Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Grenzen aan navolging van Darwin

 „Het wetenschappelijk hoogstaande creationisme is in Nederland tamelijk onbekend. Daarom zijn er zo veel christenen die onderdelen van de evolutietheorie willen inpassen in hun geloof.” - Foto EPa

„Het wetenschappelijk hoogstaande creationisme is in Nederland tamelijk onbekend. Daarom zijn er zo veel christenen die onderdelen van de evolutietheorie willen inpassen in hun geloof.” - Foto EPa

De scheppingsgeschiedenis is vooral getuigenis van God, stelde ds. P. de Jong zaterdag op deze pagina in reactie op prof. dr. M. J. Paul. De laatste reageert en is voor bestudering van Genesis 1-3 in relatie met het geheel van de Bijbel.
Ds. P. de Jong heeft zaterdag gereageerd op mijn bijdrage in deze krant over schepping en evolutie. De kop boven zijn bijdrage luidt ”Leg creationisme niet op aan de Schrift”.

Welnu, laat ik hem direct geruststellen: daarin ben ik het helemaal met hem eens. Welk -isme ook, geen enkele stroming mogen wij aan de Schrift opleggen, ook niet het lutheranisme of calvinisme!

Vervolgens gaat het er helemaal niet om dat het creationisme betere verklaringen zou geven voor het ontstaan van de wereld. Uit correspondentie met ds. De Jong heb ik begrepen dat hij slechts afgegaan is op wat van mijn lezing gepubliceerd is in deze krant en dat hij niet de hele lezing kent. Daarin heb ik juist betoogd dat er zaken zijn die buiten het terrein van de empirische wetenschap liggen en alles te maken hebben met geloofsveronderstellingen. Beide benaderingen, die van het creationisme en het darwinisme (in allerlei variaties), zijn beperkt. De wetenschap kan slechts voortbouwen op bepaalde aannames, maar het ontstaan van het heelal en van het leven valt buiten het wetenschappelijke terrein. Vanuit dat besef is er niets op tegen als er theorieën ontwikkeld en getest worden.

Vervolgens ben ik het eens met ds. De Jong als hij schrijft: „Genesis 1 is als heel de Schrift getuigenis van God. Daar moet je naar luisteren, natuurlijk heel letterlijk en wachten op de stem van God Zelf.” Ik heb aangegeven dat dit ook inhoudt dat we dan naar het hele boek Genesis moeten luisteren, naar andere Bijbelboeken en vooral naar de woorden van Jezus Christus en de apostelen.

Ik vind het een zware aantijging om te lezen: „Ook Paul en zijn medestanders bewaren niet de Schrift, maar knechten die.” Het is mij echt niet te doen om de norm van creationisme op te leggen, maar om het gehéél van de Schrift te laten spreken. De discussie spitst zich steeds toe op de vraag hoe wij de eerste drie hoofdstukken van Genesis lezen. Ik heb van de mogelijkheden van interpretatie een representatieve selectie gegeven. Wat ik vaak mis bij de uitleg van die delen is het getuigenis van de rest van de Schrift.

Een opvallende zin van ds. De Jong luidt: „Laten we toch niet zo spastisch omgaan met Darwin, maar erkennen dat hij iets wezenlijks heeft ontdekt –het ontstaan der soorten– waar we nooit meer achter terug kunnen.” Wat is er echter in werkelijkheid aan de hand? Darwin heeft ontdekt hoe variatie binnen de soorten ontstaat. Dat is gebeurd op grond van waarnemingen en experimenten. Inderdaad kunnen we daar niet meer achter terug. Maar iets heel anders is dat hij zijn opvattingen is gaan uitstrekken tot het ontstaan van de soorten, zoals de titel van zijn boek aangeeft. Daarin heeft hij niets ontdekt, maar slechts zaken geopperd. Wetenschappelijk gezien is dat een grensoverschrijding.

Darwin, die theologie gestudeerd heeft, besefte de reikwijdte van zijn stellingname heel goed. Daarom schreef hij aan T. H. Huxley „mijn goede en bewonderenswaardige medestrijder in de verkondiging van verdoemelijke ketterijen” (december 1859), en „mijn goede en hulpvaardige agent voor de verspreiding van het evangelie – dat wil zeggen het evangelie van de duivel” (augustus 1860). Het is voor een hedendaags predikant verstandig op zijn minst enige grenzen aan te geven in de navolging van Darwin.

Allerlei opvattingen

In mijn lezing heb ik verwezen naar de traditie van de kerk, omdat ook de Vroege Kerk al te maken had met allerlei opvattingen over het ontstaan van de aarde (evolutie uit dieren, zeer oude aarde) en daarbij Genesis 1 tot en met 3 gebruikte om die tegen te spreken. Natuurlijk moeten we niet alle vormen van wetenschap verwerpen en zeker kunnen wij allerlei wetenschappelijke resultaten accepteren. Om daarin een goede afweging te kunnen maken, heb ik ervoor gepleit dat wij ons meer verdiepen in het creationisme. Ter verduidelijking: niet de simplistische, fundamentalistische en biblicistische varianten ervan, maar het wetenschappelijk hoogstaande creationisme. Dat blijkt in Nederland tamelijk onbekend te zijn, en daarom zijn er zo veel christenen die onderdelen van de evolutietheorie willen inpassen in hun geloof.

Wie veelzijdiger geïnformeerd wil worden, raad ik aan: ”Coming to Grips with Genesis”, onder redactie van Terry Mortenson en Thane Ury (Master, 2008), evenals ”Evolution: Ein kritisches Lehrbuch”, R. Junker en S. Scherer (zesde druk, 2006). Is dan het pleit beslecht? Zeker niet, maar dan is wel een evenwichtiger discussie mogelijk.

Het is waar dat de kerkgeschiedenis zwarte bladzijden kent, maar naast alle kromme interpretaties van Bijbelteksten zijn er onopgeefbare zaken. Daarom mijn vraag: Waar ligt de grens? Ligt die bij de unieke schepping van de mens? Bij de zondeval? Er zijn belangrijke consequenties in het geding!

De auteur is docent Oude Testament aan de Christelijke Hogeschool Ede en hoogleraar aan de Evangelische Theologische Faculteit in Heverlee (België).


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek