Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Onbegrip bepaalt kwestie trouwambtenaar

 „Tot zeven jaren geleden bestond het homohuwelijk niet en op dit moment hebben de meeste landen ter wereld er grote bezwaren tegen. Wanneer er nu echter trouwambtenaren zijn die moeite hebben met dergelijke huwelijken, worden zij beschuldigd van het huldigen van „gekke” en „wonderbaarlijke opvattingen.”” Foto Hans Roest

„Tot zeven jaren geleden bestond het homohuwelijk niet en op dit moment hebben de meeste landen ter wereld er grote bezwaren tegen. Wanneer er nu echter trouwambtenaren zijn die moeite hebben met dergelijke huwelijken, worden zij beschuldigd van het huldigen van „gekke” en „wonderbaarlijke opvattingen.”” Foto Hans Roest

Onder de dekmantel van het streven naar gelijke behandeling en ruimdenkendheid wat betreft het homohuwelijk, broeit onbegrip ten aanzien van mensen die op godsdienstige gronden ethische grenzen trekken, stelt mr. drs. B. D. Hengstmengel.
Sinds Nederland als eerste land ter wereld besloot dat twee mensen van hetzelfde geslacht best kunnen trouwen, blijkt er een nieuw menstype te bestaan: de ’diepgelovige’ trouwambtenaar. Deze overheidsdienaar, vaak van orthodox-christelijken huize, heeft gewetensbezwaren tegen de sluiting van een homohuwelijk.

Nu er in het regeerakkoord gesteld wordt dat gewetensbezwaarde trouwambtenaren niet aan de voltrekking van een homohuwelijk hoeven mee te werken, liet een aantal politici en bestuurders zich in nogal ferme bewoordingen uit over deze kwestie. Verschillende grote gemeenten lieten plotseling weten dat hun ambtenaren van de burgerlijke stand niet mogen weigeren homo’s te trouwen. De Leeuwardense burgemeester Dales (VVD) sneerde: „Mensen hebben het recht op gekke opvattingen, maar moet je ambtenaren in hun werk ruimte geven voor deze wonderbaarlijke opvattingen?” Deze gedachtegang van Dales is opmerkelijk. Tot zeven jaar geleden bestond het homohuwelijk niet en op dit moment hebben de meeste landen ter wereld er grote bezwaren tegen. Wanneer er nu echter trouwambtenaren zijn die moeite hebben met dergelijke huwelijken, worden zij beschuldigd van het huldigen van „gekke” en „wonderbaarlijke opvattingen.”

GroenLinksleider Halsema stelde dat het plan van het kabinet discriminatie van homo’s legitimeert en in strijd is met het in artikel 1 van de Grondwet vastgelegde gelijkheidsbeginsel. Een vreemde gedachte, want wettelijk is er niets veranderd en gaat er ook niets veranderen. Mogelijk wordt slechts de rechtspositie van gewetensbezwaarden geregeld. Daarbij geldt dat ook godsdienst valt onder het gelijkheidsbeginsel van artikel 1 en dus evenveel bescherming geniet als seksuele geaardheid.

Niet zwaarwegend
Mag een gemeente eigenlijk, juridisch gezien, van haar ambtenaren eisen dat ze homohuwelijken sluiten? De Commissie Gelijke Behandeling oordeelde op 15 maart 2002 dat deze eis aan trouwambtenaren een indirect onderscheid op grond van godsdienst inhoudt, omdat vooral gelovigen erdoor worden benadeeld. Het doel om trouwambtenaren zonder uitzondering de wet te laten uitvoeren is weliswaar legitiem, maar niet zwaarwegend genoeg. Er zijn namelijk voldoende andere trouwambtenaren beschikbaar en het aantal huwelijken tussen personen van hetzelfde geslacht is gering.

Sommige gemeenten hanteren het argument dat het kabinet niet gaat over hun personeelsbeleid. Dit argument snijdt echter geen hout, omdat gemeenten zich aan de wet hebben te houden. Grondrechten gaan boven personeelsbeleid. Andere gemeenten hanteren het argument dat ambtenaren de wet moeten uitvoeren en dus ook homohuwelijken moeten sluiten. Dit argument houdt evenmin stand. Terecht stelde minister Remkes van Binnenlandse Zaken in april vorig jaar -in reactie op een motie- dat het hebben van een gewetensbezwaar op zichzelf niet indruist tegen de eed die een ambtenaar moet afleggen. Het bieden van ruimte voor gewetensbezwaren, zeker godsdienstige, maakt immers ook deel uit van het Nederlandse rechtsstelsel waaraan gemeenten en ambtenaren gebonden zijn.

Het door sommigen gehanteerde argument dat niemand verplicht is om ambtenaar van de burgerlijke stand te worden, getuigt van weinig juridisch besef. Ook orthodoxe gelovigen die om welke reden dan ook ambtenaar van de burgerlijke stand willen worden, hebben het recht op hun godsdienstige overtuiging en hebben eveneens het recht om in overheidsdienst te treden.

Het flauwekulargument dat er mogelijk ook mensen zijn die geen huwelijk willen sluiten tussen een blanke en een zwarte of tussen een moslim en een niet-moslim of tussen een arme en een rijke, getuigt van veel creativiteit, maar van weinig realisme. De Nederlandse rechter is zeer wel in staat gebleken om tot een afbakening te komen van wat in alle redelijkheid wel of niet als een godsdienstige overtuiging kan gelden.

Dekmantel
De rechtspositie van gewetensbezwaarde ambtenaren moet los worden gezien van het recht van twee mensen van hetzelfde geslacht op een huwelijk. Zolang in iedere gemeente in Nederland een homohuwelijk gesloten kan worden, is er geen reden om te tornen aan de rechtspositie van gewetensbezwaarde ambtenaren en speelt het belang van de bruidsparen een beperkte rol. Is er ooit een homohuwelijk niet gesloten omdat er geen trouwambtenaar beschikbaar was? Er is voor gemeenten alle ruimte voor pragmatische oplossingen. Daarbij moet bedacht worden dat slechts een fractie van alle huwelijken wordt gesloten tussen twee mensen van hetzelfde geslacht.

Mijns inziens kan de plotselinge moeite met gewetensbezwaarde ambtenaren niet werkelijk ingegeven zijn door praktische bezwaren; die zijn namelijk niet reëel. Het werkelijke probleem zit in de afkeer van niet begrepen godsdienstige overtuigingen. Onder de dekmantel van het streven naar gelijke behandeling en ruimdenkendheid -althans wat het homohuwelijk betreft- broeit onbegrip voor mensen die op godsdienstige gronden ethische grenzen trekken.

De vraag kan gesteld worden: Hoe ruimdenkend is politiek en bestuurlijk Nederland werkelijk? Indachtig het kabinetsmotto ”samen werken, samen leven”, lijkt het me een goed idee om gemeenten als Leeuwarden aan te bevelen in het kader van hun diversiteits- en minderhedenbeleid ook ’diepgelovige’ trouwambtenaren in dienst te nemen.

De auteur is docent recht en religie aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek