Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Ootmoedige houding tegenover Joden is pas écht christelijk

 „Schokkend vind ik de typering van orthodox rabbijns Jodendom als een sekte.” Foto ANP

„Schokkend vind ik de typering van orthodox rabbijns Jodendom als een sekte.” Foto ANP

Het artikel van Marten Visser (RD 30-4) over zending onder Joden is geschreven vanuit een hoogmoedige houding tegenover het Joodse volk, reageert ds. J. de Vreugd. Christenen dienen zich ootmoedig op te stellen ten opzichte van Israël.

Met stijgende verbazing en, eerlijk gezegd, ook ergernis heb ik het artikel van Marten Visser gelezen. In het stuk, met de kop ”Verkondig het Evangelie in de eerste plaats aan Joden”, gebruikt hij enkele keren de term ”verfrissend”. Voor mij was het meer een koude douche.

Ootmoed

Paulus adviseert christenen in Romeinen 11 zich niet „tegen de takken te verheffen” en „niet hooggevoelende te zijn, maar te vrezen.” Met andere woorden: ons past een houding van ootmoed tegenover het Joodse volk, vanuit het besef dat niet wij de wortel dragen, maar de wortel ons. Wij ontvangen ons heil met dank aan de Joden.

Van deze houding proef ik niets in het artikel, integendeel. Het is geschreven in de eeuwenoude houding van hoogmoed en superioriteit die heidenchristenen ten aanzien van Israël altijd tentoongespreid hebben. Met alle gevolgen van dien: achteruitzetting, beperkende maatregelen, catechese der verguizing et cetera, die zomaar een vruchtbare voedingsbodem werden voor anti-Joodse gevoelens en erger.

Wie de merendeels donkere geschiedenis van de relatie tussen kerk en Israël, christenen en Joden, in het door het christendom gedomineerde Europa op zich laat inwerken, kan alleen maar nog dieper in ootmoed buigen en constateren dat de kerk zich niet gehouden heeft aan het advies van Paulus. Visser doet dat af met „schuldgevoel over de te geringe inzet van christenen tegen de gruwelijke massamoord op Joden door de nazi’s.” Blijkbaar heeft hij totaal geen zicht op de geschiedenis die daaraan voorafging, en de schuld van de kerk en de theologie daarin. Hij kan zich nog steeds superieur voelen ten opzichte van Israël.

Herbezinning

De hele theologische herbezinning op de plaats van Israël in het plan en het handelen van God na de gruwelen van de oorlog én het wonder van de herrijzing van Israël uit het as van de kampen en het puin van de getto’s is kennelijk aan Visser voorbijgegaan of niet aan hem besteed.

Helaas lijkt dat weer een trend te worden in kerk en theologie: de zoektocht naar een verstaan van de Schriften en een theologie die niet bedreigend zijn voor Israël in ons midden spreekt velen blijkbaar niet meer aan; evenmin als de diepgaande verrassing en verrijking die het oplevert om het wonder van het Israël van vandaag te bezien vanuit het profetisch Woord. Het is waarschijnlijk ook veel comfortabeler om op ‘klassieke’ posities terug te vallen.

Voor mensen als Visser is Israël geen vraag meer aan de kerk; ze lezen liever de Bijbel, maar weer vanuit christelijke vooringenomenheid en vanzelfsprekendheden. Maar daarmee valt ook de verrijking weg van een dieper leren verstaan van ons eigen christelijk geloof in de ontmoeting met de Joodse oorsprong van het christendom

Farizeeën

Schokkend vind ik de typering van orthodox rabbijns Jodendom als een sekte, een begrip met een negatieve lading, en het gebruik van de term ”farizeïsme”, waar geringschatting in doorklinkt. Christelijke oren brengen die term direct in verband met het proces van Jezus, waarbij een eeuwenoude gedachte de kop opsteekt: de schuld van de Joden aan de kruisiging van Jezus. Dat zit intussen blijkbaar in onze heidenchristelijke genen.

Dat studie van de tijd van Jezus heeft uitgewezen dat Hij heel dicht bij de farizeeën stond, en volop deelnam aan de halachische discussies, ook dat is kennelijk niet aan Visser besteed. We zijn naar mijn mening echt toe aan een herwaardering van de term ”farizeeër”.

En ja, ik hoor bij degenen die graag en vaak „het respect zoeken van orthodoxe rabbi’s”, al vindt Visser dat bedenkelijk. En nee, ik hoef in dat contact niets van mijn christelijke identiteit in te leveren: in wederzijds respect vinden er zomaar goede ontmoetingen en diepe gesprekken plaats.

Toekomst

Misschien nog wel het verbazingwekkendst in het verhaal van Visser is zijn bekentenis dat hij „steeds minder vertrouwen heeft in zijn vermogen uit de Bijbelse gegevens een duidelijke toekomstverwachting voor Israël te destilleren.” Geeft de schrijver zichzelf hiermee een brevet van onvermogen? Dat zal niet zijn bedoeling zijn. Hij wil kennelijk gewoon zeggen dat de Bijbel geen toekomst voor Israël kent. Welnu, dan heeft hij een heel andere Bijbel dan ik. Ik wil hem uitdagen daar eens een stevige boom over op te zetten. Misschien zelfs met een orthodoxe rabbijn erbij.

De auteur is hervormd emeritus predikant binnen de Protestantse Kerk in Nederland en oud-voorzitter van Christenen voor Israël.


Lees ook: Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek