Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Lichaam en geest één tijdens leven

Volgens cardioloog P. van Lommel wijzen bijna-doodervaringen op de onafhankelijkheid van de menselijke geest van het lichaam (RD van 11 december). Velen die zo’n ingrijpende ervaring hebben meegemaakt, houden het erop dat ze een glimp hebben opgevangen van het leven na dit leven. Prof. dr. André Aleman wijst op mogelijke natuurlijke oorzaken voor dit verschijnsel en onderstreept de eenheid van lichaam en geest.
Van Lommel heeft een interessant boek geschreven over het verschijnsel van bijna-doodervaringen. Volgens hem kan iemand tijdens een bijna-doodervaring (BDE) ondanks de afwezigheid van hersenfuncties over een zeer helder bewustzijn beschikken. Hij geeft toe dat dit in tegenspraak is met huidige wetenschappelijke inzichten.

Het is echter zeer de vraag of het klopt dat de ervaringen plaatsvinden in de totale afwezigheid van hersenactiviteit. De huidige stand van zaken in de hersenwetenschap laat een overweldigend bewijs zien voor de onlosmakelijkheid van menselijke ervaring en hersenactiviteit, en er is geen wetenschappelijk bewijs voor een bewuste menselijke ervaring zonder hersenactiviteit.

Laat ik vooropstellen dat verslagen van bijna-doodervaringen betrouwbare weergaven zijn van wat iemand ervaren heeft. Onafhankelijk van cultuur en religie komen steeds dezelfde elementen naar voren: ervaringen van vrede en harmonie, het verlaten van het lichaam en dit op afstand kunnen waarnemen, door een donkere tunnel naar een helder licht gevoerd worden en naar harmonieuze landschappen, een ”wezen van licht” ontmoeten dat de persoon helpt zijn leven in perspectief te zien en te evalueren, en uiteindelijk het terugkeren naar het leven en het eigen lichaam. Alleen de details van deze ervaringen lijken beïnvloed te worden door cultuur en religie - christenen zien vaak een Jezusfiguur in het licht, terwijl hindoes boodschappers van Yamraj zien.

Endorfine
Er is geen afdoende wetenschappelijke verklaring voor BDE. Dat maakt het verschijnsel op zich niet uniek - er is ook geen afdoende wetenschappelijke verklaring voor dromen, en dat doet ieder mens twee uur per nacht. Wel zijn er vanuit de hersenwetenschap aanwijzingen voor processen die een rol kunnen spelen in het ontstaan van BDE. Vier zaken zijn hierbij van belang: endorfines, zuurstofgebrek, de temporaalkwab, en REM-intrusie.

Endorfines zijn lichaamseigen morfines, die als boodschapperstof werken in het brein. Ze werken in de eerste plaats pijnonderdrukkend, maar zorgen ook voor een gevoel van geluk of euforie. Ze kunnen in hoge mate vrijkomen in stressvolle omstandigheden, zowel waar dit lichamelijke stress betreft (bijvoorbeeld lichamelijk trauma) als extreme angst (bijvoorbeeld doodsangst). De endorfines zouden dus kunnen bijdragen aan het ”gelukzalige” gevoel dat tijdens een BDE kan optreden.

Zuurstofgebrek zou de tunnel en het licht kunnen verklaren. Acuut zuurstoftekort in de hersenen kan namelijk leiden tot ontremming van zenuwcellen in de visuele hersenschors, wat de ervaring kan opleveren van een centrum van licht met een donkere omtrek (met andere woorden: een tunnel). Dit effect is ook gevonden bij straaljagerpiloten die zuurstoftekort opliepen door de werking van de zwaartekracht op de bloedsomloop. Gezonde proefpersonen bij wie een zuurstoftekort opgeroepen werd door hen een poos zeer snel en oppervlakkig te laten ademen, vielen flauw en waren 20 seconden buiten westen. Zij rapporteerden na afloop ervaringen die veel overeenkomsten hebben met BDE.

Temporaalkwab
Een ander aspect betreft epileptische activiteit in de temporaalkwab, die kan optreden als gevolg van zuurstoftekort. Ook endorfines kunnen de epileptische drempel in de temporaalkwab verlagen. Uit hersenonderzoek is gebleken dat stimulatie van de temporaalkwab kan leiden tot hallucinaties (waarnemen van dingen die er niet zijn), flashbacks van het geheugen en ervaringen van uittreding uit het lichaam. In de temporaalkwab zetelen ook hersenstructuren die van belang zijn voor emotie en geheugen, hetgeen de intense ervaringen zou kunnen verklaren, en het feit dat sommige mensen tijdens een BDE een gedetailleerde terugblik op hun leven doormaken.

Dan nog het aspect van REM-intrusie. Dit betreft een hersenactiviteitspatroon dat bij dromen hoort (de zogenaamde remslaap), maar dat bij sommige mensen overdag voor kan komen. Het gaat dan gepaard met levendige droomachtige ervaringen en het verslappen van de spieren. Dit verschijnsel komt bij ongeveer 10 procent van de normale bevolking voor, en het is dan ook opmerkelijk dat BDE bij zo’n 10 procent van de overlevenden van een hartstilstand voorkomt. Recent onderzoek heeft laten zien dat, onder omstandigheden van levensgevaar, BDE waarschijnlijker zal zijn bij mensen die een geschiedenis hebben van REM-intrusie.

Tot slot mijn persoonlijke mening. Zolang een mens leeft is er een eenheid van ziel en lichaam. Bijna-doodervaringen hebben ongetwijfeld een enorme impact op degene die ze ervaren heeft. Dat de ervaring een diepe persoonlijke en zelfs spirituele betekenis kan hebben, is niet in tegenspraak met bovenstaande gegevens uit de hersenwetenschap. Voor vragen over de onsterfelijkheid van de ziel en leven na de dood hebben wij het profetische Woord, als een licht schijnende in een duistere plaats.

De auteur is als hoogleraar cognitieve neuropsychiatrie werkzaam in het Universitair Medisch Centrum Groningen.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek