De theocratie heeft zichtbaar gestalte gekregen op het kruis, dat hoog opgericht in deze wereld heeft gestaan. Daar triomfeerde Christus over de machten, zodat eens en voorgoed het bewind over de wereld in Zijn handen is gelegd: christocratie dus. Zo bezien kan theocratie geen enkel misverstand oproepen.
Prof. dr. A. A. van Ruler heeft zelfs gezegd dat het wel eens het beslissende teken van de theocratie in de toekomst zal kunnen zijn, dat men deze belijdenis, uitgesproken tot voor koningen en overheden, met de dood zal moeten bekopen. Dus SGP: schrap dat kostbare begrip niet. Hier past geen tactiek of diplomatie. Maar geef er wel de juiste invulling aan. Want theocratie is geen staatsvorm, maar norm in het Koninkrijk Gods, waarin ook de politiek een plaats heeft.
Rechtsstaat
Ds. W. Visscher pleit intussen voor aanvaarding van de neutrale staat. Dat is in lijn met wat ik in mijn boek ”Een land van minderheden” heb gedaan. Met mij beargumenteert hij die acceptatie ook mede vanuit de keuze van Groen, die de godsdienstneutrale staat -want daar ging en gaat het om- verkoos om zich te kunnen keren tegen de komst van een atheïstische staat.
Ik ga echter een stap verder en wil liever niet spreken van een tactische keuze. Dat leidt gemakkelijk tot een dubbele agenda. De godsdienstneutrale staat is in Nederland namelijk ingebed in de democratische rechtsstaat. En die rechtsstaat is een groot goed. Als de SGP de democratische rechtstaat aanvaardt en de eed op de Grondwet honoreert, dan ligt daar in opgesloten de acceptatie van de godsdienstneutrale staat als werkdomein.
Dr. R. Bisschop schreef in deze kolommen over noodzakelijk „respect voor de politieke context” door de SGP en scheef letterlijk: „Dus waarom zou zij niet ondubbelzinnig erkennen dat zij de democratische rechtsstaat respecteert en accepteert?” RD, 9-05). Dat gaat verder dan tactiek. Dankzij die rechtsstaat geniet elke minderheid bescherming, ook de minderheid die we als christenen zijn gaan vormen.
Met een stap verder (dan ds. Visscher) bedoel ik dat we politiek bedrijven in een wereld die enerzijds gevallen wereld is, maar anderzijds Gods wereld blijft. Een wereld waarin onkruid en tarwe groeien. Nochtans is dat de akker waarop we moeten en mogen werken. En Jezus vermaant dat we het onkruid niet voortijdig moeten willen uittrekken. (Matth. 13:29, 30).
Op de vraag van Zijn discipelen of ze vuur van de hemel zullen bidden om hen die Jezus niet wilden ontvangen, te verdelgen, kregen ze van Jezus slechts een bestraffend woord. Hij wil de zielen van de mensen niet te gronde richten, maar behouden (Luk. 9:54v). Als we derhalve met artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zouden beogen andere religies letterlijk met het zwaard te verdelgen, dan heeft dat geen enkele Bijbelse grond. Vandaar mijn pleidooi voor een heldere uitleg en toepassing van dit belijdenisartikel.
Tirannie
In de wereld hebben we het goede zaad ofwel de theocratische gedachte te zaaien. Daar moeten we het besef wekken dat God in Christus regeert. Ik aanvaard die wereld niet tactisch, maar erken hem als Zijn Schepping, als Zijn werkdomein, waarmee hij nochtans geduld toont. Daarom hangen theocratie en tolerantie met elkaar samen.
De rechtsstaat geeft ons als christenen intussen alle ruimte om vanuit onze onopgeefbare roeping missionair bezig te zijn, ook onder andere religies die we in vrijheid valse religies moeten kunnen noemen. Dat betekent ook ruimte ons in te zetten voor het bewaken en behouden van het ons in de historie geschonken, door het christelijk geloof gestempelde culturele erfgoed. Het gaat erom het Koninkrijk van Jezus Christus, waarover artikel 36 in hoofdlijn spreekt, te doen vorderen. De rechtsstaat garandeert ons om publiekelijk, met geestelijke middelen, ons te keren tegen atheïsme en libertinisme, tegen hedonisme en materialisme. God geve met als vrucht een samenleving die beantwoordt aan de door Hem gegeven waarden en normen.
Kortom, als de SGP tot herschrijving van haar beginselen komt, laat men dan de theocratische gedachte voluit handhaven, zonder de gedachte te wekken aan een theocratische staatsinrichting; laat men principieel de godsdienstneutrale staat als werkterrein aanvaarden, om daarin frank en vrij te kunnen staan met het getuigenis van profeten en apostelen; en laat men een zodanige uitleg van art. 36 van de NGB geven dat Gods gerechtigheid en barmhartigheid in Christus tot volle gelding komen, maar elke vorm van geestelijke tirannie wordt uitgebannen. Dan hebben we ook een valide argument om op te komen voor vrijheid van christenen in het publieke domein in bijvoorbeeld moslimlanden.
De auteur is oud-algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond.