Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Markten falen, maar overheden ook

 „In een democratie is het parlement de ultieme controleur. Het parlement moet daarom in staat worden gesteld de controle van de controleurs adequaat uit te voeren.” Foto ANP

„In een democratie is het parlement de ultieme controleur. Het parlement moet daarom in staat worden gesteld de controle van de controleurs adequaat uit te voeren.” Foto ANP

Overheden kunnen net als markten ook falen, waarschuwt Arjen van Witteloostuijn naar aanleiding van het overheidsingrijpen in de financiële wereld. De Tweede Kamer moet daarom meer instrumenten krijgen om de toezichthouders te controleren.
Decennialang heeft de overheid permanent in het beklaagdenbankje gestaan. In korte tijd is de stemming radicaal omgeslagen. De markt is de gebeten hond. Ongeremde marktwerking zou tot de huidige financiële ravage hebben geleid.

En inderdaad: doorgeschoten deregulering heeft een morele crisis veroorzaakt. Gewaakt moet echter worden voor een overreactie. Te weinig overheid werkt averechts, maar te veel overheid ook.

In algemene zin moet worden gewaakt voor een beweging in de richting van een economische ordening waarin de overheid als almachtige heerser de vrijheid van handelen van individuen en markten onnodig en contraproductief insnoert. Een vitale economie heeft individuele en marktvrijheid nodig.

Markten falen, dat is zeker. Maar overheden falen ook, dat is ook zeker. Omdat de staat niet opereert in een selecterende omgeving, is juist het falen van overheden hardnekkig. Op markten wordt ineffectief en inefficiënt gedrag uiteindelijk afgestraft. In zekere zin is de huidige financiële crisis daarvan het zoveelste -uiterst pijnlijke- bewijs.

In het staatsdomein moet zelfcorrectie langs andere wegen tot stand komen. Voor een deel beogen verkiezingen daarvoor te zorgen. In verkiezingen worden falende politieke partijen afgestraft, zodat concurrenten een kans krijgen.

Een specifieke sleutelvraag in de context van de huidige crisis is: wie controleert de overheid en zijn toezichthouders? Zonder degelijke controle is adequaat leren onwaarschijnlijk, en ligt in de nieuwe regulering van vandaag de kiem voor de crisis van morgen besloten.

Het parlement vormt het kloppende hart van de democratie. Op het functioneren van het parlement bestaat veel kritiek. In de context van dit artikel voert een analyse daarvan te ver. Hier moet worden volstaan met een korte schets van de rol die het parlement zou kunnen spelen in de geherreguleerde financiële wereld van de toekomst.

Hoorzittingen
In een democratie is het parlement de ultieme controleur. Het parlement moet daarom in staat worden gesteld de controle van de controleurs adequaat uit te voeren. Zonder compleet te zijn kan daarbij aan het volgende drietal instrumenten worden gedacht:

1. Periodiek -zeg, eens per kwartaal- verantwoorden toezichthouders zich in een openbare hoorzitting. Uiteraard is het instrument van de hoorzitting niet nieuw. Hoorzittingen zouden echter een systematischer en zwaarder karakter moeten krijgen in de vorm van een periodieke (korte) enquêtering onder ede.

2. Het parlement krijgt de beschikking over een hoogwaardige financiële onderzoekstaf in de vorm van een PFB (Parlementair Financieel Bureau). Alleen dan kan de kennisachterstand van de Tweede Kamer ten opzichte van de gespecialiseerde toezichthouders in voldoende mate worden gedicht.

3. Elke vier jaar wordt het functioneren van de toezichthoudende organen geëvalueerd, in opdracht van het parlement, door een commissie van onafhankelijke deskundigen. Deze deskundigen kunnen het functioneren van de Nederlandse toezichthouders systematisch en diepgaand afzetten tegen dat van buitenlandse tegenvoeters.

Op basis van de bevindingen die door het gebruik van deze en andere instrumenten worden opgedaan, kan een controlerend parlement het lerend vermogen van de overheid vergroten. Dat houdt niet alleen de toezichthoudende organen scherp, maar zorgt ook voor een grotere kans van adequate bijsturing voordat het te laat is.

Als de huidige crisis ertoe leidt dat eindelijk serieus werk wordt gemaakt van een versterking van het functioneren van de Tweede Kamer, dan is dat een verborgen zegen van de financiële malaise.

De auteur is als econoom verbonden aan de Universiteit Antwerpen, de Utrecht School of Economics en de universiteit van Durham. Een uitgebreidere versie van dit artikel is te vinden op www.mejudice.nl.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek