De scheppingsgeschiedenis is dus in de eerste plaats profetie en wetgeving. Zoals heel de Heilige Schrift verwijzen ook Genesis 1 en 2 naar Jezus Christus, dé Mens naar Gods beeld. En God zelf verwijst naar Zijn scheppingsarbeid als Hij de mens opdraagt zes dagen te arbeiden en op de zevende dag te rusten.
Zo vatten de eerste hoofdstukken van het boek Genesis in profetische bewoordingen Gods plan van liefde met de mensheid samen. Het gaat om Gods weergave van punten uit Zijn werkelijkheid, en daarbij geldt het woord van Paulus dat die dingen alleen te doorgronden zijn door het geestelijke met het geestelijke te vergelijken (1 Kor. 2:6-16).
Voor het verstand komen er heel wat onbegrijpelijke dingen in Gods Woord voor, zeker ook in Genesis. Maar dat hoeft aan ons geloof niets af te doen. Geloof is niet begrijpen, maar volledige overgave aan God, zoals Hij Zich aan ons in Zijn Zoon openbaart. Niet als volwassenen in kennis en inzicht, maar als kleine kinderen kunnen we Zijn Koninkrijk binnengaan (Mattheüs 18:3).
Niet verketteren
Het is heel menselijk om een verstandelijk beeld van Gods scheppend handelen te hebben. Dat is ook niet erg, als we ons maar realiseren dat het niet meer is dan onze zwakke menselijke voorstelling van Gods hemelhoge werkelijkheid, en als we er vooral voor oppassen dat we medechristenen niet verketteren omdat ze onze voorstellingen niet delen.
Creationisten maken zich daaraan helaas vaak schuldig. Jammer, want daardoor leveren ze evolutionisten argumenten om het geloof in de Schepper te ondermijnen. Maar al te vaak wordt de evolutietheorie gretig gebruikt om het geloof in Gods Woord aan de kaak te stellen en de mensheid te ontworstelen aan Gods leiding.
Darwin en talloze natuurwetenschappers na hem hebben argumenten ten gunste van de evolutietheorie aangedragen. Maar natuurwetenschappers behoren zich te houden aan de grondregel van hun vak, dat ze alleen maar iets kunnen zeggen over zintuiglijk waarneembare objecten. Uitspraken over God en over geloofszaken maken van de natuurwetenschap een vorm van godsdienst.
Bovendien bieden wetenschapper met de interpretatie van hun waarnemingen slechts een beeld van de werkelijkheid, nooit een definitieve vaststelling daarvan. Veel wetenschappers, maar vooral ook publicisten, journalisten, politici en leraren hebben zich daaraan niet gehouden. Zij hebben de evolutietheorie verlaagd van een interessante wetenschappelijke hypothese tot een schijngodsdienstige basis voor een moderne maatschappij.
Intelligent Design
Er is veel goed onderzoek dat het ontstaan van de eerste levende cel en van nieuwe soorten door toeval wetenschappelijk hoogst onwaarschijnlijk maakt. Maar dat wordt doorgaans met verontwaardiging van de hand gewezen. Of men voert het begrip Intelligent Design in, een gnostische gedachte van een in de natuur aanwezig sturend intellect.
Echte natuurwetenschap, die blijft binnen de perken van de eigen doelstellingen, en een door de Heilige Geest geleid leven naar Gods Woord, met name ook als het gaat om de scheppingsgeschiedenis, gaan prima samen. Maar een leer die beweert dat de mens via de natuurwetenschap de werkelijkheid kent, is gebaseerd op menselijke hoogmoed, en daarom verwerpelijk.
Daar moeten we onze jonge mensen tegen wapenen door hen voor te gaan in het in kinderlijk geloof volgen van onze hemelse Vader, en vanuit die basis te onderrichten in de ontwikkeling van de evolutieleer en in de natuurwetenschappelijk betrouwbare argumenten tegen die leer, zodat ze voorbereid zijn op hun taak als getuigen van Jezus Christus in de huidige maatschappij.
voetnoot (u17(De auteur is emeritus hoogleraar algemene dierkunde aan de Universiteit Utrecht en oud-voorzitter van de Biologische Raad van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.