„Ook een tweestatenoplossing mag in een kerkelijk rapport best worden verdedigd. Maar onopgeefbare verbondenheid met Israël zonder het land en de staat erin te betrekken is een lege huls.” Foto: de synode van de PKN vorige week. Op de agenda stond onder andere de nota over het Israëlisch Palestijnse conflict. FotoRD, Henk Visscher
Het was voorzien dat dr. Henri Veldhuis prominent aanwezig zou zijn in het debat. Al in de eerste ronde gaf hij zijn integrale visie op het conflict in het Midden-Oosten. Hij kreeg theologisch tegenspel en vragen genoeg (ds. P. L. de Jong, prof. G. G. de Kruijf, ds. R. van den Beld). Bij zijn historische belichting maak ik echter nog graag een paar kanttekeningen, omdat die naar mijn oordeel op nogal wat punten sterk tendentieus was.
Met passie tekende Veldhuis het lijden van het Palestijnse volk. Vierhonderd Palestijnse dorpen werden ooit met de grond gelijkgemaakt. Dat zijn niet te ontkennen feiten; de nakba, Palestijnse aanduiding voor ”de catastrofe”. Maar, zei dr. R. de Reuver terecht, geschiedschrijving is ook een kwestie van ordening van feiten en van achtergrondbelichting. De feiten waarover Veldhuis sprak, dateren van 1948 (!). Toen moesten echter de Joden het land dat hun voor de vorming van een staat door de Verenigde Naties was toegekend, gewapenderwijs in bezit nemen. Alle Arabische staten hadden tegengestemd. Zeg dat er dan wel bij.
Geschiedschrijving
Ik ken ook dramatische verhalen uit de eerste hand. Maar valt de catastrofe (uitsluitend) toe te schrijven aan ’terreur’ van de zionisten, die het land hebben ’ingenomen’, zoals vandaag sommige historici stellen? En was het zionisme „een koloniale beweging”? Alsof er geen bloed kleefde aan de handen van de Arabische leiders, waardoor hun volk in een langdurig lijden werd gedompeld.
Geschiedschrijving over (een oorlogssituatie als in) het Midden Oosten is complex. Er zijn vandaag niet alleen Joodse maar ook Palestijnse historici die hun eigen geschiedenis kritisch tegen het licht durven houden, kritischer dan Veldhuis ter synode deed.
Decennialang, na de opkomst van de aliya (terugkeer) aan het eind van de negentiende eeuw was er nog geen Jodenstaat maar wel al Arabisch nationalisme en dientengevolge Jodenhaat. Die Jodenhaat is met de vestiging van de Joodse staat alleen maar verhevigd. Men leze het vuistdikke boek van dr. Hans Jansen, ”Van Jodenhaat naar zelfmoordterrorisme”. Heeft niet mede hierdoor de droom van Martin Buber, dat het kind van Hagar zou spelen in de tent van Sara, schipbreuk geleden?
Daarom was het terecht dat ds. R. van den Beld enkele malen zijn diepe zorg uitsprak over herlevend antisemitisme en dat ds. P. L. de Jong er niet aan moest denken dat we weer „in dezelfde fout” als tijdens de jaren van de Holocaust zouden vervallen. Antisemitisme heeft vandaag een gemakkelijke prooi aan het Joodse volk binnen de grenzen van zijn eigen staat. Moet ik ook nog herinneren aan het feit dat door de VN ooit zionisme als racisme werd bestempeld?
Staat
Telkens werd in de debatten ervoor gepleit dat men bij de onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël de staat erbuiten moet laten. Nee dus; helemaal meenemen, niet op de wijze van de landbelofte, wel als afgeleide daarvan. Wat is een volk in een land zonder staat? Op mijn trommelvlies staat nog een opmerking, die mijn van buiten de vergadering tegenwaaide, hoewel een zweem ervan zich ook in de synode voordeed: „Ze hebben het 2000 jaar zonder staat gedaan.” Met andere woorden….
Kan men verbonden zijn met het Joodse volk, zonder hun een nationaal tehuis met een staatkundige ordening te gunnen in dat kleine strookje land, waar ooit hun vaderen woonden? Juist vanwege de vorming van de staat Israël is het grote geding ontstaan. Mag na twintig eeuwen ballingschap en verdrukking het Joodse volk op solidariteit van de kerk rekenen in de staat die hun nu ter bescherming dienen mag? Of was die vestiging niet rechtmatig?
Daarmee wordt geen solidariteit met de handelingen, met de concrete politiek van de staat verondersteld maar wel met de vorming ervan. Van de staat Israël mag intussen handelen naar recht en gerechtigheid worden verwacht. Verwijzing naar het volkenrecht is daarbij niet nodig; Israël weet namelijk als geen ander van het recht in de Thora en bij de profeten, dat hoger gaat dan volkenrecht. Maar wie het huidige laakbaar handelen op 1948 gaat projecteren, doet onrecht aan de geschiedenis.
Ook een tweestatenoplossing mag in een kerkelijk rapport best worden verdedigd. Maar onopgeefbare verbondenheid met Israël zonder het land en de staat erin te betrekken is een lege huls.
Buiten de orde
Ten slotte, de kerk moet de kerken in het Midden-Oosten serieuzer nemen? Maar dan ook om hen aan te spreken over hun vervangingstheologie, die warempel ter synode ook enkele keren leek te worden verdedigd. Intussen claimde dr. Veldhuis op grond van het synodedebat bij voorbaat kerkelijke verbondenheid met Sabeel Nederland, waar de vervangingstheologie (richting Palestijnen) domineert. Dat was, dunkt me, buiten de orde van een vergadering zonder besluitvorming.
De auteur is oud-algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond.