Waar blijft de ’stadsschrijver’, iemand die tot kalmte maant, tot bezinning oproept en de zaak weer in goede banen leidt? Nederland verkeert, net als het Efeze ten tijde van de apostel Paulus, in staat van opwinding, verwarring, om niet te zeggen beroering.
Sinds de eeuwwisseling zoekt het land -bedreigd, aangeslagen, gedesoriënteerd na 9-11, na paars, na twee moordaanslagen, na het verdampen van de nieuwe economie- naar zekerheid. Net zoals de zilversmeden onder aanvoering van Demetrius in de eerste eeuw vastigheid zochten bij de oude, vertrouwde, overgeleverde tempeldienst van Diana. En precies als verontwaardigde Efeziërs projecteren veel Nederlanders hun onzekerheden op dat wat zich van buitenaf aandient.
Aan de hand van het Bijbelhoofdstuk Handelingen 19 laat zich griezelig nauwkeurig de staat van Nederland anno Domini 2007 aflezen. Er staat, bij wijze van spreken, net zo’n menigte op het Binnenhof urenlang te stampen als op de schouwplaats van Efeze. Je ziet bijna Pim Fortuyn, je proeft dezelfde publieke emoties, je registreert eenzelfde soort grilligheid als bij parlementsverkiezingen opborrelt, je hoort praktisch Geert Wilders.
Nederland is in de ban van opgewonden onverdraagzaamheid. Andersdenkenden worden publiekelijk verdacht gemaakt, verketterd en -bij voorkeur- uitgebannen. Grondrechten schijnen niet meer voor iedereen gelijkelijk te gelden. In het parlement maakt een partij furore die iedereen-die-er-anders-over-denkt uitmaakt voor lafaard en verrader. Of zelfs voor knettergek houdt.
Instrument
En wat misschien nog wel het meest benauwend is, is dat zo veel christenen nauwelijks verholen sympathie voor Wilders’ strijd tegen islamisering opbrengen. Verdedigt hij niet de joods-christelijke traditie? Komt hij niet op voor fundamentele christelijke waarden? Wil hij niet „afgoderij en valse godsdienst” weren? Is hij niet -„ongetwijfeld onbewust”, zoals iemand uit reformatorische hoek me toevertrouwde- een instrument in Gods hand?
Het zijn redeneringen waarvan ik -ik zeg het maar ronduit- gruw. Niet omdat ik veel opheb met de islam, de profeet of de Koran. Niet omdat de christelijke traditie me niet aan het hart zou gaan. En ook niet omdat ik liever Turks dan paaps ben…
Zelfs niet omdat ik zweer bij verdraagzaamheid, vreedzame omgang tussen mensen van uiteenlopend geloof en levensovertuiging. Of omdat je wat je voor jezelf vraagt, ook een ander moet gunnen: ruimte, armslag, godsdienstvrijheid.
Nee, juist omdat ik christendemocraat ben. De christendemocratie koestert een hartgrondig wantrouwen tegen alles en iedereen die meent de waarheid in pacht te hebben, die zo zeker van zichzelf is dat hij anderen het licht in de ogen niet gunt, die te hoog grijpt.
Het christendom spreekt een andere taal. Bescheidener, deemoediger, verzoenender. Als het christelijk geloof of -beter nog- de christelijke traditie voor Nederland anno nu iets te betekenen heeft, grijpt het terug op wat pleegt te worden aangeduid als het liefdesgebod - de opdracht tot naastenliefde, tot barmhartigheid, tot compassie. Omwille van een samenleving waarin „vreed’ en aangename rust” heersen, „mild” afgezegend met welvaart. „Nooit moet haar nijd of twist verkloeken…”
Manen
Dat vertaalt zich in een ruime, royale omgang met andersdenkenden, met andersgelovigen, ook met moslims. Natuurlijk binnen de grenzen van het betamelijke, binnen de krijtlijnen van grondwet, rechtsstaat en democratie.
Nee, dat getuigt niet van onzekerheid, evenmin van zwakte. Het heeft alles te maken met vertrouwen, geloofsvertrouwen. „Niet door kracht niet door geweld…”
Wat Nederland nodig heeft is een stadsschrijver, iemand die -net als in het Efeze van Paulus- de woedende menigte tot stilte maant, die uitlegt dat hardhandige onverdraagzaamheid geen oplossing is, die getuigt van het geloof in rechtsstaat en democratie, die ruimte maakt voor overtuiging, wáre overtuiging.
De auteur is oud-redacteur van deze krant en lid van de Tweede Kamer voor het CDA.
Wat is uw mening? Mail naar opinie@refdag.nl.
Vandaag deel 4: de visie van Jan Schinkelshoek .