Ook het kabinet moet door deze uitspraak van Plasterk gewaarschuwd zijn. Het recht op godsdienstvrijheid en vrijheid van onderwijs komt in de knel, en dat voor het hypothetische en praktisch niet denkbare geval dat iemand met een praktiserende homoseksuele leefwijze zich oprecht in zijn visie verbonden kan weten aan de grondslag van een reformatorische school.
Hoorden wij Plasterk niet in de discussie rond de trouwambtenaar over de vegetariër die toch ook niet bij de slager wilde werken? Het verschil nu is echter dat het niet om een publieke taak gaat, maar om een school die hierdoor in zijn grondslag beschadigd wordt. De praktiserend homoseksuele leerkracht zet zichzelf buiten de Bijbelvisie die orthodox-christelijke ouders hun kinderen willen meegeven vanuit de doopbelofte die zij gedaan hebben tegenover God en hun kerkelijke gemeente.
Ernstig is ook de volgende voetnoot in de reactie van Plasterk: „Ten onrechte lijkt soms te worden gedacht dat bijzondere scholen iemand mogen afwijzen op grond van homoseksualiteit, zo lang maar een duidelijke, zichtbare afweging heeft plaatsgevonden in het kader van de godsdienstige richting van de school. Dit is echter onjuist. Ook dan nog is de school gebonden aan het verbod om onderscheid te maken op grond van het enkele feit dat iemand homoseksueel is, inclusief het aangaan van een homoseksuele relatie.”
Bij afwijzen is er niet sprake van een enkel feit, maar van meerdere feiten. Niet alleen het eerste feit van homogevoelens is de grond van afwijzing, ook niet eens het tweede feit van het praktiseren, maar juist het derde feit dat de levenswijze niet in overeenstemming is met de Bijbelvisie waarin hij of zij de kinderen moet voorleven en onderwijzen. Opvoeden is niet alleen onderwijzen, maar ook voorleven. Plasterk beknot de godsdienstvrijheid en grijpt te diep in bij de opvoeding.
De AWGB gaat uit van gelijkwaardigheid. Voor een ongelovige is daarmee het belangrijkste gezegd. Voor een gelovige is er meer dan alleen een verhouding tussen mensen. Orthodoxe christenen erkennen een hogere macht, een macht die niet gelijkwaardig is maar juist boven hen staat. Het christelijk geloof ontleent zijn normen aan zijn visie op God.
In de knel
Gelovigen willen hun leven vormgeven op basis van deze visie op God. Maakt deze visie de ene mens dan meer dan de andere? Nee, maar de levensinvulling is niet meer om het even. Gelijkwaardigheid is niet de norm, maar onze verhouding tot en met God.
Orthodoxe christenen zien de liefde als een belangrijke norm. Die liefde wordt ingegeven door liefde van God naar ons. Vanuit liefde willen we onze naaste niet veroordelen maar juist naast hem staan, hem steunen en helpen. Het niet accepteren van de homoseksuele praktijk heeft niets met het achterstellen of niet liefhebben te maken, maar met de visie op grond van de Bijbel hoe God ons leven bedoelt.
Het voorleven en opvoeden in de orthodoxe Bijbelvisie lijkt in de knel te komen bij de discussie rond de acceptatie van de praktiserende homoseksuele leerkracht. De conclusies die minister Plasterk trekt uit de AWGB wijzen in die richting. En deze wet zal in de toekomst nog verder worden aangescherpt.
Ik vraag me af of orthodoxe christenen zich voldoende bewust zijn van de problemen die dreigen. Deze keer gaat het onze eigen voordeur niet voorbij. Christenen zullen heldere standpunten moeten hebben die zij in duidelijke taal kunnen verwoorden. De SGP en zeker de ChristenUnie als regeringspartij zouden nu een krachtig geluid moeten laten horen tegen de toenemende inperking van de godsdienstvrijheid en de vrijheid van onderwijs door de AWGB en de CGB. Of is de brief van minister Plasterk geschreven namens het gehele kabinet?
De auteur is voorzitter van stichting RefoAnders.