Christenen in Nederland nemen in het seculiere Europa een bevoorrechte positie in, omdat de overheid het identiteitsgebonden onderwijs, inclusief het onderwijs in de scheppingsleer, financiert. Het is zaak waakzaam te blijven voor de antireligieuze lobby die zich de bestrijding van het geloof in een Schepper tot doel heeft gesteld.
Bij de beoordeling van het schokkende rapport moet wel bedacht worden dat de aanleiding is gelegen in een „islamitisch offensief.” Daarbij noemt het concreet de ”Atlas of Creation” van de Turkse moslimcreationist Adnan Oktar. Het boek werd begin dit jaar gratis toegestuurd aan scholen in Frankrijk en België.
De website waar Oktars boeken te downloaden zijn, wekt de indruk dat er een internationale organisatie achter staat. Oktar maakt intensief gebruik van moderne media en geeft op non-profitbasis boeken uit met een prachtige lay-out. In ”Het bedrog van de evolutieleer” stelt hij dat de wortel van het terrorisme niet in de islam ligt, maar in het darwinisme en het materialisme.
Seculiere kerk
Het is tegen deze achtergrond wel enigszins te plaatsen dat de ”linkse seculiere kerk” in Europa steigert. De voorzitter van genoemde commissie, Jacques Legendre, behoort tot de Franse socialisten, die bekendstaan om de strikte scheiding van kerk en staat, van geloof en publiek domein.
Het getuigt van een zeer onwetenschappelijke houding als de leden van een Europese commissie voor wetenschap het geloof in God als Schepper ongenuanceerd naar het rijk van de fabelen verwijzen.
Het rapport roept ook de vraag op hoe vanuit gereformeerd perspectief tegen het creationisme moet worden aangekeken. Het absolute gezag van Gods Woord is voor een christen altijd het uitgangspunt. Dat gezag strekt zich ook uit over historische gegevens. Als dat gezag wordt beperkt tot de boodschap van de tekst, blijkt van die boodschap in de praktijk telkens niet veel meer over te blijven dan de projectie van dat wat men zelf graag in de Schrift wil lezen.
Dit uitgangspunt in de Schrift impliceert een gezond wantrouwen tegen modieuze wetenschappelijke theorieën. Wat kunnen mensen met hun beperkte verstand eigenlijk zeggen over de oorsprong van alle dingen? Wat vandaag als laatste wetenschappelijke waarheid wordt verkondigd, blijkt niet zelden morgen alweer te worden bekritiseerd.
Anderzijds heeft juist de gereformeerde theologie altijd benadrukt dat God zich ook openbaart in de natuur. Historische, geologische of biologische feiten zijn niet in strijd met Gods Woord. Als dat wel zo lijkt te zijn, resten er twee mogelijkheden: of er is sprake van gezichtsbedrog of de uitleg van de Bijbeltekst behoeft nadere doordenking.
Terecht is er in de gereformeerde traditie altijd een huiver geweest om de exegese aan te passen aan de resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Veranderlijke wetenschappelijke inzichten mogen nooit tot norm worden verheven. Toch mag er vanuit gereformeerd perspectief ook geen valse tegenstelling tussen geloof en wetenschap worden gecreëerd.
Vaststaand feit
Het seculiere onderwijs presenteert de evolutietheorie helaas vaak als een vaststaand wetenschappelijk feit, terwijl er heel veel onbewezen aannames aan ten grondslag liggen. Hoe wijdverbreid de evolutietheorie ook is, zij behoort niet tot de wetenschappelijke feiten, maar blijft een theorie.
Ook atheïstische wetenschappers moeten toegeven dat er nog veel missing links zijn. Het is wel aangrijpend dat de evolutietheorie als geloof of ideologie in grote delen van de westerse wereld de plaats heeft ingenomen van het geloof in God als almachtige Schepper.
Voor de evolutietheorie is ook een groot geloof nodig, het geloof dat alles per pure toeval bestaat en dat de mens niet meer is dan een klomp cellen met energie. Wie ervoor kiest te geloven in dit materialisme, kiest er ook bewust voor de stem te smoren die in het binnenste van het hart getuigt van de Schepper.
Het rapport dat de Raad van Europa zal bespreken is een pregnant symptoom van de neiging van de seculiere Europese cultuur om God te verdringen. Deze neiging wordt versterkt door de angst voor fundamentalisme.
Het is opmerkelijk dat in eerste instantie de reacties op het darwinisme in Amerika minder negatief waren dan de latere ontwikkeling doet vermoeden. Het fundamentalisme ontleent zijn naam aan een serie brochures ”The Fundamentals: A Testimony to the Truth”, gepubliceerd tussen 1910 en 1915.
Veel bijdragen waren geschreven door dispensationalisten, met een uitgesproken chiliastische toekomstvisie. Maar er waren ook bijdragen van gereformeerde theologen en binnen deze groep werd genuanceerder gedacht dan onder de eerste. In de oorspronkelijke uitgave van ”The Fundamentals” staan verschillende artikelen die uitgaan van een hoge ouderdom van de aarde. In de latere ontwikkeling van het Amerikaanse fundamentalisme en creationisme ging deze nuance helaas verloren.
Geen sterrenkunde
James Orr (1844-1913), een Schotse professor in de apologetiek, schreef een artikel onder de titel ”Wetenschap en het christelijk geloof”. Daarin verwierp hij het darwinisme als atheïstische theorie, maar liet wel ruimte voor de theïstische evolutie. Hij verwees naar Calvijn, die in zijn commentaar op Genesis benadrukte dat Mozes geen uitspraken doet over de sterrenkunde, maar spreekt vanuit menselijk perspectief.
Ook ten tijde van de Reformatie was er een besef dat de eerste hoofdstukken van Genesis niet zijn bedoeld om onze natuurwetenschappelijke nieuwsgierigheid te bevredigen. Orr schreef ook dat „de wereld vele malen ouder is dan de 6000 jaar waar de oudere chronologie van uitging.”
De vragen rond de precieze ouderdom van de aarde liggen niet zo eenvoudig. Creationistische theorieën over een jonge aarde nemen vaak aan dat God de aarde met een schijnbare ouderdom heeft geschapen.
Dat lijkt de enige mogelijkheid om de vorming van de aardlagen, de afstand die het licht van de sterren moet overbruggen en andere astronomische en geologische gegevens te verklaren. Vaak wordt daarbij verwezen naar de schepping van Adam als volwassen mens, met een schijnbare ouderdom.
Toch komt dit over als een uitvlucht. Hoe zit het dan met de fossielen, resten van dode dieren en de fossiele brandstoffen? Zijn die ook mee geschapen? Lijkt de schepping zo niet op een antiekvervalsing? Het is ook niet eenvoudig om precies aan te geven wat de consequenties van een hoge ouderdom van de aarde zijn voor de exegese van de eerste hoofdstukken van Genesis. Zijn de dagen perioden geweest? Is er een lange periode tussen de aanvankelijke schepping van hemel en aarde en de schepping?
Eenheid
De gereformeerde theologie kan de eenheid van Gods openbaring in Schrift en natuur niet zomaar opgeven. Charles Hodge (1797-1878) schreef in zijn ”Systematic Theology”: „De wetenschap heeft op veel punten de kerk geleerd hoe zij de Schriften moest verstaan. (…) Christenen hebben doorgaans geloofd dat de aarde slechts enkele duizenden jaren bestaat. Als de geologen bewijzen dat het heelal al duizenden eeuwen bestaat, zal blijken dat het eerste hoofdstuk van Genesis in volle overeenstemming is met de feiten en dat de jongste resultaten van de wetenschap al tot uitdrukking zijn gebracht op de eerste bladzijden van de Bijbel.”
Hoeveel sympathie reformatorische christenen ook kunnen hebben voor het creationistische zoeken naar alternatieven voor atheïstische theorieën, er blijft een nuanceverschil tussen de creationistische en de gereformeerde opvatting over het gezag van de Schrift. Creationisten gaan veelal optimistisch uit van de mogelijkheid om de waarheid van de Schrift te bewijzen, terwijl vanuit de gereformeerde theologie de noodzaak van het verlichtende werk van de Heilige Geest sterk wordt benadrukt.
Daarnaast heeft de gereformeerde theologie meer oog voor vragen rond de uitleg van de Heilige Schrift. Voor deze hermeneutische vragen is het van groot belang om de tekst in de oorspronkelijke context te plaatsen en rekening te houden met de verschillende genres in de Schrift. De gereformeerde theologie, met behoud van het Schriftgezag, gaat de wetenschap met een principiële openheid tegemoet. Het geheim van en het geloof in Gods scheppingswerk laat zich niet ontrafelen door atheïsten noch bewijzen door creationisten. Het is van een andere orde, het is allereerst een geloofsartikel.
Het moslimcreationisme maakt eens temeer duidelijk dat het uiteindelijk niet gaat om het geloof in de schepping als zodanig, maar om het geloof in God de Vader, de almachtige Schepper van hemel en aarde. Hij heeft Zijn Zoon in deze wereld gezonden om aan een door Hem geschapen kruishout te lijden en te sterven. Tegenover deze Vader en deze Zoon staat het moslimcreationisme even vijandig als het seculiere atheïsme.