Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Geest maakt waarheid Bijbel zekerder dan zeker

 Dr. W. van Vlastuin

Dr. W. van Vlastuin

Hoe weet ik dat de Bijbel waar is?

In een preek werp ik wel eens de vraag op of we eigenlijk wel kunnen weten dat de Bijbel waar is en de Koran niet. Het valt mij op dat bij het stellen van deze vraag de aandacht in de kerk toeneemt. Hetzelfde geldt als deze vraag op de catechisatie aan de orde komt. Het is een aanwijzing dat het hier niet om een theoretische vraag gaat. We zoeken als mensen naar waarheid, naar zekerheid. Apologetiek is blijkbaar geen vak dat alleen in de ontmoeting met ongelovigen buiten de kerk actueel is. Ook in de kerk en bij gelovigen leven er tal van vragen.

De twijfels aangaande de Schrift zijn niet van de lucht. Enerzijds heeft dat te maken met de inhoud van de Schrift. Stel dat je een Bijbel geeft aan je buurman. Hij gaat erin lezen en leest de geschiedenis van de verwoesting van Jericho. De volgende dag vraagt hij aan jou of de God van Jozua jouw God is. Wat zeg je dan? Stel dat hij nog meer leest in het Oude Testament en beweert dat de God van het Oude Testament een jaloerse en hoogmoedige psychoot is, hoe moet je dan reageren? Hij heeft nog meer volharding, fronst zijn wenkbrauwen bij de wonderen die hij tegenkomt en bereikt het Nieuwe Testament. Aanvankelijk wordt hij milder gestemd, maar als het tot hem doordringt dat Jezus Christus als Gods Zoon aan het kruis stierf om schuld te verzoenen, verwerpt hij het christelijk geloof omdat het getuigt van ”kosmische kindermishandeling”.

Anderzijds zijn er vragen die het gezag van de Schrift als zodanig ter discussie stellen. Het heeft alles te maken met onze cultuur, waarin het helemaal niet voor de hand ligt om uit te gaan van een openbaring die van buitenaf in deze geschiedenis binnenkomt. Kuitert heeft dit treffend verwoord in het zinnetje: „Alle spreken over boven komt van beneden.” Hij bedoelt daarmee dat we wel kunnen zeggen dat we in de Bijbel de gedachten van Mozes en Paulus over God vinden, maar dat we niet kunnen zeggen dat het hier om Gods waarheid gaat.

En dan hebben we het nog niet eens over de vragen of alles wel zo gebeurd is als het in de Bijbel beschreven staat. Hebben archeologische vondsten niet bevestigd dat er in de tijd van Jozua helemaal niet zulke grote verwoestingen hebben plaatsgevonden als de Bijbel beschrijft? En is het wereldbeeld van de Bijbelschrijvers niet volstrekt achterhaald?

Calvijn

Twijfels rondom de Schrift komen extra hard aan doordat de Bijbel onze hoogste autoriteit is. Twijfels aangaande de Schrift raken aan de fundamenten van het geloof. In de Reformatie hebben we het ”Sola Scriptura” ontdekt als een kostbare schat. Maar kunnen we eigenlijk wel zeker zijn van de Bijbel? Hoe weten we dat we ons niet vergissen?

Deze vragen zijn niet nieuw. We komen ze bijvoorbeeld ook tegen bij John Bunyan (1628-1688). En de ”Redelijke Godsdienst” van Wilhelmus à Brakel (1635-1711) bevat een hoofdstuk ”Van de bestrijding, of het Woord van God de waarheid is”. Maar in onze moderne tijd komen deze oude vragen met dubbele kracht op ons af.

Niemand kan ons beter overtuigen van de betrouwbaarheid en de waarheid van de Schrift dan de Auteur ervan. De beste methode om van de Schrift verzekerd te worden, is de Schrift te lezen en te mediteren over de inhoud. Als ik persoonlijk mag zijn: Als ik op zondag heb gepreekt, rijd ik meermalen terug met een diepe zekerheid in mijn hart over de werkelijkheid van God en Zijn Woord. In de prediking laat de Heilige Geest ons Gods stem horen en verzekert Hij ons met goddelijke zekerheid van Zijn Woord. Daarom ben ik zo dankbaar dat er een zondag is en dat er kerkdiensten zijn.

