Bijbels perspectief
De Heere leert ons in Zijn Woord dat wij zorg voor de dieren moeten hebben. De Spreukendichter brengt dit in het Oude Testament kernachtig onder woorden: de rechtvaardige kent het leven van zijn beest.
In het Nieuwe Testament is het de Heere Jezus Zelf Die opmerkt: Wiens ezel of os van ulieden zal in een put vallen, en die hem niet terstond zal uittrekken op den dag des sabbats? Er hoeft geen enkele twijfel over te bestaan dat de Heere wil dat wij mensen het goede ook voor de dieren zullen zoeken.
Evenwel laat het feit dat de Heere ons de dieren ook tot voedsel gegeven heeft, zien dat dierenliefde geen absoluut gebod is en dat de grenzen daarvan onder andere bepaald worden door het welzijn van de mensen.
Dieren gaan voor
Ik zou deze column nooit geschreven hebben, ware het niet dat ik direct na de jaarwisseling iets hoorde dat mij enorm trof. In een nieuwbouwwijk ergens in Nederland kwam een man in de nacht van oud op nieuw met pakken vuurwerk zijn huis uit. Als naar gewoonte zou hij de hele buurt eens laten genieten. Aan de overkant van de straat ging ook een deur van een woning open en kwam een buurman naar buiten. Deze vroeg de man met het vuurwerk dringend dat vuurwerk elders af te steken, want hij had een oudere hond en die werd gek van angst van al dat geknal. Toen de vuurwerkman te kennen gaf daar niet zo veel voor te voelen, werd hem te verstaan gegeven dat hij dat beter wel kon doen, want anders zou hij worden afgedroogd. Dit maakte zo veel indruk dat hij zijn biezen pakte en het vuurwerk elders liet knallen.
Dat elders was een plek waar bejaarden wonen. Die zijn vaak net zo bang voor het geweld van vuurwerk als dieren, maar nu kwam er niemand uit het huis gezet om de man daarop te wijzen en hem vriendelijk en dringend te verzoeken zich weg te maken. De bejaarden zelf zouden dat wel willen, maar durfden niet, bang om problemen te krijgen.
Alle ouders weten wat het is als je jonge kinderen van het geknal wakker worden en door de combinatie van lawaai en lichtflitsen zo bang worden dat ze het op een huilen zetten. Maar welke ouder durft er iets tegen te doen? Een hond ondervindt in ons land een betere bejegening dan mensen.
Evacuatie
In de streek waarin ik woon, hoeft een boer maar één keer ’s avonds of ’s nacht een veearts te bellen en dan is deze er in een kwartier. Gaat het echter om een mens, dan duurt het -bijna- altijd langer, zo niet een veelvoud van dat kwartier. Diervriendelijk? Jawel. Maar mensvriendelijk?
Dat dieren in ons land voorrang genieten op mensen is overigens niet van vandaag of gisteren. In februari 1995 werd de hele Bommelerwaard geëvacueerd met het oog op een dreigende overstroming. Dierenambulances hebben diverse dagen door onze waard gereden op zoek naar dieren. Toen ik echter bij de gemeentelijke rampenpost ging vragen wat men met de tientallen mensen uit ons dorp zou doen als er een dijkdoorbraak zou komen, kreeg ik glashard ten antwoord: „Niets.” Wel zorg voor dieren, maar niet voor mensen.
Moraal
Vanuit de Schrift kunnen we op zichzelf sympathie opbrengen voor de doelstellingen van de Partij voor de Dieren. Maar in het licht van de genoemde voorbeelden is het de vraag of er geen sprake is van doorgeschoten dierenliefde. Ik zou die partij graag willen horen over abortus bijvoorbeeld. Want als ze daar voor is, dan verdraagt liefde voor weerloze dieren zich niet met vernietiging van nog weerlozer mensenkindertjes. Dan vormt die partij het toppunt van hypocrisie en van uiterste verwording. Dan hebben we alle reden ons te schamen voor ons land met de Partij voor de Dieren.
De auteur is predikant van de hersteld hervormde gemeente te Nederhemert en bijzonder hoogleraar aan de VU te Amsterdam vanwege de Hersteld Hervormde Kerk.