Los van de vraag waar deze onlusten allemaal verder toe leiden, is het interessant hoe ze precies ontstaan zijn. Waarom nu pas, begin februari, terwijl de bewuste cartoons al eind september in de Jyllands-Posten stonden? Een Deense nieuwsbron ontdekt half januari een pikant detail. In plaats van twaalf spotprenten zouden er vijftien geweest zijn. Een groep moslims uit Denemarken die er niet in slaagt de Jyllands tot excuses te bewegen, maakt eind 2005 een trip langs enkele Arabische hoofdsteden. Daarbij tonen ze niet alleen de twaalf gepubliceerde cartoons, maar ook de drie die helemaal niet in die krant hebben gestaan. Een van de drie beeldt Mohammed af met een varkenssnuit -onreiner is nauwelijks mogelijk, volgens de islam- en de andere twee waren seksueel getint. Een prent van de profeet als pedofiel is inderdaad heel wat beledigender voor moslims dan een plaatje van een bommentulband.
Het is zeer de vraag of de huidige commotie ook ontstaan was zonder de drie aanstootgevende spotprenten. Inmiddels benadrukken Deense media dat die extra plaatjes niet gepubliceerd zijn. Dat is nu echter te laat. Op discussiesites roepen moslims dat dit alleen een excuus is om de zaak weer te sussen. Of het écht in de krant heeft gestaan, speelt voor hen geen rol meer.
Het kwaad is dus geschied. Een gerucht is sneller de wereld in geholpen dan eruit. Een kettingreactie treedt op en de goedgelovige meute valt niet meer te overtuigen: iedereen zegt het en dus is het waar. Meedrijven met de stroom is dan de weg van de minste weerstand.
Zo’n geruchtenstroom heeft soms dramatische gevolgen. Een bekend voorbeeld is de ramp op de brug over de Tigris in Bagdad, september vorig jaar. Tijdens een massale herdenkingsplechtigheid ontstaat in de stoet het gerucht dat zich zelfmoordcommando’s onder de menigte bevinden. Door het gedrang begeeft een reling van de brug het en komen 965 mensen om het leven.
De menselijke geest zit blijkbaar ingewikkeld in elkaar. In juni 1999 raken een paar meisjes in het Belgische Bornem ziek na het drinken van een flesje Coca-Cola. In de twee volgende weken raken 250 Belgen door het hele land ziek van de cola en dat ijlt zo nog maanden na. De gevolgen zijn dramatisch: het van de markt halen van de cola betekent een strop van 150 miljoen gulden. Een jaar later blijkt echter uit onafhankelijk onderzoek van een groep toxicologen dat er alleen wat mankeerde aan de eerste paar flesjes op de school in Bornem en dat de rest berustte op één grote massapsychose.
Sommige denkbeelden raken zo vast verankerd in de hersenen dat ze moeilijk te verwijderen zijn. Zoiets was het geval bij de ouders uit Emmer-Erfscheidenveen die er vast van overtuigd waren dat hun kinderen seksueel misbruikt waren door leerkrachten in kelders onder de school. De kelders zijn nooit aangetroffen.
Je zou verwachten dat in de eeuw van de snelle communicatiemedia zulke waanbeelden weer vlot uitgeroeid zijn. Het omgekeerde is het geval. Juist internet blijkt een voedingsbodem voor allerlei alternatieve theorieën waarvoor geen of amper bewijs te vinden is. De schadelijkheid van mobieltjes en umts-zendmasten is daar een voorbeeld van. Het omgekeerde komt ook voor: verstokte rokers spreken elkaar op internetfora moed in en blijven beweren dat de relatie tussen roken en longkanker nog steeds niet bewezen is.
Zo helpen moderne media elke ketter zijn letter en medeketter te vinden, om samen stroomafwaarts te drijven. Denkers die kritisch en onbevooroordeeld naar feiten speuren, hebben daarbij het tij tegen.
De auteur is adjunct-hoofdredacteur van het RD.