Dat er spanningen zijn tussen moslims en niet-moslims, vooral ook onder jongeren, is iets dat de aandacht van de overheid dient te hebben. We koesteren in dit land respect tussen burgers, ongeacht hun achtergrond. Dat is zonder meer een christelijk gebod: heb je naaste lief als jezelf.
Minister Vogelaar haalt echter twee zaken door elkaar: moslims en de islam. Moslims zijn mensen en verdienen als zodanig zonder meer respect. De islam is echter een godsdienst waar we kritisch tegenover mogen staan en de overheid dient geen geld uit te geven om ons op dat punt van gedachten te laten veranderen.
Ook spreekt de nota over „negatieve beeldvorming over de islam en de reactie daarop in moslimkringen.” Daar gaat de suggestie van uit dat de negatieve beeldvorming over de islam de oorzaak is van de verwijdering tussen moslims en niet-moslims, en dat moslims slechts daarop reageren. Dat doet de werkelijkheid geweld aan. Is Mohammed B nu slachtoffer of dader? Er is immers ook sprake van het omgekeerde: negatieve beeldvorming over het Westen onder moslims wereldwijd.
Het is jammer dat minister Vogelaar geen betere analyse van de spanningen in ons land weet te geven. Al eerder liet zij weten dat zij geen problemen zag in subsidies voor moskeeën. Moslims zullen tevreden zijn met deze minister, maar of zij de integratie van minderheden hiermee dient betwijfelen wij. Kritiek over en weer kan ons ook verder helpen, zolang we dat maar op een respectvolle manier naar elkaar uiten. In ieder geval is het niet de taak van de overheid om ons positiever over de islam te laten denken.
De auteur is directeur van de stichting Evangelie&Moslims.