Een van de bankiers die begin dit jaar werden bevraagd door de Tweede Kamercommissie die de financiële crisis onderzocht, verklaarde dat het niet meevalt om goede mensen vast te houden als ze elders meer kunnen verdienen. Blijkbaar zijn in ieder geval in de financiële wereld forse beloningen nodig om bekwaam geachte managers te krijgen en te houden.
Wat zijn in dit verband trouwens ”goede mensen”? Slechts weinig ‘topbestuurders’ hebben de financiële crisis aan zien komen en verschillenden van hen, vooral in de Verenigde Staten, zijn althans voor een deel verantwoordelijk voor het ontstaan ervan. De financiële crisis bewijst dat het huidige beloningssysteem, met zijn bonussen en andere emolumenten, geen enkele garantie biedt voor een verantwoorde ontwikkeling. Integendeel, doordat mensen en organisaties op korte termijn willen scoren, mede met het oog op hun persoonlijke financiële belangen, worden riskante acties en onoverzichtelijke constructies uitgelokt.
In de VS verdienden de topmensen uit het bedrijfsleven een paar jaar geleden 300 tot 500 maal zo veel als een gewone werknemer. De extreem hoge beloningen worden vaak verdedigd met de zeer bijzondere kwaliteiten of prestaties van de betrokken topbestuurder. Met dat argument zijn dergelijke exorbitante verschillen echter niet te rechtvaardigen.
Verder kan ik niet aan de indruk ontkomen dat de aan topbestuurders toegedichte kwaliteiten nogal eens tegenvallen. Er worden in het grote bedrijfsleven althans regelmatig ernstige strategische fouten gemaakt, onder andere op het gebied van fusies en overnames. Vervolgens moet een nieuwe topman met superkwaliteiten worden aangetrokken om het puin te ruimen. De vertrekkende topman, die verantwoordelijk is voor de problemen, hoeft zich in de regel geen zorgen te maken over zijn financiële situatie, dankzij riante vertrekbonussen. Voor gewone werknemers die door het verkeerde beleid op straat komen te staan, ligt dat vaak anders.
Bij een ander argument ter rechtvaardiging van enorme beloningen wordt wel gewezen op de grote maatschappelijke betekenis van het werk van de betrokkene. Dat argument lijkt mij, voorzichtig gezegd, zeker niet algemeen geldig. Zouden, om een voorbeeld uit een heel andere sector te noemen, de activiteiten van topsporters echt veel belangrijker zijn voor de samenleving dan het werk van een vuilnisman?
Het buitensporige beloningssysteem in de financiële wereld en daarbuiten vormt een symptoom van een cultuur waarin geld een doorslaggevende rol speelt. In zo’n ‘mammoncentrische’ cultuur gaat het bij het verrichten van arbeid vooral om (zo veel mogelijk) geld verdienen. Die benaderingswijze wordt op allerlei manieren gevoed, ook bij lagere inkomensgroepen. Zo worden mensen vooral gestimuleerd om langer of harder te gaan werken door ze meer geld te beloven en veel minder door ze op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te wijzen. Gezien de heersende mentaliteit is het trouwens de vraag of dat laatste veel effect zou hebben.
Naarmate arbeid sterker wordt gereduceerd tot middel om geld te verdienen, wordt geldzucht meer en meer het sturend beginsel in onze maatschappij. Zoals een andere bankier begin 2008 tegenover de SP-fractie verklaarde: „De economie wordt gedreven door hebzucht, of u dat nu leuk vindt of niet.” Of we op die manier een gezonde, duurzame economie krijgen is zeer de vraag. Mag je van mensen die zich bij de keuze van een werkkring voornamelijk laten leiden door de hoogte van de beloning, verwachten dat ze echt hart voor de zaak hebben, of zouden ze vooral hart voor zichzelf hebben?
„Paulus noemt in 1 Timotheüs 6 de geldgierigheid een wortel van alle kwaad. Daarom valt van en voor een maatschappij waarin de geldzucht een belangrijke, zo niet de belangrijkste, drijvende kracht is, niet veel goeds te verwachten. Christenen zouden (ook) op dit gebied het goede voorbeeld moeten geven en, voor zover mogelijk, meer moeten laten zien dat voor hen niet verdienen, maar dienen het zwaarst weegt bij de keuze van een werkkring.”
De auteur is landbouweconoom en oud-lid van de Eerste Kamer. Reageren aan scribent? nietbijbroodalleen@refdag.nl