Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Ga voor sterke christelijke identiteit

 Noodzaak voor christelijke apologetiek.

Noodzaak voor christelijke apologetiek.

Net als in de eerste eeuwen is er nu een grote noodzaak voor christelijke apologetiek, stelt dr. P. F. Bouter. Van de Vroege Kerk kunnen christenen leren dat een eerste vereiste daarvoor is om diepgaand overtuigd te zijn van de waarheid van het algemeen christelijk geloof.
In het Westen is het christendom in een situatie terechtgekomen waarin bestrijding, twijfel en kritiek op hem afkomen. Deze omstandigheden bepalen zijn grootste front. De echtheid van het christelijk geloof zelf als werkelijke toegang tot gemeenschap met God staat ter discussie. Wij kunnen en mogen niet om deze realiteit heen en dat maakt apologetiek tot een gewichtig punt.

Het gaat in de apologetiek om de verdediging van het algemeen christelijk geloof. De verdediging van de ene kerk tegenover de andere of de verdediging van een bepaald leerstuk is daarmee niet overbodig. Dit kan echter niet losgemaakt worden van de situatie waarin iedere christen –en ook heel sterk de opgroeiende generatie– ademt; waarin kritiek op het christelijk geloof en twijfel aan zijn werkelijke openbaringskarakter de boventoon voeren.

Opmerkelijk is hoe in de twintigste eeuw samen met het opkomen van de apologetiek ook een grotere aandacht voor de Vroege Kerk is waar te nemen. Dat is niet vreemd. In de eerste eeuwen van de kerk was de christenheid omringd door veel andere religies en kwam er veel kritiek op het christelijk geloof. Door de secularisatie in Europa en het binnenkomen van andere religies, vooral de islam, voelen wij ons weer dichter bij die eerste eeuwen van het christendom staan. We kunnen dan ook voor onze apologetiek veel leren van de Vroege Kerk.

Wij moeten daarbij echter wel in rekening brengen dat onze situatie in belangrijke opzichten verschillend is. Ik noem drie zaken.

1. De Vroege Kerk was omringd door heidenen die vaak zeer godsdienstig waren. Er was een zeker besef van zonde en kwaad. Het unieke van onze tijd is de grote desinteresse bij mensen in God en het massaal nalaten van dagelijkse godsdienstige plichten.

Gescheiden vrouw

2. Stonden de heidenen van toen nog voor de ontmoeting met het christelijk geloof, wij staan er achter. Het heidendom was als een maagd, die later met het christelijk geloof is getrouwd, zegt C. S. Lewis. Maar het westen is als een gescheiden vrouw die zich van het christelijk geloof heeft losgemaakt. Er ligt een geschiedenis achter, en die wringt. Dat geeft een heel andere houding.

3. De eerste christenen werden ervan beschuldigd dat ze een nieuw geloof in de wereld brachten, wat nooit had bestaan en dus niet waar kon zijn. Nu is de kritiek juist vanuit de seculiere mens dat het christendom oud is, van vroeger, en daarom voorbij.

Deze drie punten geven aan dat we ons goed moeten realiseren dat wij, in de 21e eeuw, in een eigensoortige situatie verkeren. Maar wat kan de Vroege Kerk ons leren als het gaat om apologetiek?

Als eerste noem ik dat in de Vroege Kerk werd geprobeerd om alle vooroordelen te weerleggen die bij de heidenen leefden tegen de christenen. Wij hebben in onze tijd ook sterk te maken met vooroordelen tegen het christendom. Het christelijk geloof is volgens velen huichelachtig, de moraal ontneemt je je vrijheid, je moet je verstand stilzetten en kunt niet echt wetenschappelijk zijn. De Vroege Kerk leert om over die vooroordelen niet de schouders op te halen, maar te proberen wegen te vinden om ze te ontkrachten.

Een tweede leerpunt is hoe overtuigd en zeker de apologeten uit de Vroege Kerk spreken. Je zou bijna zeggen dat ze trots zijn op het christelijk geloof. Ze weten dat het christelijk geloof het hoogste en rijkste van de wereld is. Omdat het de toegang tot God geeft.

Bloedloos

Enkele dagen geleden merkte oud-Eurocommissaris Bolkestein in een interview op dat veel christenen in Nederland zo bloedloos zijn. Er zit geen overtuiging, geen pit meer in. Ze staan niet meer ergens voor. Zodra je een apologetisch werk uit de Vroege Kerk opslaat, proef je echter een krachtige, bezielde, immense overtuigdheid.

De reden ervan is duidelijk: deze mensen zijn overvloedig vervuld van de persoon van Christus als Zoon van God. De glorie, majesteit en rijkdom van Christus heeft hun hart en verstand verlicht en omvat. Ze hebben ontdekt dat Christus Gods eeuwige Zoon is en dat in Hem werkelijke openbaring van God is gegeven.

Een derde leerpunt vanuit de Vroege Kerk is haar nadruk op de heilige levenswandel. Bekend is de uitroep in de brief aan Diognetus: „Wij christenen delen wel onze tafel, niet ons bed.” In dat korte zinnetje ligt het typerende van de christelijke zede: de tafelgemeenchap benadrukt de onderlinge liefde, hulpbetoon, gastvrijheid. Het niet delen van het bed wijst op heiligheid, ingetogenheid, huwelijkstrouw en reinheid.

Bij ons is soms de heiligheid aan reformatorischen toebedeeld, het getuigen aan evangelischen, het sociale aan moderneren. In de Vroege Kerk zijn een strenge huwelijksmoraal en afwijzen van alternatieve relaties nauw verbonden met gastvrijheid, dienstbetoon en goede werken. In de apologetiek beschrijven de christenen hoe rijk, zuiver en liefdevol hun moraal is op het gebied van werk, armenzorg en dergelijke. Als het ware met de oproep: wat kunt u hierop tegen hebben?

Een van de grote apologetische taken van de kerk van nu is dan ook het uitdragen van het huwelijk als goddelijke instelling en het afwijzen van alternatieve vrije relaties op seksueel gebied. Ook als de cultuur bepaalde dingen vreemd en ergerniswekkend vindt. Dan wil de apologetiek vooroordelen wegnemen en uitleggen, maar niet het getuigenis laten verwateren.

Wonderen

Een vierde leerpunt ten slotte: in hun apologie wijzen de vroege christenen op aanwezige feiten die het geloof ondersteunen. Bijvoorbeeld tegenover Joden brengen ze de oudtestamentische profetieën naar voren. Tegenover Joden en heidenen onderstrepen ze dat Christus de levende is door te wijzen op de mensen overal ter wereld die de afgoden verlaten en Christus gaan dienen. Ook wijst iemand als Augustinus op de wonderen die in naam van Jezus gebeuren. Hij acht dat zo belangrijk, dat hij allerlei voorbeelden geeft. Hij vindt dat een wonder beschreven en voorgelezen moet worden onder de christenen, om het zo breder bekend te laten worden.

Als we kijken naar de Nederlandse situatie en beginnen bij de Protestantse Kerk in Nederland, dan heeft zij voor op de afgescheiden kerken dat zij door het verenigen van het lutheranisme en het calvinisme een extra accent legt op de gemeenschappelijke oudkerkelijke belijdenissen. Daarmee benadrukt haar grondslag het algemeen ontwijfelbaar christelijk geloof van de kerk der eeuwen.

Zij is daarmee voor apologetiek in de huidige tijd bijzonder toegerust. In de praktijk blijkt de Protestantse Kerk in apologetisch opzicht echter vrijwel onzichtbaar te zijn. Zelfs het accent op het orthodox-christelijke geloof blijft onduidelijk. Denk aan de kwestie-Hendrikse of de inzegening van alternatieve relaties.

De Gereformeerde Bond is ontstaan toen de vrijzinnige predikant Bähler kort na 1900 verklaarde dat het boeddhisme een hoger religieus en ethisch gehalte had dan het christendom. Een krachtige tuchtmaatregel bleef uit, wat de aanleiding was voor de oprichting van de Gereformeerde Bond. Vanuit die oorsprong zou dit haar een extra impuls moeten geven voor de apologetiek.

Calvinistisch smaldeel

Nodig is dan wel om zich niet te laten verworden tot gereformeerd en calvinistisch smaldeel binnen de Protestantse Kerk. Tegenover het front van andere religies en secularisatie moet het hoofdaccent liggen op het ene en algemene christelijk geloof, met de calvinistische eigenheid als het kleed waarin je christen bent.

Ten slotte, wat mij het meest treft in de apologetische literatuur uit de Vroege Kerk is de overtuigdheid, stelligheid en fierheid waarmee over Christus, de kerk, de christelijke levenswijze wordt gesproken. Deze fierheid mag uiteraard niet zomaar overgenomen worden. Dan hangt zij in de lucht en is zij niet meer dan peptalk.

Nee, zekere overtuigdheid is een zaak die verkregen moet worden door diepe en rijke toe-eigening van het algemeen christelijk geloof. Hoe meer de kerk dan ook missionair en apologetisch wil zijn, des te meer zal ze juist moeten toezien op een rijkere en sterkere christelijke identiteit. Het staan in de wereld vereist diepe wortels.

Vanuit een diepe eensgezindheid met de kerk der eeuwen moet de kerk de dogma’s van de eerste eeuwen voluit omhelzen om zo een hoge blik op de Heere Christus als waarachtig Zoon van God te ontvangen. Zodanig dat het je helder wordt dat Christus zeer veel hoger is dan Mozes, en dat Hij daarom het Jodendom zeer te boven gaat. Dat Christus zeer veel hoger is dan Mohammed en daarom de islam zeer veel te boven gaat. Dat Hij helemaal onvergelijkelijk hoger is dan het ongeloof en het atheïsme.

Meer en meer christelijk

Apologetiek vereist dus aan de ene kant een goed kijken naar wat er leeft in de maatschappij en onder de mensen. Maar aan de andere kant is het nodig om de christelijke identiteit niet te verdunnenin de hoop mensen te winnen, maar juist om meer en meer christelijk te worden. Wellicht is dat de eerste opdracht bij apologetiek: ga voor een veel, veel bewuster, krachtiger christelijke identiteit.

De auteur is hervormd predikant te Leerdam. Dit artikel is een samenvatting van een lezing die hij woensdag hield op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek