Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Liever raad van Calvijn dan van Darwin

Bied tegenwicht vanuit de diverse sectoren van de maatschappij aan het diepgewortelde evolutiedenken, aldus ds. W. Visscher (RD van 3 oktober). Henk Kievit en Johan Polder onderstrepen deze oproep vanuit de economische wetenschap. Ook daar is het darwinisme doorgedrongen in uitgangspunten en normen.
Deze week werd weer eens duidelijk hoe groot de rol van de economie in onze samenleving is. De financiële crisis en het omvallen van gerenommeerde bankinstellingen toonden dit diepgaand aan. Ook werd duidelijk hoe belangrijk vertrouwen is voor het functioneren van markten in het algemeen en van financiële markten in het bijzonder.

De economie heeft een morele inbedding nodig. Dit wordt algemeen erkend. Coen Teulings, toonaangevend econoom en directeur van het Centraal Planbureau, zegt het zo: „Wie streeft naar een doelmatige inrichting van de samenleving kan niet zonder normen en waarden. Markt en moraal gaan hand in hand.”

Maar wie nu een krachtig pleidooi voor een ethisch reveil in de economie zou verwachten, komt bedrogen uit: „Alleen aan jezelf denken loont niet in de evolutie.” Dat was ook de kop waaronder NRC Handelsblad het verhaal van Teulings publiceerde.

Wij moesten hier meteen aan denken toen we vorige week de oproep van ds. W. Visscher lazen. Het evolutiedenken zit heel diep, ook op plaatsen waar men dat niet zo snel zou verwachten, zoals in de economie.

Het gaat dan niet om het overleven van bedrijven, waarbij een zekere natuurlijke selectie zeker aan de orde is, maar om de normen voor het economisch leven. Die normen komen volgens Teulings enerzijds voort uit rationele calculatie van ons eigen belang, en anderzijds uit emotionele overtuigingen van goed en kwaad die genetisch gepaald zijn. Daarom moeten we volgens hem niet bij Adam Smith, de grondlegger van de economie, raad vragen, maar bij Charles Darwin.

Teulings bouwt zijn betoog op vanuit het bekende gevangenendilemma. Twee gevangenen worden afzonderlijk verhoord over hun gezamenlijke misdaad. Vooraf hebben zij beloofd elkaar niet te verraden. Maar in de cel slaat de twijfel toe. Wie zegt dat de ander woord houdt?

Als je daaraan twijfelt, kun je beter zelf als eerste gaan praten met de politie, dan volgt immers vrijspraak. De ander denkt echter precies zo, dus gaan ze allebei voor jaren achter de tralies.

Irrationeel
Mensen blijken zich in de praktijk niet zo rationeel te gedragen als dit voorbeeld suggereert. Teulings illustreert dat met een ander voorbeeld. Adam en Bram mogen 100 euro verdelen. Adam mag een verdeling voorstellen. Bram heeft twee keuzen: hij aanvaardt het voorstel van Adam, of hij verwerpt het, met als gevolg dat beiden niets krijgen.

Rationele spelers zouden dit spel volgens Teulings als volgt spelen: „Voor Bram is iets altijd beter dan niets. Hij aanvaardt dus ieder voorstel dat hem minstens 1 euro toekent. Dus zal Adam voorstellen 99 euro aan hemzelf toe te kennen, en slechts 1 euro aan Bram.

Uit experimenteel onderzoek blijkt dat mensen van vlees en bloed dit spel heel anders spelen. Bram blijkt dan minimaal 30 euro te willen. Anders verwerpt hij boos het aanbod. Adam heeft mensenkennis en past zijn voorstel daarop aan. „De Bram van vlees en bloed is dus beter af dan de rationele Bram. Onze irrationaliteit is niet alleen een empirisch feit, zij blijkt ons ook nog tot voordeel”, aldus Teulings.

Maar waar komt onze irrationaliteit dan vandaan, vraagt hij zich af. Hier biedt volgens Teulings Darwins evolutieleer uitkomst. Stel je voor dat er twee soorten genen zijn: samenwerken en verraad. De evolutieleer zegt dat het gen dat zich het snelste voortplant, overleeft.

Op het eerste gezicht lijkt dat verraad te zijn, omdat verraders zich verrijken ten koste van de samenwerkers. De enige tegenkracht is dat verraders op andere verraders stuiten. Omgekeerd is de enige bescherming van samenwerkers dat zij elkaar tegenkomen.

Hier zit een bron van bescherming van samenwerkers. In een gezinssituatie hebben individuen namelijk te maken met hun directe genetische verwanten. Samenwerkers komen dus andere samenwerkers tegen. Verraders stuiten echter vooral verraders en maken elkaar het leven dus zuur. Samenwerkers planten zich hierdoor succesvoller voort dan verraders.

De conclusie van Teulings: genetisch worden wij als samenwerkers geprogrammeerd. En dat maakt het economisch leven zowel sociaal als succesvol.

Onthutsend
Sympathiek van Teulings is dat hij expliciet aandacht vraagt voor waarden en normen in de economie. Daarmee verlaat hij het beeld van de puur rationele, economische mens die alleen uit is op zijn eigen belang. Een beeld dat helaas nogal eens voorkomt.

Tegelijkertijd is zijn betoog ook naïef en onthutsend. Ten eerste omdat bij hem uiteindelijk de normativiteit van het economisch proces alleen wordt bepaald door het resultaat, namelijk de overleving van succesvolle waarden en normen.

Teulings is niet tegen economische deugden, maar bij hem zijn die deugden niet goed in zichzelf. Ze zijn ’gewoon’ via een evolutionair selectieproces in onze genen terechtgekomen. De mens en zijn moraal zijn louter het resultaat van toeval en selectie.

Daarmee, en dat is een tweede punt van kritiek, miskent Teulings volledig de invloed van welke levensbeschouwing dan ook -het darwinisme uitgezonderd- op het economisch denken en handelen. Dat lijkt ons op zijn minst in strijd met de historie.

Bij de visie van Teulings kunnen indringende vragen gesteld worden. Verwacht hij dat de economische moraal zomaar weer kan veranderen? Hoe diep zit die in onze genen? En als we inderdaad eens naar economische resultaten kijken, hoe ziet hij dan de zelfverrijking van een machtige groep toplieden die nu mede aanleiding geeft tot de kredietcrisis?

En wat te denken van de mondiale kloof tussen rijk en arm die alleen maar toeneemt? En hoe ziet hij de vraagstukken van klimaatverandering en duurzaamheid? Zijn deze allemaal in lijn met zijn superieure economische ethiek die door toeval is ontstaan? Of zien we hier gevolgen van een ”survival of the fittest” die ondanks de fraaie bewoordingen toch niets anders is dan een keiharde, egoïstische mentaliteit?

Rentmeester
Tegenover de evolutie belijden wij de schepping. De mens staat onder God en in de medemens herkennen wij iets van diens Schepper. Dat stempelt het denken over normativiteit in de economie. God liefhebben boven alles, en de naaste als onszelf. En in al het normbewuste dat we gelukkig ook in de economie aantreffen, mogen we iets opmerken van Gods algemene genade, waardoor de mens -in de termen van Teulings- geen verrader is, maar een samenwerker.

Tegelijkertijd bepalen bovengenoemde economische problemen ons ook bij de gevolgen van de zonde, en het verlaten van Gods geboden, ook in het economische leven. De Schepper is immers Eigenaar van de gehele wereld en heeft voor de mens als rentmeester ook duidelijke normen aangegeven. Hoe gaan wij daar mee om? Wij zijn hier niet vrijblijvend op aarde. Als we ons -terecht- tegen het evolutiedenken keren, moeten we ons dan tegelijkertijd ook niet bezinnen hoe wij onze Schepper met onze aardse goederen dienen?

Volgend jaar is het niet alleen het Darwinjaar, maar wordt ook Calvijn herdacht. Zouden we daarom voor de economie en haar normen niet eens bij Calvijn te rade gaan? „Alle gaven, waarin onze kracht gelegen is, zijn panden Gods, ons toevertrouwd op die voorwaarde, dat ze besteed worden ten nutte van onze naasten. Het aardse leven is een pelgrimsreis, waarbij onderweg Gods gaven gebruikt en genoten mogen worden. Haar goederen moeten op die reis in zoverre gebruikt worden dat zij haar loop eerder helpen, dan vertragen” (Institutie, III.7.5).

De auteurs zijn respectievelijk wetenschappelijk medewerker aan Nyenrode Business Universiteit te Breukelen en bijzonder hoogleraar gezondheidseconomie aan de Universiteit van Tilburg.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek