Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Kabinet miskent met nieuwe integratienota historische waarden

 Boerkadraagsters.

Boerkadraagsters.

Een verbod op gezichtssluiers in de openbare ruimte breekt met de Nederlandse traditie van tolerantie, betoogt 
dr. Doutje Lettinga.

Het huidige kabinet wil een wettelijk verbod op gezichtssluiers in de openbare ruimte. Gesluierde vrouwen, zo valt te lezen in de integratienota die minister Donner vorige maand presenteerde (RD 17-6), miskennen de bij ons gebruikelijke omgangsvormen en historisch gewortelde waarden zoals vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit. Gesluierde vrouwen wekken dusdanige „gevoelens van agressie en onveiligheid op”, dat ze de onderlinge samenhang in gevaar brengen en staatsingrijpen noodzakelijk maken.

Minister Donner suggereert hiermee dat de wet een logisch gevolg is van een lange historische traditie. Maar dit is een verkeerde voorstelling van zaken: een verbod breekt juist met een Nederlandse traditie. Bovendien zijn veel boerkadraagsters geen immigranten maar bekeerde of nieuwe Nederlanders die hier zijn geboren of in ieder geval getogen.

Uit mijn vergelijkend onderzoek naar het politieke debat en beleid over sluiers in Nederland, Frankrijk en Duitsland, blijkt dat Nederland tot nu toe een relatief tolerant beleid kende. Dit is in overeenstemming met Nederlandse tradities van staat-kerkverhoudingen die lang werden gekenmerkt door een grote mate van godsdienstvrijheid en gelijke behandeling.

Het voornemen om de gezichtssluier in het openbaar te verbieden breekt met de tolerante Nederlandse traditie. Hoewel gericht op alle vormen van gezichtsbedekking en gelegitimeerd in termen van publieke orde, stelt de wet duidelijk paal en perken aan de godsdienstbeleving van alleen –orthodoxe– moslims.

Exotisch

Het kabinet maakt in zijn nota duidelijk dat het tegemoet wil komen aan de gevoelens van angst en bedreiging die de islam bij autochtone Nederlanders oproept. Velen van hen kennen de gezichtssluier waarschijnlijk alleen van foto’s uit de media over religieus extremisme en vrouwenonderdrukking in Afghanistan, want naar schatting zijn er maar 500 Nederlandse moslima’s die een gezichtssluier dragen.

In plaats van dit soort negatieve associaties te doorbreken en discriminatie jegens gesluierde vrouwen tegen te gaan, stelt het kabinet dat het over moet zijn met het cultureel relativisme dat in voorgaand beleid verscholen zou liggen. Dit is echter een verkeerde voorstelling van zaken. Al in de jaren 90 werd er gebroken met het multiculturalisme als beleidsnorm. Bovendien is de ‘autochtone’ cultuur die ten grondslag ligt aan de Nederlandse nationale identiteit nooit echt ter discussie gesteld. Nakomelingen van immigranten bleven ‘allochtonen’ die nog moesten integreren en wier religie en cultuur als iets abjects of exotisch werd getolereerd.

Het kabinet breekt met de Nederlandse traditie van tolerantie en verwijst in zijn integratienota naar solidariteit als een kernwaarde van onze cultuur. Helaas wordt er vervolgens alleen een beroep gedaan op het inlevingsvermogen van de minderheid om rekening te houden met de gevoelens van de meerderheid, en niet ook andersom.

Bovendien is het een paradox dat het kabinet weliswaar de mond vol heeft van eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid, maar tegelijkertijd gesluierde vrouwen geen keuze laat om zelf de consequenties van hun geloofsbeleving te nemen. In plaats daarvan worden ze gedwongen te kiezen tussen volwaardige participatie enerzijds en hun geloofsopvatting anderzijds. Deze ingrijpende staatsbemoeienis met man-vrouwrollen waarnaar sommige moslims willen leven, staat in schril contrast met de terughoudende houding van de overheid jegens de SGP of het mannelijke kostwinnaarsmodel dat de meeste Nederlandse gezinnen handhaven.

Verder getuigt een verbod van weinig solidariteit met vrouwen die zich gedwongen voelen zich te sluieren en wellicht meer geïsoleerd raken als zij niet langer gesluierd naar buiten kunnen.

Kortom, het voornemen om gezichtssluiers te verbieden moet niet worden gelezen als een natuurlijk gevolg van maar als een breuk met Nederlandse tradities van godsdienstvrijheid, pluralisme en tolerantie.

Deze breuk is goed te verklaren door de opkomst van populistische partijen zoals de PVV die met hun nationalistische vertoog succesvol weten in te spelen op gevoelens van ontheemding in tijden van globalisering en immigratie. Maar net zo belangrijk is de keuze van bestaande machtshebbers zoals de CDA en VVD om mee te gaan in dat vertoog.

De vraag is of een symbolische wet op gezichtssluiers dat ongenoegen bij de burgers kan weg nemen of de ervaren polarisatie alleen maar zal aanwakkeren. Een nog pregnantere vraag is of dit vertoog over de natie als een cultuurgemeenschap op de lange termijn wel houdbaar is, vooral als die gestoeld is op dergelijke verdraaiingen en tegenstrijdig­heden als die terug te vinden zijn in de integratienota.

De auteur promoveerde onlangs aan de Vrije Universiteit op een vergelijkend onderzoek naar het hoofddoekendebat in Nederland, Frankrijk en Duitsland.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek