Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Geef bezwaarde trouwambtenaar ruimte

De gemeente Langedijk sluit bij voorbaat sollicitanten uit voor de functie van trouwambtenaar wanneer zij niet alle soorten huwelijken willen voltrekken. G. J. van de Meent uit Zuid-Scharwoude heeft hiertegen bezwaar aangetekend bij de Commissie Gelijke Behandeling (CGB). Volgens drs. J. A. Schippers zijn er steekhoudende argumenten om hem in het gelijk te stellen.
In het debat met de Tweede Kamer, op 6 september 2000, heeft de regering bij monde van staatssecretaris J. Cohen duidelijk gesteld dat een huwelijk van één man en één vrouw niet gelijk is aan een huwelijk van een paar van gelijk geslacht. Een ambtenaar die op grond van zijn bezwaarde geweten geen medewerking kan verlenen aan een homohuwelijk, handelt dus niet in strijd met artikel 1 van de Grondwet en discrimineert evenmin.

Als het gaat over een oplossing voor deze kwestie zei dezelfde staatssecretaris dat gemeenten op een praktische manier tegemoet kunnen komen aan ernstige gewetensbezwaren. Er is geen enkel probleem zolang in iedere gemeente elk huwelijk gesloten kan worden. Geldt de praktische regeling dan alleen voor huidige en niet voor nieuw te benoemen ambtenaren? Ook daarover was de staatssecretaris later tegenover de Eerste Kamer glashelder: „Ik zie niet in dat in dit opzicht onderscheid gemaakt zou moeten worden.”

De handelwijze van gemeenten die weigeren een ambtenaar van de burgerlijke stand aan te nemen wanneer deze bij zijn of haar sollicitatie aangeeft een homohuwelijk in geweten niet te kunnen voltrekken, staat ook op gespannen voet met artikel 3 van de Grondwet. Dat luidt: „Alle Nederlanders zijn op gelijke voet in openbare dienst benoembaar.”

Daarbij komt dat deze gemeenten in botsing komen met artikel 5, lid 1c, van de Algemene wet gelijke behandeling. Dit artikel verbiedt onderscheid bij het aanstellen tot ambtenaar en het beëindigen van het dienstverband van een ambtenaar. Gemeenten die deze (grond)wetsartikelen bij hun aanstellingsbeleid van trouwambtenaren niet respecteren, sluiten feitelijk een niet-onaanzienlijke groep Nederlanders uit van benoeming in dit ambt.

Vierkante cirkel
Verder staat het categorisch weigeren van gewetensbezwaarde ambtenaren niet in verhouding tot het te verwachten aantal huwelijken van paren van gelijk geslacht. Dat is in Nederland ongeveer 2 procent van het totale aantal gesloten huwelijken. Het is onredelijk om te stellen dat een gewetensbezwaarde trouwambtenaar een gemeente voor grote organisatorische problemen stelt. Want bijna alle huwelijken zal hij of zij kunnen voltrekken.

Gewetensbezwaren ten aanzien van het homohuwelijk stuiten op veel onbegrip. Dat komt mijns inziens doordat veel mensen denken dat het gaat om een persoonlijke voorkeur jegens anderen of hun opvattingen. Maar dat is helemaal niet het geval! Het gewetensbezwaar is niet gericht tegen personen van gelijk geslacht als zodanig. Het berust heel duidelijk op een visie op het huwelijk die voortvloeit uit de christelijke geloofsovertuiging. Op grond van die overtuiging is een christen de opvatting toegedaan dat een homohuwelijk behoort tot de categorie van de vierkante cirkel, zoals kardinaal Simonis scherp opmerkte.

Als de CGB Van de Meent niet in het gelijk stelt, kan hij bij de rechter hoogstwaarschijnlijk met succes een beroep doen op relevante bepalingen in internationale verdragen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan artikel 9 van Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 18 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten. Een gemeente kan immers zonder veel problemen een voorziening treffen waardoor een andere ambtenaar van de burgerlijke stand het huwelijk van een paar van gelijk geslacht zal kunnen voltrekken.

De auteur is directeur van de Guido de Brès-Stichting, het wetenschappelijk instituut voor de SGP. Deze bijdrage is in gewijzigde vorm gepubliceerd in het NJCM-Bulletin van oktober 2007.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek