”Hasbara” staat voor het informeren over en uitleggen van de (officiële) Israëlische visie op wat er in het land gebeurt. Op de bijbehorende website kun je doorklikken naar onderwerpen als: ”Israël in de wereld: mythe tegenover werkelijkheid”, ”Tips voor de beginnende ambassadeur”, en ”Israël en de Arabische wereld”. Het lijkt alsof Joris Luyendijk gelijk heeft, die in zijn boek ”Het zijn net mensen” de pr-activiteiten van Israël als gelikt en effectief afschildert.
Luyendijk heeft half gelijk. Het is allemaal heel mooi vormgegeven en het oogt overtuigend. Toch is het effect natuurlijk nul komma nul. Hoe militair en economisch sterk Israël ook is, het land staat er internationaal qua imago tamelijk tot zeer beroerd voor. Daar kan geen hasbara tegenop.
Er zijn volop Europese, Amerikaanse, Palestijnse, Iraanse en andere verklaringen voor de negatieve manier waarop Israël internationaal wordt neergezet. Mij interesseert vooral de Israëlische kant van het verhaal. Een belangrijke reden voor het sterk haperende of ronduit falende Israëlische pr-beleid is dat dit beleid –als het een beleid genoemd kan worden– los staat van de rest van het regeringbeleid.
Veel van de hasbara-activiteiten bestaan uit klagen over de oneerlijke journalistieke behandeling die Israël krijgt. Vorige week nog kreeg ik via de mailinglist van de Israëlische ambassade in Den Haag een bericht, in het Engels, waarin „op verzoek van de ambassadeur” verwezen wordt naar een artikel van Daniel Seaman, hoofd van –zeg maar– de Israëlische Rijksvoorlichtingsdienst. Het stuk is feitelijk een tirade tegen buitenlandse journalisten in het algemeen. Wat mij vooral opviel was de titel. Seaman noemt de anti-Israëlhouding in internationale media een „elektronische pogrom.” Met zulke hysterie schiet je natuurlijk niets op.
Muurvast
In Nederland speelt bovendien mee dat er geen officiële Israëlische woordvoerder is die goed Nederlands spreekt én de Nederlandse mentaliteit perfect aanvoelt. Dat de meeste vrijwillige hasbara-activisten in Israël en daarbuiten zich (zeer) rechts van het zionistische politieke midden bevinden, helpt ook niet echt.
Twee jaar geleden was ik er getuige van dat David Hirsch –van de ronduit links-progressieve Britse organisatie Engage, die antizionisme en antisemitisme bestrijdt– op een anti-antisemitismeconferentie van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Jeruzalem fel werd aangevallen omdat hij durfde opperen dat er een verband zou kunnen zijn tussen de aanwezigheid van Israël op de Westoever en de slechte pers die het land krijgt.
Dat brengt bij de belangrijkste reden voor Israëls falende pr: het vredesproces, of wat daarvan resteert, zit muur- en muurvast. Vanzelfsprekend is Israël daar niet alleen schuldig aan, integendeel. Maar zolang het geen enkel positief initiatief neemt, de regering de indruk wekt dat ze de status-quo wel best vindt, en het Israëlische binnenlandse beleid vooral bepaald lijkt te worden door nationalistische en religieuze belangen, kunnen Israëlische en Israël gunstig gezinde professionals en burgers uitleggen en informeren tot ze een ons wegen; het zal weinig uithalen.
Krokodillentranen
Toegegeven, er zijn in de wereld heel veel mensen die nooit een goed woord over Israël zullen willen (laten) horen. Daaronder zitten ongetwijfeld ook talrijke journalisten. Daarnaast kennen veel buitenlandse correspondenten –ook sommige Nederlanders– niet of nauwelijks Hebreeuws. Daardoor blijven ze verstoken van veel relevante informatie.
Toch kan Israël de schuld niet exclusief bij de buitenlandse pers leggen. De regering maakt het de Israëlhaters onnodig gemakkelijk door geen duidelijk, doelgericht beleid te voeren, of door dingen te doen die gewoon niet verkoopbaar zijn, althans niet aan mensen die niet bij voorbaat Israël steunen.
Als Israël serieus zijn beeld in de wereld wil verbeteren, zullen premier Netanyahu en de zijnen op zijn minst de indruk moeten wekken dat ze een andere, betere werkelijkheid voor Israël en de Palestijnen wensen. Tot het zover is, zal Israël vooral achter de in Beirut, Gaza en Teheran bepaalde feiten blijven aanlopen, en heeft het geweeklaag over het beeld dat van Israël wordt geschetst veel weg van krokodillentranen.
De auteur is historicus en woont in Israël.