat Hij in Zijn liefde regels geeft voor het omgaan met elkaar. Sommigen noemen het christelijk gezin een ”huiskerk”. De leden van die gemeenschap werken samen om het gezin te maken tot leerschool voor alle latere maatschappelijke verbanden.

Cultuur
Hoe komt het nu dat de meningen over de functie van het gezin en de waarde van een minister voor Jeugd en Gezin uiteenlopen? De in NRC Handelsblad, Metro en De Telegraaf gesignaleerde onderschatting van de functie van het gezin hangt samen met de secularisatie van de cultuur. De wereld ziet er niet meer precies zo uit als in de tijd van Breugel. Het Bijbels geloof in God en waarheid dat in al zijn variaties in Europa eeuwenlang de toon aangaf, sloeg bij veel mensen om in twijfel en onzekerheid. Parallel aan deze ontwikkeling raakten gezag, normen en waarden in veel gezinnen zoek. Die verandering leidde tot wat tegenwoordig een postmodern gezin heet.

Jong zijn behelst in dat postmoderne gezin niet meer bij voorbaat een veilige beschutting binnen het gezin. Volwassen worden betekent niet meer: groei naar een stabiele identiteit. Een postmodern gezin heeft een emotioneel en instabiel karakter. Binnen dat gezin zijn de verzorgende en opvoedende taken grotendeels gelijk verdeeld over ”de partners”. Van vrouw en man valt daarbij niet te spreken. Er is immers wellicht sprake van een homohuwelijk. Jongeren genieten veel vrijheid en wonen thuis zolang het hun bevalt. Ze tonen zich wars van betutteling en maken zelf de dienst uit.

F. T. Diemer-Lindeboom schreef reeds een halve eeuw geleden dat het verval van het christelijk normbesef een bedreiging vormde voor het gezinsleven. Vanuit de visie van gereformeerden in die tijd. Het postmoderne gezin vormt de negatieve voltooiing van wat mevrouw Diemer destijds verstandig schreef: „De moderne gezinsontwikkeling gaat gepaard met ontbindings- en ontwrichtingsverschijnselen... Het vinden van een nieuwe oriëntatie met behoud van de wezenlijke waarden, is een moeilijke zaak.”

Regeerakkoord
De seculiere slijter vond een minister voor Jeugd en Gezin goed. Kranten en Kamerleden vrezen betutteling. Gereformeerden denken dat zo iemand nuttig werk zou kunnen doen. Of mensen dat nu leuk vinden of niet: er is zo’n bewindsman. Wat gaat de goede man doen? Dat bleek maandag in Rotterdam. Minister Rouvoet nam een kijkje bij een paar clubs die zich bekommeren om de jeugd. Op de Lijnbaan ontmoette hij, gehuld in een oranje T-shirt met de leus ”Wat wil jij met Nederland?”, leden van de Rotterdamse Jongerenraad. Rouvoet speelde voor enquêteur. Prachtig toch?

Wie echter meer wil weten over de taak van de minister voor Jeugd en Gezin kan beter te rade te gaan bij het regeerakkoord. Hoofdstuk IV van dat document, over sociale samenhang, telt een afzonderlijke paragraaf over jeugd en gezin. Die passage is zonder twijfel van belang voor het werk van de nieuwe minister en de door hem te vervullen coördinerende rol. En voor wat hij kan doen met de gegevens van de in Rotterdam en later misschien wel in andere steden te houden enquêtes. De Rotterdammers wisten dat de minister geen cadeautjes kwam uitdelen in de Maasstad. Maar vroeg of laat zullen mensen zoiets van hem vragen.

Inhoudelijk
Het regeerakkoord bepleit sociale samenhang en een „gedeeld waardenbesef.” Daar draagt iedereen verantwoordelijkheid voor. Maar „in de eerste plaats ouders en opvoeders.” Mooi. Binnen het gezin, zo zegt het akkoord, „worden essentiële waarden en normen voorgeleefd en overgedragen aan volgende generaties. Ouders moeten daar voldoende tijd, middelen en vaardigheden voor hebben.” Met die woorden biedt het akkoord een aardig uitgangspunt. Het vervolgt met een „gezinsvriendelijk beleid” te beloven. Het regeerakkoord maakt dat op een aantal manieren concreet. Prachtig.

Er is sprake van een inkomensafhankelijk, kindgebonden budget waarin de huidige kindertoeslag opgaat. De regering belooft financiële ondersteuning voor alleenverdienerhuishoudens die de zorg hebben voor chronisch zieke of gehandicapte kinderen. Er moeten centra komen voor jeugd en gezin. Die moeten medische, sociale en educatieve ondersteuning organiseren voor ouders en hun kinderen. Dat gaat gebeuren via het consultatiebureau, opvoedingsondersteuning en gezinscoaching. Er komt meer aandacht voor gevolgen van echtscheiding voor kinderen.

Vragen
Ik ben blij dat het kabinet de waarde van het gezin erkent. Ik juich de benoeming van een minister voor Jeugd en Gezin toe. Toch heb ik vragen. Binnen het gezin „worden essentiële waarden en normen voorgeleefd en overgedragen aan volgende generaties.” Zo was het enigermate in de tijd dat Nederland nog een gedoopte natie was. Maar de geschetste culturele verandering -van waardering voor het gezin naar onderschatting- maakt duidelijk dat mensen ten aanzien van de vraag wat werkelijk essentieel is in hoge mate verschillen van mening. Zij koesteren vaak een tegengestelde visie. Is het dan mogelijk tot een „gedeeld waardenbesef” te komen?

Bij de een hoort distantie tot de homoseksuele leefwijze tot de ”essentiële waarden en normen”. Bij hem of haar heet echtscheiding nog altijd zonde. Omdat het gezin geen uitvinding vormt van Pieter Breugel, maar omdat het huwelijk een scheppingsordinantie is. Terwijl bij de ander het pleidooi voor een postmodern gezin met veel vrijheid en wars van betutteling juist essentieel is. Datzelfde onderscheid in de visie op normen en waarden is waarneembaar bij hulpverleners die medische, sociale, educatieve en opvoedingsondersteuning bieden.

Binnen het gezin, zo zegt het regeerakkoord, „worden essentiële waarden en normen voorgeleefd en overgedragen aan volgende generaties. Ouders moeten daar voldoende tijd, middelen en vaardigheden voor hebben.” Maar als het regeerakkoord niet aangeeft waar de basis valt te vinden voor die essentiële normen en waarden, kunnen ouders en hulpverleners nog alle kanten op. Een ”gedeeld waardenbesef” blijft dan een vrome wens. Te duidelijk vormt het regeerakkoord een compromis tussen christenen en christenen; en tussen christenen en socialisten. Een tussenoplossing waarin God en de Bijbel ten enenmale ontbreken.

Bidden
Het is goed om ”sociale samenhang” en een ”gedeeld waardenbesef” te bepleiten. Maar niemand kan eromheen: dat staat op gespannen voet met het denken over waarden en normen binnen de huidige seculiere cultuur. Want die cultuur blinkt juist uit door individualisme, het uit elkaar vallen van de samenleving in afzonderlijke atomen en het gebrek aan gemeenschap. Dat blijkt in het compromis rond de gewetensbezwaarde ambtenaren die geen homohuwelijk willen voltrekken. De SGP vroeg van de Tweede Kamer een uitspraak dat zij dat mogen weigeren. Maar de CU stemde tegen. Wegens afspraken binnen de coalitie.

Ik zeg niet dat een minister voor Jeugd en Gezin niet nodig is. Ik wens hem graag het beste. Zegen. En de apostel Paulus spoort aan om te bidden voor de overheid. Maar tegelijk mag benoeming niet functioneren als ’zoethoudertje’ om christenen te paaien. De grote vraag is of Rouvoet meer zal kunnen doen dan dweilen met een geopende kraan. Een christen die functioneert binnen een postmoderne cultuur heeft een moeilijke taak. Want achter beslissingen ligt telkens de keuze tussen individualisme, autonomie, ideologie en de waarden en normen van het Woord van God.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek