Stap 1. In een poging een recessie ten gevolge van de technologieluchtbel en 11 september te voorkomen, begon de Federal Reserve onder leiding van de toenmalige topman Alan Greenspan het monetaire beleid agressief gerust te stellen. In de periode van 2001 tot 2003 zakte de rente van 6 naar 1 procent, het laagste peil in 45 jaar.
Stap 2. Met de lage rentestand en geld dat makkelijk beschikbaar was, begonnen hypotheekverstrekkers leningen te verkopen aan mensen met twijfelachtige kredietgeschiedenissen. Deze subprime-leningen vereisten geen aanbetaling, hadden een flexibele rente en exotische elementen, zoals ”negatieve afbetaling” (waarbij ’huiseigenaren’ in het begin per maand minder hoefden betalen dan de verschuldigde rente, waardoor de lening in feite bij iedere betaling hoger werd). Door deze leningen groeide de vraag naar huizen en stegen de huizenprijzen. Speculanten betraden de markt en lieten huizen ”over de kop” gaan (ze kochten huizen met schuld en verkochten ze snel weer voor een hogere prijs). Er begon een speculatieve luchtbel te ontstaan.
Twee giganten
Stap 3. Hypotheekverstrekkers verkochten hun dubieuze leningen door aan andere partijen, in het bijzonder aan Fannie Mae en Freddie Mac. Het Congres had deze twee door de overheid gesponsorde bedrijven door de jaren heen enorm laten groeien en belangrijke spelers laten worden op de hypotheekmarkt.
Onder het mom van toenemend huizenbezit moedigden deze twee giganten de subprime-leningen aan. Fannie en Freddie verpakten deze leningen in door hypotheken gedekte verzekeringen en verkochten die aan investeerders. Het tweetal „voerde Wall Streets pogingen om de subprime-leningen te beveiligen door de belangrijkste klant te worden van alle AAA-gewaardeerde subprime-hypotheekpools”, schrijft de econoom Kevin Hassett van de nieuwsdienst Bloomberg. „Daarnaast behielden ze zelf een enorm portfolio van hypotheken (…) Hun prominente aanwezigheid creëerde een klimaat waarin zelfs door hypotheken gedekte verzekeringsproducten die door anderen waren geconstrueerd, een plaats kregen.”
Koppeling
Stap 4. Doordat investeringsbanken deze subprime-aanwinsten gebruikten om enorme schulden aan te gaan, werd de financiële gezondheid van Wall Street gekoppeld aan de mogelijkheid van mensen met een kredietverleden om hun maandelijkse hypotheek te betalen.
Stap 5. De rente kon niet altijd op een historisch laag peil blijven staan. Toen de rente begon te stijgen, daalde de vraag op de huizenmarkt en spatte de luchtbel uiteen. Mensen met een subprime-lening zagen de rente op hun hypotheek stijgen en tegelijkertijd de waarde van hun huis dalen. Velen waren niet langer in staat hun lening af te betalen. De investeringsbanken op Wall Street bleven met de gevolgen zitten - een schuld die gedekt was door financiële producten die steeds minder waard werden.
Stap 6. Uit vrees voor een totale instorting en een ernstige recessie begon de regering van Bush financiële steun te geven aan enkele van deze bedrijven en werd er uiteindelijk een voorstel gedaan voor een financiële injectie van 700 miljard dollar. Het voorstel houdt in dat het ministerie van Financiën de slechte producten koopt van de banken en ze dan weer verkoopt (hoeveel de regering aan deze verkoop verdient, zal bepalen hoeveel van die 700 miljard de overheid terugziet). „Dit wendt de oordeelsdag af”, zei Anthony Sabino, hoogleraar in de rechten en bedrijfskunde aan St. John’s University, tegen de Associated Press. „Dit is een zuiveringskuur voor banken en zal ze helpen zich te ontdoen van de slechte hypotheekverzekeringen, leningen en al het andere dat ze geschaad heeft.”
Verspreiding
Het plan geeft de minister van Financiën (momenteel Henry Paulson, in januari hoogstwaarschijnlijk iemand anders) een enorme macht. Dat leidde vorige week in Washington tot een debat over de vraag in welke mate hij of zij gecontroleerd zou moeten worden en hoeveel tijd hij of zij zou hebben om de regering uit de vastgoedbusiness te krijgen.
De kern van het verhaal is: Washington en Wall Street hebben mensen geholpen om op zo grote schaal huizen te kopen die ze zich niet konden veroorloven, dat het de economie grote schade zou berokkenen als ze de leners aan hun lot over zouden laten. Daarom nemen ze zelf een deel van de last over (Wall Street is momenteel niet zo’n geweldige banenmarkt), maar het grootste deel van de verliezen zal ”gesocialiseerd” worden, of worden verspreid over alle belastingbetalers. Dus ook over degenen die zich tijdens de luchtbel wel ingehouden hebben. Het is niet anders.
De auteur is redacteur bij World, een wekelijks christelijk tijdschrift.