Laten Nederlanders eens hun zegeningen tellen

Laten Nederlanders eens hun zegeningen tellen -  „Waar ik tijdens mijn verblijf in Nederland van genoot waren de rust, de geweldige landschappen, het feit dat bijna alles goed functioneert, dat het op de meeste plaatsen schoon is op straat, dat oorlog en terreur nauwelijks gespreksonderwerp zijn en dat de meeste mensen ondanks de crisis tijd en geld hebben om leuke dingen te doen.” Foto ANP

„Waar ik tijdens mijn verblijf in Nederland van genoot waren de rust, de geweldige landschappen, het feit dat bijna alles goed functioneert, dat het op de meeste plaatsen schoon is op straat, dat oorlog en terreur nauwelijks gespreksonderwerp zijn en dat de meeste mensen ondanks de crisis tijd en geld hebben om leuke dingen te doen.” Foto ANP

Nederlanders klagen te veel, vindt Bert de Bruin. Volgens hem doen Nederlanders er goed aan hun zegeningen te tellen.

Terwijl ik dit schrijf, zit ik in mijn ouderlijk huis in Leerdam, de stad waar ik ben opgegroeid en die ook na twintig jaar nog als thuis voelt. Vanavond vlieg ik weer terug naar Israël. Voor het eerst sinds ik naar Israël emigreerde, verbleef ik zo lang, vanaf begin juli, aan één stuk in Nederland.

Ik heb hier mijn proefschrift afgerond. Dat is nu op nog wat kleine technische correcties na klaar. Na de hoge feestdagen (Joods Nieuwjaar, Grote Verzoendag, Loofhuttenfeest: eind september, begin oktober) ga ik naar de universiteit om alles in te dienen. En daarmee kom ik bij de aanleiding voor het schrijven van dit artikel: het is namelijk nog maar de vraag of de universiteit tegen die tijd open zal zijn.

Het belangrijkste nieuws in Israël is al maandenlang de dreiging van een oorlog met Iran. Onze beveiligde kamer is weer ingericht met gasmaskers, water, voedsel, boeken en spellen.

Israël is een prachtig land, met bijzonder aardige mensen, waarvan de meesten met hard werken een goed bestaan voor zichzelf en hun kinderen kunnen opbouwen. Toch leven we daar constant met de dreiging van een oorlog. Hoezeer je ook aan zulke onzekerheid went, normaal wordt het nooit. Het blijft frustrerend en gekmakend.

Volksgevoel

Ik heb vanaf begin juli dagelijks acht tot twaalf uur zitten werken. In al die tijd heb ik twee en een halve dag echt vrij genomen. Eén middag en avond ben ik in Amsterdam geweest, één middag heb ik met vrienden van de middelbare school afgesproken in Utrecht, en ik heb een dag enkele steden bezocht in Noord-Brabant en Limburg.

Ik kan niet zeggen dat ik het Nederlandse volksgevoel anno 2012 grondig heb onderzocht. Wel heb ik iedere avond het journaal gezien, online het nieuws in Nederland, Israël en elders ter wereld gevolgd, en veel met naaste familieleden en andere Nederlanders gesproken.

Waar ik tijdens mijn verblijf in Nederland van genoot waren de rust, de geweldige landschappen, het feit dat bijna alles goed functioneert, dat het op de meeste plaatsen schoon is op straat, dat oorlog en terreur nauwelijks gespreksonderwerp zijn en dat de meeste mensen ondanks de crisis tijd en geld hebben om leuke dingen te doen.

Klagen

Wat mij daarentegen constant opviel als mensen online, op de televisie of met mij over politiek geladen onderwerpen spraken –of het nu ging over het openbaar vervoer, de zorg, Europa in het algemeen of Zuid-Europa in het bijzonder– waren het ongenoegen, de onvrede, de klachten en ergernissen die de boventoon voerden. Bijna niemand die je hoort over wat er allemaal goed en mooi is in Nederland. En dat is (nog steeds) ontzettend veel.

Klaag ik over het leven in Israël? Zeker niet, ik heb het daar goed naar mijn zin, ben gezegend met een lieve vrouw, prachtige kinderen en heb een leuke baan. Al met al een goed leven.

Is er dan niets te verbeteren in Nederland? Natuurlijk wel, en misschien wel heel veel. Ik heb in zekere zin in een zeepbel geleefd, hier in Leerdam. Er bestaat ongetwijfeld armoede en ongelijkheid in Nederland. Mensen verliezen hun baan, sommige dingen kunnen efficiënter en publieksvriendelijker gedaan worden, er is verloedering, veel mensen zouden wat minder lomp mogen zijn, en –iets wat me enorm stoort en zorgen baart– tolerantie ten opzichte van religies en gelovigen is vaak ver te zoeken.

Bovendien is alles in de zomer en de vakantie natuurlijk minder druk, gemoedelijker en meer ontspannen dan normaal. Mogelijk heb ik Nederland dus in optima forma gezien. Wat ik alleen met dit artikel zou willen zeggen is dat de ontevredenheid, de rancune, het geklaag in Nederland zo niet ongegrond dan toch zeker overdreven zijn. Bovendien, ze zorgen niet voor oplossingen, integendeel.

Als iedere Nederlander eerst eens zijn zegeningen telt voordat hij begint te klagen, zal hij zien dat Nederlanders vooral veel hebben om dankbaar voor en trots op te zijn. Al dat goede bindt en zou een basis moeten zijn om samen naar oplossingen voor problemen te zoeken.

Zelfs in een land als Israël (waar de meeste mensen het vergeleken met de buurlanden erg goed hebben) ziet men Nederland als een hemel op aarde. Kun je nagaan hoeveel redenen tot dankbaarheid Nederlanders hebben als ze even verder kijken, en denken aan de mensen in landen zoals Syrië, Iran, Afghanistan of Somalië. Of Griekenland en Polen, waarvandaan mensen hier naartoe komen om hard te werken voor een loon en onder omstandigheden waar Nederlanders hun neus voor ophalen.

Rancune

Natuurlijk zal een populist geen boodschap aan mijn boodschap hebben. Populistische partijen en hun leiders leven nu eenmaal bij de gratie van rancune en ontevredenheid. Populisten werken ook volgens het ”U vraagt, wij draaien”-principe. Dus misschien moeten u en ik als kiezers hun maar eens duidelijk maken dat we meer op inspiratie en oplossingen dan op wrok en aantijgingen zitten te wachten.

De auteur is historicus. In 1995 emigreerde hij naar Israël.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek