Waar staan christenen nu in dit alles? Moeten zij pal staan voor het recht op vrije meningsuiting? Of zich triomfantelijk koesteren in de gedachte dat christenen in ieder geval niet zo intolerant zijn als moslims? Een paar kanttekeningen.
Spotprenten
Allereerst is het evident dat de heftigheid van het protest tegen de cartoons met veel meer te maken heeft dan alleen het afbeelden en beledigen van de profeet Mohammed. Er is in veel islamitische landen blijkbaar een enorme opgekropte woede en frustratie tegen het Westen.
Mensen voelen zich bedreigd en betutteld door de Amerikaanse democratiseringscampagne. Er is verontwaardiging dat het Westen het gewelddadige protest veroordeelt, maar zelf op gewelddadige wijze in Irak en Afghanistan actief is en landen als Syrië en Iran ondemocratisch zwaar onder druk zet. Ook de gevoelde partijdigheid van Amerika in het conflict tussen Israël en de Palestijnen steekt velen diep.
Wanneer het Westen dan opnieuw -door de cartoons- moslims minacht en beledigt, weten bepaalde regimes en extremistische groepen van dergelijke gevoelens van onvrede handig gebruik te maken. Veel van het gewelddadige protest is door hen geregisseerd. Dat protest richt zich dan algauw op hen die -terecht of niet- worden gezien als vertegenwoordigers van de Westerse koloniale politiek, christenen en joden. Dat rechtvaardigt het geweld niet, maar zet de cartoonkwestie wel in een bepaald perspectief.
In de tweede plaats is het reëel om te zeggen dat de meerderheid van de moslims in de wereld niet is betrokken bij gewelddadig protest. Velen schamen zich voor de manier waarop het ongenoegen over de spotprenten wordt geuit.
Toch voelen bijna alle moslims zich wel door de spotprenten beledigd. Dat geeft te denken. Het zou christenen sieren wanneer ze proberen te begrijpen waarom deze kwestie voor moslims zo gevoelig ligt.
Beledigen
Wie iets van de islam begrijpt, weet dat de eerbied voor Mohammed bijna op één lijn staat met de eerbied voor God en de Koran. Zoals ik iemand hoorde zeggen: „Over hoofddoekjes, vasten en rituelen kun je nog cartoons maken, maar niet over Allah, de Koran of Mohammed.” Of dat consistent is -Mohammed is voor moslims echt niet meer dan een mens- doet minder ter zake; als buitenstaander kan ik niet voor een ander bepalen wat wel en niet tot het wezen van zijn of haar geloof behoort.
Tot slot vraag ik me af waarom christenen zo graag expliciet willen benadrukken dat ze toleranter zijn dan moslims. Wat zit daar achter? Is het wel zo’n compliment om voorop te lopen in tolerantie? Zouden christenen niet vooral bekend moeten staan om hun passie voor Christus? Zouden zij die weten wat het is om bespot te worden, niet juist de spotprenten moeten veroordelen? Zouden christenen niet opstandiger moeten zijn, omdat ze het niet kunnen verkroppen dat er zo veel onrecht en lijden in deze wereld is, zo veel dat tegen Gods wil ingaat? Hoe kun je in zo’n wereld eigenlijk nog tolerant zijn?
Christus was het in ieder geval niet. Maar hij was er ook niet op uit om anderen te beledigen. Het enige dat van Hem gezegd kan worden, is dat Hij mensen zo lief had, dat Hij zich liet beledigen om hen te redden. Zelfs toen hij bespuugd werd en geslagen, kwam er geen cynisch woord over zijn lippen. Aan het kruis bad Hij slechts: „Vader vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.” De kerk is slechts geroepen in Zijn voetsporen de geur van Christus te verspreiden (2 Kor. 3).
Karikaturen
Er moeten af en toe stevige gesprekken gevoerd worden tussen moslims en christenen. Er is genoeg waar ik het over zou willen hebben, zoals de situatie van christenen in sommige moslimlanden, islamitische spotprenten over christenen en joden, de islamitische karikaturen van mijn geloof in God en in Jezus. Zolang ik respect heb voor mijn gesprekpartner en bereid ben kritisch naar mijn eigen geschiedenis te kijken, is er ook ruimte voor zo’n gesprek.
Dan is het zelfs mogelijk om in alle rust uit te leggen waarom ik geloof dat Jezus meer is dan een profeet en waarom ik Mohammed niet als Gods gezant kan aanvaarden. Zou dat uiteindelijk geen grotere weerslag kunnen hebben dan het opkomen voor het recht om alles maar te mogen zeggen?
De auteur was tot afgelopen zomer als zendingspredikant namens de GZB werkzaam in Libanon.