Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Na crisis tijd voor echt liberalisme

Om de financiële markten fundamenteel aan te pakken moeten twee zaken prioriteit krijgen, betoogt Arjen van Witteloostuijn: een verbod op bonusregelingen en een actief antifusiebeleid om het ontstaan van zeer grote spelers te voorkomen.
De huidige crisis komt niet als een verrassing. In de jaren negentig werd regelmatig gewezen op de ernstige weeffouten in de moderne variant van het aandeelhouderkapitalisme in het algemeen en de neoliberale inrichting van de financiële markten in het bijzonder. Deze kleine minderheid moest het echter afleggen tegen de grote meerderheid die ervan overtuigd was dat de vrije werking van de financiële markten dermate heilzaam was dat een enkel excesje hier of een ontsporinkje daar simpelweg moest worden getolereerd.

In de afgelopen paar weken is deze meerderheid plotseling in groten getale radicaal van gedachten veranderd. De roep om scherper toezicht en strengere regelgeving door voormalige vrijemarktpredikers is oorverdovend. Daarmee wordt het paard echter achter de wagen gespannen, omdat het toezicht altijd achterloopt op de marktfeiten en omdat doorgeschoten regelgeving vooral knellend werkt.

Het is beter om het ingrijpen te beperken tot een paar eenvoudige maatregelen. Twee daarvan verdienen prioriteit.

In de eerste plaats is het op microniveau evident dat de moderne vorm van prikkelwerking via asymmetrische bonusregelingen niet deugt: opwaarts risico wordt beloond, terwijl neerwaarts risico niet wordt bestraft. De bonusregelingen zijn in absolute zin niet alleen krankzinnig vanuit moreel perspectief, maar ondergraven daarnaast vanwege deze asymmetrie de effectieve werking van bedrijven en markten.

Aan de ene kant zetten zij aan tot risicovol gedrag. Zolang dat goed gaat, kunnen financiële handelaren en hun managementbobo’s miljoenen- en zelfs miljardenbonussen opstrijken.

Aan de andere kant wordt voorzichtigheid niet gestimuleerd. De consequenties van het neerwaartse risico worden immers afgewenteld op derden. In het ergste geval blijft een bonusuitkering achterwege omdat verliezen zijn gemaakt.

Van het inleveren van bonussen uit het verleden is nooit sprake. Hoog in de financiële hiërarchie is het risico bij falen zelfs positief omdat de vertrekregelingen goudgerand zijn.

In de tweede plaats is op macroniveau de schaalvergroting te ver doorgeschoten. De ene financiële instelling is nog groter dan de andere, en groot is nooit groot genoeg. Dit staat de selectieve werking van markten in de weg.

Systeemrisico
Omdat financiële instellingen veel te groot zijn geworden, mogen zij niet omvallen vanwege wat het systeemrisico wordt genoemd. Een faillissement van grote spelers zet een domino-effect in werking met fatale gevolgen voor het fragiele bouwwerk van de financiële wereldeconomie. Daarom moeten zij worden gered. Dat verergert de asymmetrische prikkelwerking. Immers: mocht het risicovolle gedrag averechts uitpakken, dan treedt de overheid op als reddende engel.

Daarom moet eindelijk serieus werk worden gemaakt van het antifusiebeleid. Er zijn reuzen ontstaan die momenteel zuivere marktwerking frustreren. Sterker nog: in de huidige crisis treedt door nieuwe overnames verdere bundeling op. De grote spelers worden nog groter, zodat bij de volgende crisis de overheid weer als reddende engel moet optreden.

Natuurlijk: gerichte herregulering en verscherpt toezicht kunnen geen kwaad. Als het daar echter bij blijft, worden de werkelijke oorzaken van de financiële crisis niet aangepakt. Om dat te voorkomen moeten twee maatregelen worden genomen.

Allereerst moeten bonusregelingen eenvoudigweg worden verboden. Dat voorkomt dat risicoafwegingen worden vertekend in welke richting dan ook.

Daarnaast is actief antifusiebeleid geboden. Grote spelers moeten weer in kleinere eenheden worden opgeknipt, en toekomstige voorgenomen vervlechtingen moeten veel vaker worden tegengehouden.

Met deze maatregelen wordt ruim baan gegeven aan de gezonde werking van concurrentie- en selectieprocessen in vrije markten zonder de verstorende invloed van perverse bonusregelingen en dito overheidsinterventies. Pas dan kan sprake zijn van echt liberalisme op de financiële markten.

De auteur is als econoom verbonden aan de Universiteit Antwerpen, de Utrecht School of Economics en de universiteit van Durham. Een uitgebreidere versie van dit artikel is te vinden op mejudice.nl.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek