Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Luister goed naar Calvijn

 „We hebben Calvijn beslist niet aan onze kant wanneer we meer ruimte in de uitleg van Bijbelgedeelten willen aanbrengen om beter uit de voeten te kunnen met wat de seculiere wetenschap zegt.” Foto iStock Photo

„We hebben Calvijn beslist niet aan onze kant wanneer we meer ruimte in de uitleg van Bijbelgedeelten willen aanbrengen om beter uit de voeten te kunnen met wat de seculiere wetenschap zegt.” Foto iStock Photo

De suggestie dat Calvijn zou instemmen met een niet-letterlijk verstaan van Genesis 1-3 is misplaatst, stelt ds. P. Mulder.
Het Calvijnjaar 2009 gaat niet onopgemerkt voorbij. Er zijn goede en lezenswaardige boeken verschenen over Calvijn. Waardevol werk is verricht.

Er gebeuren echter ook dingen waarbij je je afvraagt: Wat heeft dit eigenlijk met Calvijn te maken? Wordt Calvijn niet als kapstok gebruikt voor iemands eigen mening, soms zelfs geheel in strijd met wat Calvijn ooit heeft bedoeld en gezegd?

Een voorbeeld vinden we in het interview met Andries Knevel zaterdag in deze krant. Terugblikkend op de commotie rond zijn persoon zegt hij: „De meeste kritiek kwam voor mijn gevoel uit de evangelische hoek en niet uit de reformatorische kring. Reformatorische christenen zijn het gewend Augustinus en Calvijn te lezen. Die laten volgens mij ook ruimte voor een niet-letterlijke interpretatie.”

Hoorde Calvijn bij de voorlopers van degenen die af willen van de gedachte aan een zesdaagse schepping? Suggesties in deze richting zijn vaker te horen. Het gaat mij nu niet om Andries Knevel en de discussie die hij wil voeren, maar ik wil iets laten zien van hoe Calvijn stond tegenover het scheppingsgeloof en wat hij ons vandaag daarin te zeggen heeft.

In zijn Schriftverklaring over het begin van Genesis schrijft Calvijn gewoon over zes dagen. Dat doet hij ook als hij in de ”Institutie” schrijft over de schepping (I.XIV.1-2). Hij bestrijdt meningen en opvattingen die iets anders leren dan de letterlijke tekst van de Bijbel weergeeft. Ook waarschuwt hij tegen het opwerpen van allerlei spitsvondige vragen.

Grondhouding

In de ”Institutie” brengt hij daarbij ook Augustinus ter sprake, en wel als volgt: „Terecht klaagt Augustinus dat God onrecht geschiedt, wanneer men zoekt naar een oorzaak der dingen die hoger is dan Zijn wil. Dezelfde vermaant elders verstandig, dat het even verkeerd is kwesties op te werpen aangaande onmetelijke ruimten van tijd als van plaats. Ongetwijfeld, hoever ook de omgang der hemelen zich uitstrekt, toch heeft die een zekere afmeting. En indien nu iemand God erover zou onderhouden, dat de ledige ruimte wel honderdmaal zo groot is, zou dat voor alle vromen niet een verfoeilijke brutaliteit zijn?”

Spreekt hier niet een heldere grondhouding? Calvijn waarschuwt om God geen onrecht aan te doen door onbehoorlijke vragen op te werpen. Brutaliteit is het wanneer de mens allerlei vragen stelt die Gods gezag en het geloof van Zijn kinderen aantasten.

Dit is de duidelijke lijn in Calvijns omgang met de Schrift. Grote eerbied voor Gods woorden; het hoge doel Hem te verheerlijken en de gelovigen te onderwijzen opdat ze meer heerlijkheid in God en Zijn Christus mogen zien. Daarbij schroomt hij niet de mens in zijn nietigheid en zondigheid het zwijgen op te leggen.

We hebben Calvijn beslist niet aan onze kant wanneer we meer ruimte in de uitleg van Bijbelgedeelten willen aanbrengen om beter uit de voeten te kunnen met wat de seculiere wetenschap zegt. Calvijn stelt zich juist vanuit Gods Woord teweer tegen ongeloof, tegen wetenschap die niet van God wil weten en tegen theorieën die zich niet aan het Woord onderwerpen.

Je krijgt de indruk dat sommigen vooral serieus genomen willen worden in hun twijfels en ongeloof, juist ook rond het (letterlijk, Schriftuurlijk) verstaan van de Schrift. Veelzeggend is wat Petrus (2 Petr. 3:16) opmerkt over de brieven van Paulus: „In welke sommige dingen zwaar zijn om te verstaan, die de ongeleerde en onvaste mensen verdraaien, gelijk ook de andere Schriften, tot hun eigen verderf” (men leze Calvijns commentaar bij deze tekst).

Levensvraag

Petrus vond bepaalde zaken moeilijk; dan mogen wij dat ook wel vinden. En hij doet er de waarschuwing bij: maar verdraai het Woord toch niet; want dat is tot uw eigen verderf!

Zijn sommigen niet te veel met zichzelf en met hun eigen vragen bezig? Moesten we niet meer bezig zijn met God en met Zijn Woord? En dan gelovig, geestelijk leergierig. De Bijbel, het christelijk geloof in overeenstemming brengen met de seculiere geest van onze tijd, ook op wetenschappelijk terrein: het zal nooit lukken. Het ongelovig hart wordt niet bevredigd. En vooral: de Heere komt er niet in mee.

Het lijkt soms dat we met vele vragen bezig zijn, terwijl die ene vraag: „Mijn ziel doorziet gij uw lot, hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God?” steeds minder aandacht krijgt. Laten we als gezindte dé levensvraag niet inwisselen voor meegaan met modern levensgevoel, in welke vorm dan ook. Wie het Woord echt ernstig neemt, kan niet buiten deze levensvraag om en zoekt in heel het leven het Woord gehoorzaam te zijn.

In die Bijbelse lijn wilde Calvijn wetenschap bedrijven, vanuit de vreze des Heeren en met de intentie Zijn lof te verbreiden.

De auteur is predikant van de gereformeerde gemeente te Krimpen aan den IJssel en voorzitter van de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs.


Lees ook: Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Gerelateerde artikelen
    Meer uit deze rubriek