Ik kan me dan ook helemaal herkennen in de woorden van Calvijn: „Dit moet dus ons vaste uitgangspunt blijven: mensen die door de Heilige Geest onderwezen zijn, vinden rust en zekerheid in de Schrift; deze is in zichzelf betrouwbaar en mag geen onderwerp van bewijsvoering of redenering worden; de zekerheid die er niettemin over haar bij ons dient te zijn, verkrijgen wij door het getuigenis van de Geest. Hoewel zij namelijk door haar verheven karakter vanzelf al eerbied oproept, treft zij ons toch pas echt als de Heilige Geest haar in onze harten verzegeld heeft. Als wij dus door de kracht van de Geest verlicht zijn, geloven we niet meer op grond van het oordeel van onszelf of van anderen dat de Schrift van God afkomstig is, maar boven het menselijk oordeel uit stellen wij als zekerder dan zeker vast (juist alsof wij Gods eigen goddelijke wezen erin aanschouwden) dat zij door de dienst van mensen uit Gods eigen mond tot ons gekomen is” (”Institutie”, I.7.5).

Deze woorden van Calvijn krijgen nog meer diepte als we ons realiseren dat hij met het Woord alleen kon staan tegenover het machtige bolwerk van Rome, de radicaliteit van de wederdopers en de kritiek van libertijnen. Door de Geest zijn we „zekerder dan zeker” en vinden we „volkomen rust” in het Woord. Elders spreekt Calvijn over de „onoverwinnelijke waarheid” van de Schrift.

Onweerstaanbaar

Dit gaat niet buiten ons verstand om. Gegrepen door het Woord zien we tal van bevestigingen om het goddelijk karakter van de Schrift te bevestigen. Calvijn spreekt over de ouderdom van de Schrift, de wonderen die in de Schrift tot ons komen, de vervulling van de profetieën, de wonderlijke bewaring van het Woord door de eeuwen heen en de eenparigheid van de kerk omtrent het belijden van de waarheid van de Schrift. Vandaag zouden we er andere dingen aan kunnen toevoegen. Welk menselijk geschrift of diepzinnig filosofisch boek heeft levens van misdadigers en atheïsten vernieuwd als de Bijbel? Het Woord van God heeft een onweerstaanbare kracht in zich. Treffend is de eerlijkheid van de Bijbelschrijvers. De eenheid van de Schrift treft ons.

En denk eens verder na over de inhoud: Waar vinden we zo’n analyse van het probleem van het kwaad als in de Schrift? Waar vinden we zo’n oplossing voor het kwaad als in de Schrift: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde? En wat te denken van de menswording van onze Heere Jezus Christus? Geen oog heeft het gezien, geen oor heeft het gehoord, geen mens heeft kunnen bedenken wat God heeft gedaan! We drukken het Woord aan ons hart en belijden: „Ik roem in God; ik prijs ’t onfeilbaar Woord; Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord”.

Dr. W. van Vlastuin, docent dogmatiek en apologetiek aan het Hersteld Hervormd Seminarie in Amsterdam.

Heeft u een vraag voor deze rubriek of wilt u reageren? weerwoord@refdag.nl


Verder lezen over dit onderwerp

J. van Bruggen, Het kompas van het christendom. Ontstaan en betekenis van een omstreden bijbel, Kampen 2002 (3e druk 2009)

Johannes Calvijn, Institutie, Boek I, hoofdstuk 7-9.

P. de Vries, Het onfeilbare Woord, Kampen 1991

N.T. Wright, Eenvoudig christelijk, Franeker 2007

H. van den Belt, Autopistia. The Self-Convincing Authority of Scripture in Reformed Theology, Leiden 2007.

M.D. Thompson, A Clear and Present Word. The Clarity of Scripture, IVP 2006


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek